I Found A Voice

De Amerikaanse zanger Wilson Pickett beschikt over de gave van de Gil en nergens is die beter te horen dan in het nummer 'I Found A Love'. “Het is de schreeuw die iedereen die iets te vrezen heeft verbindt met iedereen die iets verlangt.” Dit is de laatste aflevering van De luchtgitaar.

Op een morgen rende de jonge Wilson Pickett - op de vlucht voor zijn moeder die hem met een koekepan en zijn grootvader die hem met de Bijbel op z'n kop wilde slaan - het huis uit en slaakte, eenmaal op veilige afstand, een kreet die op zijn gemoed de uitwerking had van een bom op een stuwdam. Zijn stem spoelde over de moerassen en door de bossen van Alabama en toen de echo hem bijna tegen de grond sloeg wist hij ogenblikkelijk 'Uh-oh! Dit is het!' Niet veel later stuurde zijn moeder hem naar zijn vader in Detroit en daar stond hij nu, 21 jaar oud, met glad achterover gekamd haar en een streep zorgvuldig gecultiveerd dons op de bovenlip als een van The Falcons tussen vier brothers die net zulke uit twee kleuren glimmend paars gesneden pakken en puntschoenen droegen als hij, te wachten op een teken van Meneer West, de baas van het Lupinelabel, achter de ruit van een opnamestudio die niet veel groter was dan de kamer die Wilson destijds in het zuiden met zijn broertjes en zusjes moest delen. Hij zweette als een otter in zijn getailleerde overhemd en te strakke boxer-shorts, maar zijn ziel voelde cool als ijs.

Er zit iets geforceerd opgewekts in de aanzet van de piano, iets bangigs bijna, alsof de locatie een duister café is en de pianist voelt dat er, behalve dreigende blikken, van onder een van de tafels ook de loop van een pistool op hem is gericht, dat wel eens af zou kunnen gaan, als hij niet héél vlug zijn late-avondmelancholie verruilt voor wat pittigers, iets dat het damesgezelschap wat minder afwijzend kan doen staan tegenover het in elkaar schuiven van de heupen, hier op de dansvloer en later waar dan ook.

De rest van de band pakt de hint van de pianist op en steunt 'm in een deuntje dat uitnodigt tot resoluut meedeinen. De saxofoon klinkt volks als een vol Jordaancafé en bas en drums doen alsof ze samen aan het mattenkloppen zijn, maar de gitaarpartij lijkt wel tien jaar later op een veel zonniger plek op aarde ingespeeld te zijn, door een muzikant die net te horen heeft gekregen dat een lang gekoesterde stille liefde eindelijk beantwoord gaat worden. Zo dartel en sprankelend en ver hun tijd vooruit zijn de achtjes die hij om de rest heen draait, dat de vier mannen met wie Wilson Pickett de microfoon moet delen in hun verwarring niet anders weten te verzinnen dan in te vallen met een voor alle gelegenheden geschikt 'Yeah, Yeah, Yeah' - waarbij elk langgerekt yeah van een groter vraagteken richting Pickett voorzien lijkt dan het vorige. Maar Pickett is niet bezorgd - nooit meer, niet sinds de dag, jaren terug, in de bush van Alabama dat hij de gave van de Gil ontving.

Precies op het moment dat de overige Falcons beginnen te wanhopen dat hun geyeah nooit meer beantwoord zal worden, glijdt hij geruisloos en snel als de schaduw van een haai onder water naar voren en neemt met zijn eerste woorden bijna een hap uit de microfoon. I FOUND A LOVE!

gezongen in hoofdletters die eigenlijk paginagroot afgedrukt zouden moeten worden, willen ze de kracht kunnen beschrijven waarmee ze als keien uit het elastiek van een katapult uit zijn stembanden wegschieten. Dow-dow-dow-dow-dow is de reactie van de overige Falcons, op een toon alsof ze willen zeggen, 'nou-nou-nou'. Maar Wilson Pickett is nog maar net begonnen. I FOUND A LOVE herhaalt hij, als om het hem en iedereen die het maar horen wil nog eens goed in te peperen, en voegt er bij de derde keer aan toe '....that I Neee-hee-heee-heed!' Het dreigende dalen van zijn stem maakt duidelijk dat dit niet ter verklaring bedoeld is, laat staan als excuus, maar om te benadrukken dat de wereld er is om aan zijn behoeften te voldoen en die behoeften zijn ENORM.

I found a KISS, is het volgende statement, en vergeleken bij de natte smak waarmee dat woord hier als een plastic zak met water in je oor uiteenspat, is de kokette kus van Prince niet meer dan een opgedroogde dode vlieg die van het plafond op je wang valt. I just want to tell you that I can't resist, zingt Pickett, maar - en de steeds sierlijker en spottender wordende 'sliep-uit' geluiden van de gitaar onderstrepen dit - bedoelt dat hij zich niet hoeft in te houden, niet sinds die ochtend in Alabama, no sir.

And I wanna call her now, dit opeens in bijna zakelijk parlando, alsof hij zich met schrik haar dringende boodschap op het antwoordapparaat van zijn hart herinnert, en aangemoedigd door het inmiddels tot krols kattegejank opgevoerde geyeah-yeah van The Falcons besluit hij van de gelegenheid gebruik te maken om hier en nu een en ander recht te zetten. Wait a minute: one thing I wanna say right here. En we moeten inderdaad even wachten, en nog even wachten, waarschijnlijk omdat Wilson naar een beschrijving van haar deugden zoekt die ook geschikt is voor de jeugdige luisteraars. Maar als hij die gevonden heeft (iets over de manier waarop ze loopt en de manier waarop ze praat en zo) blijken niet alleen die maar eigenlijk álle woorden tekort te schieten. Je voelt hoe er zich tijdens zijn zwijgen op de maat van de muziek iets als een grote luchtbel vanaf de bodem van een moeras in zijn ziel omhoog werkt: iets dat ooit ontketend werd in de bossen van Alabama en hem sindsdien elke dag als een weerwolf bij volle maan van gedaante doet veranderen. And sometimes I call her in the midnight hour... AAAAAAHHHHHH! Nee, herstel, maak daar maar van: “....” Wat hier aan de keel van Wilson Pickett ontsnapt, valt met geen pen te beschrijven. Geen symfonieorkest kan tegen dit geluid op, geen duizend misthoorns, straaljagers, geen brekend glas, geen luchtalarm of gitaar. Een 'gil', een 'schreeuw', okay, maar dan één die alle hoge hakken binnen gehoorafstand met een harde klak pas op de plaats doet maken en kerels van twee koppen groter schielijk doet oversteken naar de andere kant van de straat. Het is de schreeuw die iedereen die iets te vrezen heeft verbindt met iedereen die iets verlangt, de perfecte mix van pijn en plezier. De schreeuw waarmee de leeuwin haar doodgeboren jong tot leven brult. De schreeuw die mensen zo getransformeerd heeft dat ze lachend hun voet door een betonnen muur heenzetten.

De schreeuw van Wilson Pickett in I Found A Love is die van de grote gospelzangers die hij in zijn jeugd zo bewonderde, alleen dan niet afgevuurd op de apathische hemel maar op de wereld - waar 'bad' goed is en goed 'baaaaaad'. Een schreeuw die de wereld, die even daarvoor nog als los zand aan elkaar hing, pas als 'wereld' bij elkaar schreeuwt: een prachtig veld barstend van het sappige groene gras en jij bent de maaier. Het is de schreeuw die je nooit wilt ophouden te schreeuwen omdat je voelt hoe je met elke schreeuw groter en sterker en glanzender wordt en dat alleen al is een reden om nog meer en nog harder te schreeuwen; om iedereen die je uit naam van de wet, de goede smaak of het redelijk verstand wil beletten je mond open te doen of je (als je dan per se iets moet zeggen) wil verplichten met twee woorden te spreken, finaal omver te schreeuwen. Hé kijk moet je mijn voeten zien: als nieuw! Moet je zien hoe ik beweeg: als nieuw! Moet je mij horen: “...!”

Misschien dat de gospelzangers uit zijn jeugd er uit pure dankbaarheid van in extase konden raken, maar niet Wilson Pickett. Hij zou wel gek zijn om deze kracht die zijn huid doet spannen alsof een zwarte panter daaronder haar spieren strekt weer uit handen te geven. Als God niet gewild had dat deze jongen zich de macht van die schreeuw toe zou eigenen, had Hij maar een wereld zonder echo moeten scheppen, of in ieder geval een Alabama zonder echo.

Don't leave me baby, hoor je hem nog zeggen, en dan is hij zelf weg. Pickett, met achterlating van een lied dat hij naar conventionele maatstaven maar half heeft afgezongen, maar dat via zijn schreeuw weerklank heeft gevonden in talloze andere songs, die, hoe ze ook mogen gaan, 'I found a love', 'I found a home', 'I found The Lord', etcetera, allemaal hetzelfde zeggen, het belangrijkste - dat alleen gezegd kan worden door de luchtgitaar in haar zuiverste vorm en meest directe verbinding met de ziel, de luchtpijp: I Found A Voice.