Ik zal zeven zwarte dromen dromen; Het riskante leven van de Amerikaanse schrijver William T. Vollmann

De 35-jarige Amerikaanse schrijver William Vollmann vocht tegen de Russen in Afghanistan, reed op een landmijn in Bosnië en pikte in San Francisco hoeren op van de straat om zijn vrouwelijke romanfiguren beter te leren begrijpen. Hij werkt aan een zeven-delige romancyclus over de geschiedenis van Noord-Amerika, duizend jaar strijd tussen Europeanen en de oorspronkelijke bewoners van het Amerikaanse continent.

William T. Vollmann: Seven Dreams. A Book of North American Landscapes. Deel I: The Ice-Shirt. Uitg. Penguin, 1990. 415 blz. Prijs ƒ 30,20. Deel II: Fathers and Crows. Uitg. Penguin, 1992. 990 blz. Prijs ƒ 35,50. Deel VI: The Rifles. Uitg. Viking, 1994. 411 blz. Prijs ƒ 55,30.

Andere boeken van William Vollmann: You Bright and Risen Angels, Thirteen Stories and Thirteen Epitaphs, Whores for Gloria, The Rainbow Stories, An Afghanistan Picture Show.

Weer is de schrijver William T. Vollmann op het nippertje aan de dood ontsnapt. Met één zin, in een bericht over Bosnië, meldde deze krant vorige maand: “In de buurt van Mostar kwamen gisteren twee Amerikaanse journalisten om het leven en werd een derde gewond toen ze met hun auto op een landmijn reden.”

De gewond geraakte derde was Vollmann, een van de veelbelovende Amerikaanse auteurs van dit moment.

Het is niet de eerste keer dat de 35-jarige Vollmann zoiets overkomt. Hij lijkt gevaarlijke situaties nodig te hebben om te kunnen schrijven. Bij een vorig bezoek aan de Balkan werd zijn hand verwond door shrapnel, rondvliegende granaatscherven. Daarvoor trok hij naar Afghanistan om met de rebellen tegen de Russen te vechten, en ging hij naar de noordpool, naar het eiland Ellef Ringnes, waar hij twee weken verbleef tot het moment dat het hem net geen ledematen kostte. Het reddingsvliegtuig was weliswaar laat, maar het kwam voor hem toch nog op tijd. Dichter bij huis bracht Vollmann een tijd door in het Tenderloin-district in San Francisco, waar hij pooiers en prostituées bestudeerde.

Ondertussen hield Vollmann nog genoeg tijd over om boeken te schrijven. Zoals bij alles wat hij doet, gebeurt dat met een ongekende intensiteit. Hij publiceerde drie verhalenbundels, twee romans, een verslag van zijn Afghanistan-avontuur, en dan nog zijn magnum opus, de cyclus Seven Dreams, waarvan nu deel I, II en VI zijn verschenen. Daarnaast maakte hij reportages over het kickboksen in Thailand en de betaalde liefde in Bangkok, onder meer voor het blad Spin.

Gevaar

“Wat ik vooral moet doen is enorm veel lezen over een onderwerp waar ik me mee bezighoud,” zegt Vollmann over zijn wijze van werken. “Dan bezoek ik als het mogelijk is de historische locaties en daar maak ik talloze aantekeningen. Ik zoek verbanden en zaken die me interesseren.” Op de vraag of het nodig was om gevaarlijke situaties op te zoeken, antwoordde hij: “Nee, in het algemeen zoek ik het gevaar niet op als het niet nodig is.”

De Seven Dreams vertellen het verhaal van duizend jaar Noord-Amerika. Duizend jaar strijd tussen Europese volkeren en de oorspronkelijke bewoners van het Amerikaanse continent. “Ik zal zeven zwarte dromen dromen die corresponderen met de Zeven Tijdperken van Het Goede Wijnland”, schrijft Vollmann in het begin van deel I, The Ice-Shirt. Zich baserend op een verzameling Noorse sagen uit de veertiende eeuw, het Flateyjarbók, vertelt hij over de bewoners van het hoge noorden die telkens op zoek zijn naar betere gronden. Daarnaast gebruikt hij talloze andere bronnen die een volledig beeld moeten geven van de trek naar het westen door Vikingen, IJslanders en Groenlanders. Het verhaal culmineert in de rivaliteit tussen twee vrouwen, Freydis en Gudrid, die aan het hoofd komen te staan van twee groepen emigranten in Wijnland, het huidige noordoostelijke deel van Noord-Amerika.

In het tweede 'tijdperk' zijn het de Franse Jezuïeten die in Canada zendingswerk verrichten. Fathers and Crows is hard, gruwelijk en gedetailleerd. De mengeling van feiten en fictie die Vollmann ook hier toepast is gebaseerd op de Jesuit Relations, de geschiedenis van missiewerk door de Franse Jezuïeten. De orde trok naar de binnenlanden van het huidige Canada om onder meer de Huron en de Iroquois tot het christendom te bekeren. Na jaren zwoegen lukt het de Fransen om het vertrouwen te winnen van de Huron, traditioneel aartsvijanden van de Iroquois. Juist in die tijd maken de Iroquois zich op voor een beslissende slag tegen de Huron, die door uit Europa geïmporteerde ziektes als griep en waterpokken danig verzwakt zijn.

De Iroquois, die zich hebben bewapend met door Hollanders geleverde musketten, moorden niet alleen de Huron uit maar ook de Jezuïtische missionarissen. Omdat zij de Fransen bijzondere machten toeschrijven worden die extra wreed gemarteld. Het boek begint en eindigt met Kateri Tekakwitha (1656-1680), een Huron vrouw die zichzelf tot martelares maakt. In 1980 is zij zalig verklaard door paus Johannes Paulus II.

Om redenen die niet worden toegelicht heeft Vollmann deel VI, The Rifles, als volgende deel laten verschijnen. Opnieuw wordt de westerling geconfronteerd met de inboorling, deze keer tijdens een poolexpeditie in het midden van de vorige eeuw. De ontdekkingsreiziger Sir John Franklin doet in 1845 voor de vierde keer een poging om een noordwestelijke doorgang van de Atlantische naar de Stille Oceaan te vinden. Zijn schepen lopen vast en zijn manschappen verhongeren, worden aangevallen door wolven of vervallen tot kannibalisme.

Naast zijn cyclus over de geschiedenis van Amerika is Vollmann bezig aan een studie van het geweld, de gedaantes ervan en wanneer geweld moreel wel of niet gerechtvaardigd is. Hij bezocht oorlogsgebieden en houdt in den lande lezingen over het onderwerp waarbij hij niet aarzelt in de zaal een pistool af te schieten. Volgens de berichten heeft hij in zijn huis in Sacramento van daknok tot kelder tientallen wapens verstopt.

Nachtmerries

Vollmann werd geboren in 1959 in Los Angeles en was de oudste van vier kinderen. Het gezin verhuisde naar New Hampshire waar de vader van Vollmann economie doceerde aan Dartmouth College. Toen de kleine Bill negen jaar was speelde hij samen met zijn zusje van zes bij een meertje. De jongen, die geacht werd op haar te letten, keek even niet en zijn zusje verdronk. Deze traumatisch ervaring bezorgde de jongen nachtmerries maar maakte hem naar eigen zeggen ook tot iemand die voortaan altijd op alles moest letten.

Het gezin verhuisde naar Rhode Island en naar Indiana waar Bill de middelbare school bezocht. Zijn prestaties op school waren zo goed dat Vollmann werd uitgenodigd door het Californische college Deep Springs, dat alleen de allerintelligentsten uitnodigt en alles voor hen betaalt. Vollmann studeerde daarna ook aan het respectabele Cornell en publiceerde in 1987 zijn literaire debuut, You Bright And Risen Angels.

Dat ging niet zonder problemen. “Ik stuurde Angels naar heel veel verschillende uitgevers.” zei Vollmann vorig jaar in een interview. “Ik had nog nooit iets gepubliceerd. Andre Deutsch in Engeland was de enige die toen interesse had. Zij namen het en ze waren geweldig en dat zijn ze nog steeds.” Via zijn Engelse uitgever kwam Vollmann bij de Amerikaanse uitgevers Atheneum, Farrar Strauss & Giroux en bij Viking/Penguin terecht.

Een van de onderwerpen waardoor Vollmann wordt gefascineerd is de prostitutie. Over prostituées schreef hij een groot aantal verhalen en een paar boeken. Ooit verklaarde hij dat hij als researcher in de prostitutie geraakte omdat hij zijn vrouwelijke personages overtuigender wilde maken. Vollmann vroeg zich af wat de beste manier was om er echt iets aan te doen. “De beste manier is relaties te hebben met veel verschillende vrouwen. De beste manier om dat voor elkaar te krijgen is veel hoeren oppikken.” Praktisch als hij is, toog Vollmann dus naar het Tenderloin-district in San Francisco. Hij betaalde vrouwen om verhalen te horen.

De resultaten zijn Thirteen Stories and Thirteen Epitaphs, Whores for Gloria en Butterfly Stories. Dat we met een studieuze jongeman te maken hebben, mag blijken uit de handige woordenlijst achter in Whores for Gloria, benevens een puntsgewijze profielschets van de prostituées in het Tenderloin-district en, tot slot, de straatprijzen in de periode 1985-1988. Met de hand, $15-25; met de mond, $15-25; plat op de rug, $40-50; lesbische seks, $100-200.

Slordig

Vollmann zit als jong auteur al in de uitzonderlijke positie dat hij en alleen hij bepaalt wanneer er wordt gepubliceerd en hoe dik het boek wordt. Met veel plezier vertelt hij aan iedereen dat deel II van Seven Dreams, Fathers And Crows, volgens zijn uitgever eerst niet kon worden gepubliceerd. Het moest met de helft tot een derde worden ingekort. “Al mijn redacteuren haatten het,” vertelde Vollmann na verschijnen in het blad Image. “Ze vonden het langdradig en slordig. Ze hadden het gewoon niet begrepen. Ze vonden het saai. Ze hebben het denk ik ook niet uitgelezen. Ze hielden voet bij stuk. Ze wilden dat ik het met de helft inkortte. Ik heb dat gewoon geweigerd. Het duurde lang voordat ik dat boek gepubliceerd kreeg, het is een paar jaar blijven liggen. (-) Gelukkig kreeg het boek ontzettend goede kritieken en opeens veranderden ze van gedachten, zoals je van redacteuren kunt verwachten. De meeste redacteuren lijken onafhankelijke denkers te willen zijn maar uiteindelijk zijn ze erg afhankelijk van goedkeuring door de massa.”

Vollmann is inmiddels een veelgeprezen auteur en critici lijken of enthousiast of volkomen onverschillig. In het laatste geval hoor je ze, niet dus iedereen lijkt met 'William the Blind', zoals hij zichzelf wel noemt, weg te lopen. De bezwaren van Vollmanns redacteuren zijn wel te begrijpen. Hoe boeiend het verhaal van de noormannen die Amerika ontdekken ook is, de lange inleiding met de hele geschiedenis van de Noordse heersers kan wel wat korter. Ook de 990 pagina's Jezuïeten en Indianen zijn erg veel van het goede.

The Rifles is minder lang en afwisselender. De 440 pagina's van het boek zijn voor bijna een kwart noten, glossaria, illustraties, chronologie en verantwoording. The Rifles laat ook meer zien van de structuur die Vollmann aan zijn Seven Dreams heeft gegeven. The Ice-Shirt bevat midden in de sage over Oude Broer en Jonge Broer een hoofdstukje over 'Travestieten in San Francisco, 1987'. Verderop vertelt Vollmann ook over een ik-figuur, Bill, die in Groenland rondzwerft. In Fathers and Crows zwerft de ik-figuur, temidden van de avonturen van de Jezuïeten, ook in het heden door dezelfde streek. Er is al meer bekend en bewaard gebleven. De mengeling van fictie en verdichtsel van toen staat dichter bij de fictie en de werkelijkheid van nu.

Parallel

De sprong die de schrijver maakte van deel II naar deel VI, The Rifles, moet ook door de lezer gemaakt worden. Het verhaal van John Franklin die in de vorige eeuw naar een noordwestelijke passage zoekt, loopt parallel met een moderne gedaante van John Franklin, alias Bill, alias William the Blind en ook wel Captain Subzero. Het personage Bill, een romanschrijver, heeft een verhouding met een Inuit-vrouw, die Reepah heet. Zij wordt zwanger en baart een kind. Bill trekt echter verder en Reepah pleegt zelfmoord.

Heeft Vollmann dat echt meegemaakt of creëert hij een vorm van fictie die de lezer in permanente onzekerheid moet houden? Symboliseert het verhaal van Vollmann zijn waarheid, die als een rode draad door de Seven Dreams loopt, namelijk dat de autochtonen van het Noordamerikaans continent geleidelijk worden uitgemoord door de Europese indringers en hun nazaten?

De Seven-Dreams-boeken van Vollmann zijn als de kanten van een ruwe diamant. Er moet nog wel aan geslepen worden maar er is al veel moois te zien. In The Ice-Shirt bijvoorbeeld is het wapen de ijzeren bijl, in Fathers and Crows is het inmiddels een musket en in The Rifles maken de oorspronkelijke Amerikanen kennis met het repeteergeweer. Welke andere vormen van destructie zullen zijn volgende boeken brengen?

Hoewel Vollmanns leven en werk bijna niet uit elkaar te houden zijn, beschouwt hij zichzelf als iemand die is gesteld op privacy. Niemand mag weten wie zijn vriendin is want dat zou voor haar - zij is arts in een ziekenhuis - consequenties kunnen hebben. Dat zegt Vollmann in meer dan één interview.

Wat heeft Vollmann met vrouwen? En wat heeft hij met mythevorming? Zijn vrouwen vertrapten, hoeren, madonna's of alle drie? Mogen we verbanden leggen tussen de tragische dood van Vollmanns zusje en zijn visie op vrouwen? Het zijn de vrouwen Freydis en Gudrid die in The Ice-Shirt heersen. Het is Kateri Tekakwitha, van wie de lof wordt gezongen in Fathers and Crows en het is Reepah die in The Rifles sterft als een martelares.

Als Vollmann onderweg voorzichtig is, kunnen de nog te publiceren vier delen van Seven Dreams hier meer duidelijkheid over verschaffen. Volgens de schrijver zelf moet de zevendelige cyclus op zijn veertigste wel zijn voltooid. Misschien laat de schrijver zichzelf wel sterven in deel VII, na het beschrijven van zeven eeuwen bijzonder nare dromen. Of dat in het echt of in de roman zou gebeuren is bij Vollmann niet altijd duidelijk. Het schijnt Vollmann ook koud te laten: “Ik heb al veel in mijn leven gezien. Ik heb het gevoel dat ik veel meer heb geleefd dan de meeste mensen die ik ken. Als de prijs daarvoor een voortijdige dood is - en dat is altijd mogelijk - dan ben ik zeker bereid die te betalen.”

UIT WILLIAM T. VOLLMANN, THE ICE-SHIRT

Each Age was worse than the one before, because we thought we must amend whatever we found, nothing of what was being reflected in the ice-mirrors of our ideas. Yet we were scarcely blameworthy, any more than the bacilli which attack and overcome a living body; for if history has a purpose,1) then our undermining of trees and tribes must have been good for something. - Be it so.

1)If not, then there is nothing wrong with inventing one.