De veteraan en de engel des doods; Roman van Jan de Hartog over de ouderdom

Jan de Hartog: De buitenboei. Roman. Uitg. De Prom, 300 blz. Prijs ƒ 34,90.

Het is een speciaal soort ontroering die ik vind in de boeken van Jan de Hartog, zoals in Hollands Glorie of Schipper naast God. Het is een robuuste, hoekige, mannelijke, niet-sentimentele vorm van ontroering; die van de lange deining, van de wereld van de zeesleepvaart, van windkracht zes en havenkroegen.

Over zijn romans is vaak laatdunkend geschreven in de trant van 'zeewater en calvinisme'. De Hartog noemt zichzelf een verteller. Houdt dat meteen een literaire veroordeling in? Is het dan zo dat de stijl er niet toe doet, slechts een vehikel is voor het verhaal dat van begin tot het eind beschreven moet worden?

Laat ik vooropstellen dat het vertellen van een verhaal met een begin, midden en eind, en dat bovendien boeit, een van de moeilijkste opgaven is van de literatuur. Gerard Reve, vriend van Jan de Hartog, heeft deze stelling verdedigd - en Reve is nadrukkelijk literatuur. Natuurlijk, vanwege zijn onverwisselbare stijl.

Maar een zin als de volgende uit De buitenboei, de nieuwste roman van De Hartog, mag er zijn. Hij gaat over juffrouw Ellie Bastiaans, een jonge vrouw die voor de tachtigjarige hoofdpersoon Martinus Harinxma de engel des doods wordt. 'Ik wist, met de zekerheid van de dromer: als mijn nummer getrokken wordt is de dood niet een oude monnik met een zeis en een zandloper die me wenkt in een poort, maar een mooie jonge vrouw in een deuropening met zonlicht achter haar.'

De buitenboei begint ermee dat oorlogsveteraan Harinxma via de jonge vrouw de opdracht krijgt een stelletje krijgsmakkers uit de Tweede Wereldoorlog te ronselen voor een proef, uitgevoerd door de Nasa in Houston. Het doel is een niet ongevaarlijk science-fictionachtig experiment, waarin de geest van het lichaam wordt gescheiden. Harinxma maakt de ronde langs zijn makkers van vroeger. Intussen ontwikkelt de liefdesgeschiedenis zich tussen de oude man en de jonge vrouw, tussen 'oud en lelijk' en 'jong en schoon'. Eén van de proefpersonen gaat dood, wat voor de lezer een veelbetekenende vooruitwijzing is: ook Harinxma gaat er onvermijdelijk aan. Aan het slot zweeft hij inderdaad het grote niets tegemoet. De verleidelijke juffrouw Bastiaans met haar mooie benen heeft hem eerst een jeugdige opleving bezorgd, waarna ze hem de kus des doods gaf. Het geheel uit dialogen opgebouwde slothoofdstuk, toepasselijk Vaarwel geheten, deed me denken aan de dramatische dialoog uit 'Space Oddity' van David Bowie waarin Major Tom voorgoed in het heelal verijlt: ground control verliest hem van het scherm, net zoals Harinxma geen contact meer heeft met de aarde.

Doodsangst

Toch doet de plot in De buitenboei er minder toe dan gemakshalve bij een verteller als De Hartog wordt aangenomen. Erachter gaat doodsangst schuil, de angst voor ouderdom, het gaat over kameraadschap en liefde. De Weense toneelschrijver Schnitzler zei eens dat 'alles in het leven slechts ervaring is, en dat het enige avontuur de ouderdom is'. Aan dit schrijnende avontuur, waarvan de afloop allang beslist is, nemen verschillende personages deel. Eén van hen is de dochter van Harinxma, Helen, die met haar verstikkende zorgzaamheid de oude man voortdurend in het bejaardenoord Golden Evenings wil transporteren. Haar vasthoudendheid en Harinxma's verzet levert hilarische passages op.

De alomtegenwoordige juffrouw Bastiaans is trefzeker geportretteerd: ze is veel meer dan het cliché van de aantrekkelijke jonge vrouw die een oude man in haar netten strikt. In zijn verhouding tot haar typeert De Hartog het fenomeen dat het bereiken van de tachtigjarige leeftijd op zijn minst één voordeel heeft: de oude man voelt zich gevrijwaard van de onrust en last van verliefdheid, van de redeloze drang tot beminnen en vooral 'ontsnapt aan de klauwen van een stapelkrankzinnige'. Die 'krankzinnige' dat is niet elke vrouw in het bijzonder; het is de onhoudbare drang zich te verlustigen in het beminnnen van een vrouw.

Hoewel er onvermijdelijk tal van gevoelens in het spel zijn tussen de juffrouw en de man is hun verhouding nooit sentimenteel, want De Hartog vermijdt het om gevoelens rechtstreeks of uitleggerig te benoemen. Hij beschrijft als het ware met de blik van buitenaf hun gesprekken, de slaapkamer waarin ze overnachten, de diners.

Tussen de romans van De Hartog die zich op zee afspelen en deze Buitenboei bestaat geen wezenlijk verschil, want het heelal waarin Harinxma verdwijnt geldt als symbool voor de onmetelijke oceanen uit eerder werk. Zoals de zee lokt en tegelijk angst inboezemt, zo trekt het heelal de hoofdpersoon aan. Verlangen en angst zijn een en hetzelfde. Alleen oppervlakkige lezing zou de gedachte rechtvaardigen dat Harinxma weer de toffe jongen van vroeger wil zijn; wat hij wil is zijn angst voor de dood bezweren door, paradoxaal genoeg, zijn leven in de waagschaal te stellen.

Jan de Hartog is een afstandelijk verteller. Hij is een auteur die een concreet onderwerp behandelt, in dit geval het ouder worden. Wat in de roman boeit en ontroert is dat angst voor ouderdom in energie en daadkracht wordt omgezet - een daadkracht die fatale gevolgen zal hebben. “De hel heeft vele vormen,” zegt juffrouw Bastiaans over het ouder worden van haar vader tegen Harinxma. Aan die vele verschijningsvormen van de hel ontsnapt hij door welbewust met Ellie Bastiaanse in zee te gaan. Aan het slot is zíj het die zich goed moet houden. Hiermee is zij op subtiele wijze de tragische hoofdpersoon van de roman geworden.

UIT: JAN DE HARTOG, DE BUITENBOEI

Toen ik in het hotel arriveerde, lag er een bericht van Tex op me te wachten.

Kom morgenochtend om tien uur even langs, belangrijk.

Ik ging erheen. (-) Hij deed stoer en zakelijk, maar de verandering was ontroerend. De kwade, oude man in de rolstoel, als een getekende waakhond grommend en blaffend, zijn tanden bloot, klaar om te bijten, was aangeraakt door dezelfde toverstaf die de verandering in mij teweeg had gebracht. Wat de ondoorgrondelijke juffrouw Bastiaans met de liefdeloze ogen uiteindelijk ook in haar schild mocht voeren, ze had een paar oude heren verjongd.