Het Nederlandse theater: themaloos maar vormvast; Geef ons een bierkaai

Elk land krijgt het toneel dat het verdient en daarom is het toneel in Nederland een gevecht tegen het luchtledige. Het Theaterfestival en de Rotterdamse Schouwburg stellen elk jaar een repriseprogramma samen van de beste produkties van het afgelopen seizoen. Ook in de nu uitgekozen stukken vonden de theatermakers nauwelijks thema's om zich over op te winden. Wat overblijft is de vorm.

Oostenrijk - wie had dat nou gedacht - is een land dat afgunst wekt. En verbazing, want die gaat aan de afgunst vooraf. De kampioen van de neutraliteit ligt overhoop met zichzelf. Niet om een stagnerende economie of een oplopende hypotheekrente, ook niet om de aansluiting bij de Europese Unie en evenmin prikkelt aanstormend rechts het nationale geweten overmatig - nee, waar de gemoederen over verhit raken met een hartstocht die een burgeroorlog niet zou misstaan, is de vraag of het contract van Claus Peymann, artistiek leider van het Burgtheater, in 1996 al dan niet verlengd moet worden. Het land of in elk geval de hoofdstad, is verdeeld in pro- en anti-Peymannen, men scheldt, bedrijft demagogie, doet mee aan polemieken, zwaait met rapporten, lobbiet en dreigt. Tot in de hoogste kringen heeft men een mening over de kwestie.

De afloop is bij voorbaat oninteressanter dan de controverse, met alle respect voor Peymann. Of hij uiteindelijk mag blijven of moet opstappen, is straks niet zonder betekenis, maar heel wat belangwekkender is het tumult waartoe die vraag aanleiding geeft. Het bewijst dat theater er toe doet in Oostenrijk, er heel veel toe doet zelfs. Dat is uitzonderlijk en uniek en jaloersmakend. Als immers het belang dat in brede kring aan kunst gehecht wordt een graadmeter is voor de beschaving van een land, dan is Oostenrijk een hoogstbeschaafde natie. En Nederland barbaars ontwikkelingsgebied.

Hier kunnen Gerardjan Rijnders en zijn Toneelgroep Amsterdam op een achternamiddag besluiten de hoofdstedelijke schouwburg te verlaten en uit te wijken naar een lege fabriekshal. Hier kan het ook gebeuren dat het prachtige Kleine Zielen van bewerker en regisseur Ger Thijs niet wordt opgenomen in het Theaterfestival noch in het jaarlijkse repriseprogramma van de Rotterdamse Schouwburg, zonder dat de organisatoren ook maar een excuus van al was het maar technische aard hoeven te verzinnen. En is er hier ook maar iemand, om de vergelijking wat directer te maken, die zich druk maakt over de benoeming van Thijs tot artistiek leider bij Het Nationale Toneel? Of over het functioneren van Rijnders, om welke reden dan ook? Niets van dat alles. Hooguit klinkt in kleine kring hier wat gemor en daar wat instemming, maar de algemene reactie is schouderophalen.

Theater in dit land is een vorm van Don Quichotterie en zelfs dat niet eens. Het is een gevecht tegen het luchtledige, een verschijnsel dat omwille van zichzelf bestaat. Het is een theater voor en door betrokkenen, dat zich niet kan scherpen aan enige maatschappelijke respons, al is de boodschap die het brengt nog zo politiek en al trekken de bezoekcijfers aan. Theater is geen onderwerp van debat in dit land. Voorzover erover gesproken wordt gaat het van overheidswege over de centen en de spreiding en bij de betrokkenen zelf over reputaties en posities, over onderlinge sympathieën en vijandelijkheidjes.

Malle mie

Typerend voor de incestueuze neigingen van het Nederlandse theater is de produktie Piste die de moedwillig marginale groep Nieuw West onlangs uitbracht. Juist omdat het gezelschapje aan de rand van het spectrum opereert, geeft het zo goed zicht op de moeilijkheden van de theatermaker in ons land. Waarover moet hij het in godsnaam nog hebben? In Piste leek het in elk geval niet te gaan om de op landerige wijze gepresenteerde rommelcollage van ondoorgrondelijke teksten en cabaretnummertjes; van des te meer belang was daarentegen de bezetting van de hoofdrol. Daarvoor had men castingdirector Hans Kemna aangezocht. Dat was de stunt van de avond: een slecht spelende sleutelfiguur uit het theatercircuit, die zich twee uur lang als een malle mie uit de Kinkerbuurt te kijk liet zetten. Na afloop improviseerde Nieuwe West-lid Marien Jongewaard als klap op de vuurpijl nog een soort conférence bij elkaar, waarin hij in het wilde weg noten kraakte over (vermeende) misstanden binnen het toneelwereldje. De energie die hij erin legde was een betere zaak waardig geweest. Maar welke?

Met dat probleem kampt ook een groep als Mug met de Gouden Tand, eveneens opererend in de marge. Het grote verschil met Nieuw West is echter dat Mug de eigen onmacht onderkent. Hun voorstelling Onder Controle typeert het klimaat waarin theatermakers werken niet minder dan Piste, maar Mug maakt van de nood een deugd. Thema van de voorstelling is de zoektocht naar thema's, naar inhoud, naar mogelijkheden om stelling te nemen, om zich op te winden, zich ondubbelzinnig te engageren of te hoop te lopen tegen markant onrecht. Dat alles is of lijkt niet (meer) mogelijk, en daarom beperken de makers zich willens en wetens tot hun eigen strikt persoonlijke besognes.

Met een weldadig gevoel voor relativering maar tegelijkertijd hoogsternstig om de illusie van een inhoud niet te verstoren, laten de spelers het publiek delen in hun eigen frustraties, remmingen, zorgen. Over dik zijn of worden en de angst daarvoor, over 'de heelheid der dingen' die ze voelen, over het doodmaken van wat men liefheeft en over een jeugd waarover ze huilen moeten. Niets wereldschokkends, niets opmerkelijks, nog niet een aanzet tot een verrassende gedachte - en toch is Onder Controle een markante voorstelling.

Schokken

Het is een omissie dat Onder Controle niet in het programma van het Theaterfestival is opgenomen en een geluk dat de Rotterdamse Schouwburg die nalatigheid goedmaakt in het deze week bekendgemaakte repriseprogramma 'De Keuze van de Schouwburg'. Want Mug toont paradoxaal genoeg meer dan het eigen kleine verdriet. Het gezelschap geeft zicht op de toestand waarin ons theater verkeert. Het laat zien dat dit land het theater krijgt dat het verdient. Want het ontbreken van maatschappelijke weerklank is niet de schuld van het theater zelf. Het reageert wel degelijk op de samenleving - maar dat is er een die niet zo heel gemakkelijk meer te epateren of te schokken valt. Anders dan het kleinburgerlijke oerkatholieke en bij nader inzien misschien wel helemaal niet zo beschaafde Oostenrijk dat een tekstterrorist als de onlangs overleden Werner Schwab voortbrengt, biedt ons wellicht helemaal niet zo barbaarse land kunstenaars nauwelijks bierkaaien om tegen te vechten. Kunstenaars exploiteren van de weeromstuit hun eigen innerlijk.

Authenticiteit

Maar dat is nog niet alles en ook daarvoor levert Onder Controle het bewijs. Waar het Nederlandse theater zich bij ontstentenis van causes in bekwaamd heeft, is de vorm. Mug jongleert kundig en knap met het thema van de themaloosheid. Themaloos maar niet stuurloos. De makers zijn niet bang voor pijnlijke stiltes en voor de razendmoeilijke montage van wat net zo goed in een reeks loze acts kan ontaarden. Ze laten zien dat de theatermakers in dit land dat zogenaamd geen traditie heeft op toneelgebied, wel degelijk een estafettestokje aan elkaar doorgeven. Mug met de Gouden Tand profiteert van wat het Werkteater in de jaren zeventig uitvond over de toepassing van het gewone alledaagse en het persoonlijke in het theater, over ritme en muzikaliteit van een voorstelling die geen enscenering van een tekst is, en over - het belangrijkste misschien wel - het overwinnen van schaamte, met behoud van authenticiteit.

Het is die mengeling van mentaliteit en vormbewustzijn, waarin het Nederlandse theater excelleert, in de marge maar ook bij het grote repertoiretoneel. Wat de lijstjes van het Theaterfestival en 'De Keuze van de Schouwburg' ons leren, is niet zozeer dat Shakespeares Richard III, Ibsens Vijand van het volk en Büchners Leonce en Lena tijdloos zijn (wat ze zijn) en eeuwigheidsbelang hebben (wat ze hebben), maar vooral dat Nederlandse theatermakers een hartstocht hebben voor vorm. Van de al genoemde Oostenrijkse schrijver Werner Schwab zijn twee ensceneringen (van Theu Boermans bij De Trust) uitverkoren. Het enthousiasme waarmee ze ontvangen werden, had veel te maken met de hunkering van het publiek en het theater zelf naar nieuwe inhouden, maar wat ze het enthousiasme waard maken, is de ijzeren consequentie die spreekt uit de vorm die De Trust eraan geeft. Het verbaast me niets dat Schwab de Nederlandse uitvoeringen van zijn teksten de beste vond.

Het vormbewustzijn is de kracht van het Nederlandse theater, maar vaak ook de zwakte. Dat zijn de momenten waarop geklaagd wordt over ondoorgrondelijkheid, over vergezochte stileringen, over 'montage'- of 'zap'-voorstellingen die niets te beweren hebben, over de marginalisering van het toneel en over dat arty geneuzel van een klein groepje gesubsidieerde klaplopers. Die kritiek is zinvol, het theatervolk moet er van tijd tot tijd van langs krijgen.

Chauvinisme

Maar onze eeuwige angst voor chauvinisme hoeft ons ook niet blind te maken voor de kwaliteiten van ons theater. In het Holland Festival was Shakespeares Antonius en Cleopatra te zien, in de enscenering van de belangrijke Duitse regisseur Peter Zadek. Het Holland Festival wordt bedankt, maar ik ben uit de voorstelling gelopen. Dat ontneemt me het recht op een eindoordeel, maar ik ben lang genoeg gebleven om er genoeg van te krijgen. Van het gebrek aan duidelijke keuzen van de regisseur die een kaal toneel combineert met een uitbundige kostumering uit koloniale tijden, van harembroeken die zogenaamd gewaagd doorzichtig zijn maar wel zicht bieden op de keurige minislip eronder, van de hiërachie in het gezelschap die tot gevolg heeft dat de bijrollen ronduit amateuristisch vertolkt worden, van de gespeelde zwoelheid die geen moment meer werd dan een opgeplakte nepneus.

Er liep daar een verwende theatertoeschouwer weg.

De Keuze van de Schouwburg

Toneel: Oom Wanja van Tsjechov bij Art & Pro in de regie van Frans Strijards

Richard III van Toneelgroep Amsterdam in de regie van Gerardjan Rijnders

Brief aan Vader van Franz Kafka in de regie van Ernst Braches

De Fantasten bij De Tijd van Robert Musil in de regie van Lucas Vandervost

Joko naar Roland Topor bij Blauwe Maandag Compagnie in de regie van Luk Perceval

Nora van Henrik Ibsen bij Theater Malpertuis in de regie van Dirk Tanghe

Play Strindberg van Friedrich Dürrenmatt bij Art & Pro in de regie van Frans Strijards

De Presidentes van Werner Schwab bij De Trust in de regie van Theu Boermans

Onder Controle, een eigen stuk, van Mug met de Gouden Tand

Dans:

One van Grace Ellen Barkey bij Theater am Turm

Suites van Harijono Roebana en Andrea Leine bij Dansersstudio

Bonjour Madame... van Les Ballets de la B.

Jeugdtheater:

Achter Glas van Speelteater Gent in de regie van Eva Bal

Het leven een droom van Huis aan de Amstel in de regie van Liesbeth Coltof

Othello van Muztheater in de regie van Allan Zipson).

31 aug t/m 20 sept in de Rotterdamse schouwburg. Inl. 010-4116929.

Het Theaterfestival

De Fantasten van Robert Musil door Toneelgroep De Tijd

Een vijand van het volk van Henrik Ibsen door Theater van het Oosten

Joko van Roland Topor door Blauwe Maandag Compagnie

De Presidentes van Werner Schwab door De Trust

Volksvernietiging of mijn leven is zinloos van Werner Schwab door De Trust

Leonce en Lena van Georg Büchner door Theatergroep Hollandia

De ondergang van de Titanic naar Hans Magnus Enzensberger door Toneelgroep De Tijd

Richard III van William Shakespeare door Toneelgroep Amsterdam

Ombat door Nova Zembla, een solo van Peter de Graef

Krazy Kat naar George Herriman door Theatergroep Bonheur i.s.m. Sequoia.

26 aug t/m 10 sept in Antwerpen en 1 t/m 11 sept in Den Haag. Inl. 070-3565356