De bezem door de mooischrijverij; Elk jaar een roman van de 25-jarige Amélie Nothomb

Amélie Nothomb: Hygiène de l'assassin. Uitg. Albin Michel, 200 blz. Prijs ƒ 38,25

- : Le sabotage amoureux. Uitg. Albin Michel, 187 blz. Prijs ƒ 36,50

- : Vuurwerk en ventilatoren. Vert. Chris van de Poel. Uitg. Manteau/Goossens, 130 blz. Prijs ƒ 29,50

Toen in het najaar van 1992 de eerste roman van de drieëntwintigjarige Amélie Nothomb verscheen, Hygiène de l'assassin, deden in de Parijse literaire wereld onmiddellijk geruchten de ronde over een mystificatie. Wekenlang vermaakte men zich met speculaties over wie zich achter deze volstrekt onbekende naam zou verschuilen. Want alles goed en wel - als meisjes van drieëntwintig al een roman schrijven, dan schrijven ze immers over hun moeilijke jeugd, hun eerste liefdesaffaire of de relatie met hun ouders. Geen brutale, filosofisch getinte romans waarin het schrijven en de relatie tussen fictie en werkelijkheid het onderwerp zijn, zo luidde de communis opinio. Amélie Nothomb bestaat wel degelijk, woont in Brussel en heeft inmiddels een tweede roman gepubliceerd, Le sabotage amoureux, waarvan heel recent onder de titel Vuurwerk en Ventilatoren een Nederlandse vertaling is verschenen. Ze is de dochter van een Belgische diplomaat, werd in Japan geboren en heeft tot haar zeventiende in het buitenland gewoond, voornamelijk in Zuidoost-Azië.

Hoofdpersoon van Hygiène de l'assassin is de stokoude, chagrijnige en monsterlijk dikke schrijver Prétextat Tach. Hij heeft de Nobelprijs voor literatuur gekregen, is wereldberoemd, maar leeft al jaren in volledige afzondering, schrijft niet meer en verlaat zijn appartement nooit. Als hij hoort dat hij nog twee maanden te leven heeft, besluit hij aan vijf journalisten een interview toe te staan.

De roman valt eigenlijk in twee delen uiteen. De eerste vier journalisten blijken meer uit te zijn op oppervlakkige sensatie, persoonlijke intimiteiten en het uitlokken van controversiële uitspraken over de waan van de dag dan werkelijk geïnteresseerd in Tachs werk. In een kluchtige persiflage op de literaire journalistiek, die overigens wel tot enig nadenken stemt, treitert en provoceert Tach de arme verslaggevers, tot hij genoeg heeft van het kat-en-muisspelletje en ze abrupt de deur uitwerkt.

In het tweede deel slaagt de vijfde journalist, een jonge vrouw, er dankzij haar grote kennis van zijn werk in hem het hoofd te bieden, tot een werkelijk gesprek te bewegen en uit die verbale titanenstrijd zegevierend tevoorschijn te komen. Bovendien weet ze, als een literaire detective, uit het werk het misdadige geheim af te leiden waardoor Tach zijn laatste roman onvoltooid heeft moeten laten.

Brutaliteit

Een aantal aspecten van het boek is heel opmerkelijk. In de eerste plaats is het nagenoeg geheel in dialoogvorm geschreven. Dat is een klassieke methode om een uiteenzetting van ideeën in een roman te verlevendigen, zoals we sinds Diderots Neef van Rameau weten. Maar het is ook een moeilijke vorm, omdat alle gegevens over locatie, uiterlijk en dergelijke die in een traditionele roman van de verteller komen in de dialogen moeten worden verwerkt. En het wonderbaarlijke is dat Nothomb dit procédé in haar eerste boek al met ongebruikelijk gemak en trefzekerheid weet te hanteren. Ongetwijfeld kon hierdoor een toneelbewerking ervan het afgelopen seizoen met veel succes in Parijs worden opgevoerd.

Ook heeft Nothomb een duidelijk eigen stijl, die door de kritiek nogal eens als wreed of cynisch wordt gekwalificeerd. Ze wil rigoureus de bezem door de 'mooischrijverij' halen en zonder 'metaforen en symbolen' schrijven, zoals ze Prétextat Tach laat zeggen.

De figuur van Prétextat Tach is indrukwekkend. Dit onsympathieke, zwaarlijvige monster legt Nothomb boeiende uitspraken over literatuur en schrijven in de mond. Een schrijver heeft volgens hem naast schrijftalent en plezier in schrijven ook 'kloten' nodig, lef en brutaliteit dus. “Neem een schrijver met een goede pen, geef hem een onderwerp om over te schrijven. Met kloten leidt dat tot Mort à crédit. Zonder kloten levert het La Nausée op.” Hoewel dit soort uitspraken een enkele keer doen denken aan de provocerende humor van de studentikoze debatingclub, ze zijn ze vaak een verademing en geven een levendigheid en een vitaliteit die veel Franse literatuur mist.

Getto

Haar tweede roman, Vuurwerk en Ventilatoren, speelt in de internationale kinderwereld van het 'diplomatengetto' in Peking aan het begin van de jaren zeventig. Nothomb heeft daar als klein meisje drie jaar gewoond, in een periode dat buitenlanders volledig van de Chinese bevolking afgezonderd werden gehouden. Alles wat het kind van het land ziet zijn de overal aanwezige ventilatoren, die China voor haar symboliseren. Het interesseert haar ook verder niet, want al haar aandacht en energie worden opgeslorpt door de genadeloze oorlog die tussen de kinderen in het getto woedt, waar in het klein de Tweede Wereldoorlog nog eens wordt overgedaan en door haar onbeantwoorde liefde voor de ongenaakbare kleine Elena.

Dit kinderepos van drie jaar oorlogs- en liefdesperikelen is zeker onderhoudend en soms ontroerend. Nothombs laconieke, provocerende manier van schrijven past wonderwel bij een klein kind dat zichzelf als centrum van het universum ziet (“het zwaartepunt van de wereld verplaatste zich samen met mij”) en volwassenen als noodzakelijke, maar beklagenswaardige figuren (“Ik heb altijd beseft dat de volwassenheid niets voorstelt. Van de puberteit af vormt het leven enkel nog een lange epiloog”). Maar het mist de kracht en urgentie die Hygiène de l'assassin ontleende aan zijn compromisloze structuur en strakke opbouw. Misschien komt dat doordat het gezichtspunt van de verteller voortdurend verschuift - nu eens is 'ik' het kind van zeven, dan weer is 'ik' de volwassen schrijfster die het kind van vroeger becommentarieert of ironiseert, Wittgenstein en Plato citeert, kortom zich te nadrukkelijk laat horen. Dit laat, hoe humoristisch en onderhoudend het verhaal ook is, een wat onbevredigend gevoel achter.

Het ziet ernaar uit dat we Amélie Nothomb in haar werk nauwkeurig moeten blijven volgen. Met haar eerste boek (waarvan in het najaar ook een vertaling verschijnt) heeft ze laten zien waartoe ze in staat is en dat is niet weinig. En we zullen er alle gelegenheid voor hebben, want in een interview kondigt zij aan voorlopig elk jaar op 1 september een nieuwe roman te willen publiceren.