D66 wil een 'tedere' benadering Suriname

DEN HAAG, 17 JUNI. Van D66 moet Nederland liever worden tegen Suriname. Nu is het moment aangebroken voor een 'tedere politiek'.

Dat zei D66-buitenlandexpert G. Roethof gistermiddag in een debat in de Tweede Kamer. Toen de VVD vroeg of de harde lijn van haar voorganger D. Tommel van D66 daarmee was verlaten, zei Roethof dat het vooral zaak was om naar de toekomst te kijken en te investeren in de jongere generatie in Suriname.

Tijdens het mondeling overleg met de ministers Kooijmans (buitenlandse zaken) en Pronk (ontwikkelingssamenwerking) over de stagnerende hulp aan Suriname bleek dat de Kamer minder unaniem was in de harde lijn, die zij in het verleden had gevolgd jegens de regering in Suriname. VVD en CDA hielden daar wel aan vast. J. de Hoop Scheffer (CDA) vroeg zich of de afspraken in het nieuwe raamverdrag op het gebied van justitiële samenwerking, versterking van de rechtsstaat en democratie in Suriname en defensie wel overeind konden blijven wanneer het land steeds verder afzakt op economisch terrein. “Als je over Suriname spreekt dan begint en eindigt het debat met een diepe zucht. De verantwoordelijkheid voor de verloedering ter plekke ligt bij de Surinaamse regering”, aldus De Hoop Scheffer. Minister Kooijmans moest hem toegeven dat als de verslechtering van de economie voortduurt het tempo van andere hervormingen waaraan Nederland bijdraagt, vertraagd zal moeten worden.

Weisglas (VVD) wilde weten wat nu precies de afspraken met het Internationale Monetaire Fonds (IMF) waren over toetsing van de Surinaamse ontwikkelingsplannen. Minister Pronk zei dat de Surinaamse regering wist dat Nederland inzage wil hebben in de vertrouwelijke rapporten van het Fonds over de ontwikkelingsplannen van Suriname.