Het mysterie van de zwarte ramen

Dat er een wezenlijk verschil bestaat tussen het zien en het denken te zien, ofwel de indruk van iets, zal de meesten van u niet verbazen. Het is echter soms verbijsterend om te ontdekken in welke mate deze twee van elkaar verschillen kunnen. U kunt makkelijk de proef op de som nemen door gedurende vijf seconden naar een object te kijken, dit vervolgens te verwijderen en het - uit het blote hoofd - na te tekenen. Meestal zullen alleen die details getekend worden, waaraan men een bepaalde betekenis heeft kunnen toekennen, waardoor deze details makkelijker te onthouden waren. Het beeld dat zo ontstaan is - een samenraapsel van die details waaraan de betreffende persoon de voor hem speciale betekenissen heeft toegekend - noemt men de indruk.

Een indruk van iets wordt dus gevormd door de emoties die speciaal op het betreffende object betrekking hebben volgens de persoon in kwestie. Deze persoon in kwestie ben ik zelf en daarom wil ik graag uitleggen wat voor gedachten door mijn hoofd gingen bij het zien van het opmerkelijke gebouw.

Toen ik ongeveer zes jaar was, begon ik me te interesseren voor het befaamde duo Suske en Wiske. In een van deze afleveringen, waarvan de titel mij nu niet te binnen schiet, kwam het onderwerp kerncentrale ter sprake. De kerncentrale in de Suske en Wiske zag er echter niet uit zoals de huidige kerncentrales. Deze centrale was een groot, lang, rechthoekig blok beton, staande midden in een vierkante plas zure substantie, waar men niet levend doorheen scheen te komen. De enige mogelijkheid in de centrale te komen, was via het dak met een helikopter of iets dergelijks (in de Suske en Wiske was het nota bene Lambik die een op een mislukte helikopter gelijkend voer-/vliegtuig hiervoor bedacht, maar dit terzijde). In deze centrale vonden vreemde praktijken plaats, die dus geheel aan het oog van de bevolking onttrokken waren. Mysterieuzer kan het haast niet, dacht ik toen bij mezelf.

Bijna tien jaar later verhuisde ik naar Zelhem, een dorp zes kilometer ten noorden van Doetinchem liggende in de Achterhoek. Mijn reis van huis naar school en terug bestond nu uit een fietstocht langs andere wegen, bomen, struiken, huizen en flat(gebouwen). Toen ik in de heerlijke zomerzon voor het eerst naar school ging om mijn nieuwe lesrooster op te halen, werd ik overspoeld door nieuwe indrukken. Ineens werd mijn blik gevangen door een vreemd gebouw met zwarte ruiten, staande midden in het natuurschoon van het Achterhoekse landschap. Meteen deed dit gebouw mij denken aan een plaats waar duistere kernenergie-praktijken en meer van dat soort bezigheden plaats konden vinden.

Een goed half jaar later verkondigde mijn tekenleraar dat wij - de 4-Atheneum-klas - een gebouw moesten gaan zoeken dat een speciale betekenis voor je had. De tekenleraar verzamelde de adressen van de gebouwen en zou dan op pad gaan om foto's te nemen van jouw eigen speciale gebouw. Ik had dus al snel een keuze gemaakt. Er was echter het probleem dat ik niet beschikte over het adres van mijn gebouw. Ik legde dus zo goed en kwaad als het ging de lokatie van het gebouw aan de tekenleraar uit. De volgende les vertelde hij mij dat hij vier keer de weg Doetinchem-Zelhem op en neer had gereden alvorens hij mijn gebouw had gevonden.

Achteraf gezien bleek ik een niet-kloppende omschrijving gegeven te hebben van het gebouw waar het om ging. En nu komen we tot de kern: mijn indruk van het gebouw kwam op het eerste gezicht niet echt overeen met hoe het er in werkelijkheid uitziet. Ik omschreef het gebouw als 'een hoog flatgebouw met zwarte ramen', terwijl het eigenlijk een ontzettend klein gebouw met zwarte ramen was. Zo blijkt dus weer dat het zien anders kan zijn dan het denken te zien.

Waarom zag ik mijn gebouw als een flatgebouw? Daarvoor moet ik even terugkoppelen naar de kerncentrale in de Suske en Wiske. Dit gebouw riep dezelfde mysterieuze sfeer op als het gebouwtje met de zwarte ramen deed. Op de een of andere manier werden de indrukken van beide gebouwen door mijn grijze hersencellen samengevoegd tot één beeld of indruk die dan ook beide gebouwen vertegenwoordigde. Deze indrukken-mix kwam tot uiting bij het omschrijven van mijn gebouwtje - helaas ten koste van de moeite en benzine van mijn tekenleraar.

Nu heb ik mijn keuze van het vreemde gebouw in het midden van het Achterhoekse landschap wel enigszins gerelativeerd door terug te koppelen naar het verhaal van Suske en Wiske, maar ik voel mij verplicht ook te melden waarom ik nu juist dàt plaatje heb onthouden. Dit plaatje stond in een aflevering van Suske en Wiske die ik negen jaar geleden gelezen had. Aangezien ik op het moment dat ik dit schrijf de leeftijd van vijftien heb en ik zes jaar oud was toen ik het verhaal las - en het nadien nooit meer gelezen heb - zult u misschien tot de conclusie gekomen zijn dat er maar liefst negen jaar voorbij zijn gegaan vanaf het moment dat ik het verhaal las. De kerncentrale in de Suske en Wiske moet dus wel een enorme indruk op mij hebben achtergelaten. Ik denk dat ik wel weet waar dat aan ligt. Op de een of andere manier trekt het mysterieuze mij enorm aan. Ik was altijd al dol geweest op de bizarste en schijnbaar onmogelijke ware gebeurtenissen. Ik verslond alle boeken over de mysterieuze verdwijningen in de Bermuda Driehoek en genoot van de verhalen over de vreemde wereld van de parapsychologie. Het lijkt me daarom niet bizar dat ik juist dàt plaatje van de kerncentrale in het stripverhaal associeerde met het vreemde gebouw in de Achterhoek.

Wat de werkelijke functie van het gebouw op de weg van Doetinchem naar Zelhem - en terug - nu is, weet ik nog steeds niet. Het is in ieder geval zo, dat ik ieder keer als ik er langsrijd toch even kijk naar het mysterieuze blok beton met zwarte ramen.