Drie seconden door een mini-museum

Het was me eigenlijk nog nooit opgevallen wat voor aparte maar toch gewone dingen je tegen kan komen. Om een voorbeeld te noemen: twee bussen. Als ik het eerste uur vrij ben, ga ik toch wel meestal om hetzelfde tijdstip van huis weg. Ik kom dan langs een bushalte, wat op zichzelf heel normaal is. Elke keer weer komen er twee bussen achter elkaar mij tegemoet vanaf het station richting Groningen. Je kunt er bijna een klok op gelijk zetten. Ik merk het meteen als ik te laat ben, want dan kom ik geen twee bussen richting Groningen tegen.

Wat me nog meer opgevallen is, is het tunneltje waar ik elke dag minstens twee keer doorheen moet. Aan het begin van dit schooljaar was het nog schoon met af en toe een kleine graffiti. Inmiddels is het hele tunneltje volgepropt met graffiti. Wat, of beter gezegd wie je nooit ziet, zijn de personen die deze kunstwerken produceren. Als je ze dan toch eindelijk ontmoet, is dat maar van korte duur. Want je nadert hét tunneltje, je twijfelt of je er snel of langzaam doorheen zal fietsen. Als je dan toch eindelijk hebt besloten om er je de tijd voor te nemen, zie je dat het hele tunneltje blauw staat van de gasontwikkeling van de spuitbussen. Je bent nog enkele meters van het tunneltje verwijderd en je ogen beginnen al te tranen en je krijgt het benauwd. Je kijkt ook op je horloge, want je moet nog je proefwerk economie leren voor morgen en je hebt er nog niet veel aan gedaan, eigenlijk helemaal nog niets. Je denkt dan bij jezelf dat je morgenvroeg dan maar om 6 uur op moet staan. Je meent 4 personen te zien spuiten en fietst zo snel mogelijk door totdat je weer vrij adem kan halen en baalt als een stekker. De volgende keer beter dan maar.

De volgende ochtend stap je weer vol moed op de fiets en hoopt op een prettiger weerzien met de graffitikunstenaars. Maar helaas, ze zijn er niet. Misschien vanmiddag wel. Onderweg naar school, ondertussen groet je twee buschauffeurs van lijn 51 en 52 richting Groningen en je bent blij dat je op tijd bent.

Het is drie uur en je stapt op de fiets en gaat vermoeid richting huis waar je op de bank kunt neerploffen en thee drinkt. Je denkt helemaal niet meer aan het tunneltje totdat je weer in de buurt komt. Als je dan weer bij het tunneltje aangekomen bent, zie je twee personen staan. Je raapt alle moed bij elkaar en stopt. De twee kunstenaars kijken niet eens op of om, ze zijn ingespannen bezig een letter in te kleuren. Bij een van de twee zie je het puntje van de tong door zijn lippen komen. Je kijkt vol bewondering eens in het rond en vraagt je af waarom zij dat wel kunnen en jij niet. Het ziet er prachtig uit. Het loopt allemaal mooi in elkaar over, zowel de kleuren als de vormen. Je probeert je voor te stellen wat er achter zit. Er staan plaatjes en Engelse termen. Je bent er benieuwd naar, maar vraagt het niet.

Opeens word je benaderd door een van de twee kunstenaars en hij begint een praatje met je. Hij vraagt of je dit als kunst of vandalisme ziet. Je knippert met je ogen en bekijkt hem met grote ogen. Daar had je nog helemaal niet aan gedacht, dat sommige mensen dit als vandalisme zien. Hiervoor moet je talent, gevoel, passie en durf hebben en als je één ding mist, lukt het je niet om zo'n kunstwerk te produceren. Jijzelf hebt wel de passie, maar het talent, gevoel en durf niet.

Het kunstwerk is af en hij vraagt je naam, want hij draagt zijn werk aan jou op. Je antwoordt en vraagt of je zelf ook een bijdrage mag leveren. Hij twijfelt, maar zegt uiteindelijk ja. Je mag samen met zijn hulp de letter H inkleuren.

Op weg naar huis voel je je maag en hoofd bruisen. Je komt thuis en er is niemand thuis. Niemand aan wie je je verhaal vertellen kan. Bij het avondeten vertel je het je ouders. Die vinden het maar niks. Ze vinden het schending van openbare gebouwen. Daar zitten tunneltjes ook bij. Hoe je het in je hoofd heb gehaald om mee te werken aan zulke stomme graffiti, ook al is het maar één letter. Als je 's avonds je vriendin opbelt, reageert die helemaal tegenovergesteld

Het is weekend en je komt dan niet echt in de buurt van het tunneltje om je eigen ingekleurde letter te bewonderen.

Maandagochtend, je staat weer te popelen om weer naar school te gaan en natuurlijk die drie seconden door een mini-museum. Je nadert het en je schrikt je dood, want alles is weg, verdwenen! Je stopt en kijkt in het rond. Het heeft weer dezelfde grijze kleur als toentertijd. Het is overgeverfd. Je probeert een antwoord te zoeken hoe dit gekomen is; ze zijn vast betrapt bij het spuiten en moesten het onder toezicht oververven. Dat is pas vandalisme! Het vernielen van kunst!