Canule

Wie de koe wil begrijpen zal zich in haar pens moeten verdiepen. Daar spelen zich zeker twintig chemische processen af, die elkaar over en weer allemaal beïnvloeden.

In prof. Tamminga's vakgroep hebben ze kunstpensen en echte pensen.

De kunstpens is een flesje met een waterige vloeistof, een groen drabje en onzichtbare gassen. Op deze manier zet je zomaar honderd pensen in een broedstoof. Echte pensen zitten in koeien, die met hun vieren al de ruimte van een huiskamer in beslag nemen. Bij deze koeien is een canule gemonteerd, een dop tussen de achterste rib en het heupbeen. Vergelijk het maar met een grote benzinedop. Zo kan op elk gewenst moment de inhoud van de pens worden bemonsterd. Verder leiden ze een normaal bestaan.

Ik bekeek die beesten, kreeg een dom gevoel, ging naar huis en bedacht dat ik had moeten vragen om zo'n canule open te maken. Hoewel? Zou ik mezelf willen zien als iemand die in het binnenste van een levende koe had staan kijken?

Het had gekund, zei prof. Tamminga later aan de telefoon. “Maar het is een smerig karwei; ik was er eerlijk gezegd niet op gekleed.”

“En het stinkt zeker nogal?”

“Het stinkt behoorlijk ja.”

“En het is zeker hartstikke donker daarbinnen?”

“Nou”, zei hij, “als je een zaklantaarn gebruikt, krijg je echt wel wat te zien.”