Jongetjes

Het mooiste wat een mens kan overkomen is Ronald Koeman zien lopen door het clubhouse van Lake Nona. Hollandse kuiten in een decor van rozegeur en marmer. Nagekeken door gelifte dames in ruisende avondjurken - ook voor het ontbijt - die meteen de handen voor de mond slaan, zoals Thaise vrouwen doen doen als ze een wonder zien of gewoon moeten lachen. Over alle successen heen is Oranje's captain blijven stilstaan in de tijd toen een dubbeltje nog een dubbeltje was. Daar ligt zijn weergaloze schoonheid: een multi-miljonair die soms nog zijn leven zou geven voor gestampte pot met jus. En voor een avondje klaverjassen. De Amerikaanse bourgeoisie in Lake Nona mag dan denken dat ze het perpetuum mobile heeft uitgevonden, van Koeman begrijpt ze helemaal niets. De paradox van de jongen die vroeg rijk is geworden en toch blijft zweten voor zijn brood valt buiten de contouren van de American Dream.

Er is geen voetbaldebieler volk dan de inwoners van Orlando. Ik schuifel nu toch al enkele jaren door de dagen, in de extreme hitte van Florida zelfs met de geknakte tred van een honderdjarige, en ik ben in minder dan vierentwintig uur zeven keer aangesproken als player van Holland. Gewoon omdat er een perskaart aan mijn nek hangt. De eerste keer werden mijn macho-antennetjes lichtjes gestreeld bij de opkikker dat ik de vergelijking met Jan Wouters nog best kan doorstaan. Maar na zeven misverstanden is het mooi geweest: ik wil mijn leeftijd terug. Ik wil zelfs in Orlando het recht behouden om stram en stijf en wankel naar mijn laatste hel toe te lopen. Tenslotte wordt Edwin van der Sar op de Champs Elysées ook niet met 'Monsieur Alain Delon?' aan de arm getrokken. In sommige Afrikaanse landen wil het gezegde dat mannen beneden de vijftig die niet van voetbal houden per definitie een ellendige jeugd hebben gehad. Ik beklaag de Amerikanen, Clinton op kop.

Met het wegvallen van de mega-sterren Cruijff en Gullit lijkt er iets van self-fulfilling bluff over het Nederlands elftal te zijn neergedaald. Lijflustiger hebben ze in geen jaren meer in het veld gestaan, de jongetjes van Oranje. Want dat zijn het wel: jongetjes. Die met veel branie en brutaliteit optrekken aan de hand van de oude leermeesters Rijkaard, Koeman en Wouters. De collectieve bravoure is ontroerend: in de gezichten schemert nog iets door van de kermis in het dorp, van de eerste opwinding met Saartje in de achtbaan. Ronald en Frank de Boer, Marc Overmars, Gaston Taument, Bryan Roy, zelfs Dennis Bergkamp doen denken aan geschaafde knieën, aan snelbinders op de fiets, aan veel patat mét. Plattelanders in onderling geroezemoes op weg naar de volwassenheid. Opkrullend in de warmte van hun voornaam. Niet van hun achternaam. Dan horen ze de nagalm van straf of reprimandes van de schoolmeester en de dominee. Dan valt er iets van huiver over de half geloken ogen.

Dick Advocaat is een uitgelezen begeleider voor deze halfwas-sterren. Geen man van algebra of hoogdravende literatuur. Eerder een warme, oudere broer die in alle omstandigheden de indruk wekt dat het grote geluk ook hem nog moet bereiken. Eigenlijk dus zelf een jongen, die het soms midden op de dag ineens heel koud kan hebben als er iets moois en groots aan hem voorbijkomt. Of die bij tegenslag en rampspoed rigoureus verstrakt tot het ovaal van een grafsteen. Deze bondscoach is niet geprogrammeerd, hij denkt en leeft in uitersten, zoals jongetjes meestal doen. Een tedere bezetene, dat altijd: voor Advocaat is er voetbal en daarnaast het leven.

Het is een zegen voor de jongens, voor de Oranje-mythe en voor de heren zelf dat de bondscoach Lake Nona tot verboden gebied voor de KNVB-bonzen heeft verklaard. Die mogen zich avond na avond vermaken in de Disney Beach- and Yacht Club Resort. Tussen de onnozele kinderen van Florida die in een van de themaparken van Disneyworld zo gek zijn gemaakt dat ze 's avonds in het hotel nog met plastic eendjes in de badkuip liggen te spelen.

Het KNVB-bestuur heeft zich tot nu toe één keer in het openbaar vertoond, bij de oefenwedstrijd Canada-Nederland. In gala-tenue. Het beeld was om te schreien. Heren in zwarte fascistenhemden met oranje-das en suède jack. En Jeu Sprengers die met zijn Limburgse bierbuik na elk doelpunt stond te dansen op de kadans van Hup Holland hup. Beierse couturiers hebben tegenwoordig meer smaak dan het genie dat de KNVB-bobo's voor dit WK heeft aangekleed. Voor het eerst in mijn leven lachte het archetype van een Hollandse toerist in korte broek, met witte sokken en op de eeuwige sandalen me toe als een artistieke verademing.