Ik ben normaal

Q. The modern guide to music and more. July 1994. Prijs ƒ 12,95

Het valt niet mee om een grote popster te zijn. Elvis werd een koning die zich dood at, Michael Jackson ontpopte zich tot een merkwaardig soort kindervriend. En ook Prince en Madonna gedragen zich niet als gewone stervelingen, zo kan weer eens worden vastgesteld in het julinummer van het Britse tijdschrift Q.

Van alle popsterren is Prince wel de raadselachtigste. Waarom veranderde hij bijvoorbeeld een jaar of wat geleden zijn naam in het onuitspreekbare teken dat wel het Love Symbol wordt genoemd? Aan Voorheen Prince kon de vraag niet worden gesteld, want hij gaf sinds mensenheugenis geen interviews. Nu doorbreekt hij 'exclusief' in Q zijn jarenlange stilzwijgen en laat ons weten dat hij het deed 'op advies van zijn geest'. Toch zegt Voorheen Prince met grote stelligheid: 'Ik ben normaal'. Gelukkig blijkt uit de rest van het interview dat dit helemaal niet het geval is.

Een echt interview was het eigenlijk niet dat Adrian Deevoy had met het Love Symbol in Monaco waar Voorheen Prince op een besloten feest van de plaatselijke prins optrad. Dertig minuten zou hij Voorheen Prince te spreken krijgen, op drie voorwaarden: het was niet toegestaan om opnameapparatuur mee te nemen, hij mocht geen pen en papier bij zich hebben en het stellen van vragen was verboden.

“Ik zeg niet veel,” is het eerste dat Voorheen Prince zegt nadat hij naast de journalist op een groot wit bed in een hotelkamer heeft plaatsgenomen. Toch ontwikkelt zich een vreemd, broeierig gesprek tussen de twee. Wanneer tien van de dertig minuten zijn besteed aan het elkaar aankijken, besluit Deevoy, bevangen door een lichte paniek, zich niet te houden aan de derde voorwaarde. Waarom zing je zoveel over seks, vraagt hij bijvoorbeeld. Dat is zoals jij het ziet, zegt Voorheen Prince, dat is in jouw geest.

De verschillen in perceptie vormen een gevoelig punt; alles betekent voor iedereen iets anders, beweert Voorheen Prince. Er blijken nog meer onderwerpen te bestaan waarover Voorheen Prince zich kan opwinden en waarover hij bij nader inzien best wat wil zeggen. Over de categorisering van muziek bijvoorbeeld - wie kan het wat schelen of muziek pop, rock of indie is? Of over de beperking van de artistieke vrijheid door platenmaatschappijen. Waarom kan George Michael, verwikkeld in een proces met platenmaatschappij Sony die hem wil dwingen een bepaald soort muziek te maken, niet doen wat hij wil, vraagt hij. Het gesprek eindigt na anderhalf uur in een lange monoloog van Voorheen Prince, onderbroken door een boer van opwinding, over de vrijheid. De vrijheid van artiesten om te maken wat ze willen, de vrijheid van kinderen om te zingen, van dolfijnen om te springen en van George Michael om een ballet te schrijven.

Het is een interview om ademloos te lezen, maar uiteindelijk blijft Voorheen Prince even ondoorgrondelijk als voor het doorbreken van zijn stilzwijgen.

Veel minder raadselachtig is Madonna, zo blijkt uit het live-tv-gesprek met de Amerikaanse talkshowmaster David Letterman dat gedeeltelijk in Q staat afgedrukt. Zij wil alleen nog maar choqueren. Door in elke zin 'fuck' te zeggen, door David Letterman uit te dagen om aan haar onderbroek te ruiken, door van een héél grote sigaar te zeggen dat die de juiste maat heeft en door te beweren dat pissen bij het douchen goed is tegen voetschimmel. Volgens Q was het Amerikaanse publiek geschokt. Voorspelbaar geschokt, zou ik zeggen, want wie Madonna uitnodigt moet nu onderhand wel weten waar dit toe leidt. Bij een volgende talkshow zal ze hoogstwaarschijnlijk uitweiden over de genoegens van dildo's en wellicht zelfs een demonstratie geven.