Aden onder zwaar vuur Noord-Jemen

ADEN/ DUBAI, 17 JUNI. Noordjemenitische artilleriebeschietingen hebben de afgelopen 24 uur tientallen levens geëist in de Zuidjemenitische stad Aden. Zuidjemenitische leiders willen dat de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties meer druk op het noorden uitoefent om een eind te maken aan de zeven weken oude oorlog in Jemen.

Noordjemenitische eenheden hielden Aden gisteren tot middernacht onder zwaar artillerievuur, en hervatten hun beschietingen vanochtend vroeg. Volgens zuidelijke leiders zijn daarbij inmiddels meer dan 50 doden gevallen.

De Noordjemenitische televisie waarschuwde de circa 400.000 inwoners van de zuidelijke havenstad, onder wie veel vluchtelingen uit omliggende dorpen die in noordelijke handen zijn gevallen, gisteren niet de nacht door te brengen in de buurt van militaire installaties en het radio- en televisiegebouw. “De troepen van de eenheid zijn gedwongen om deze posities aan te vallen omdat (Zuid-Jemen) het staakt-het-vuren blijft schenden”, aldus de televisiezender. Sinds begin deze maand zijn ongeveer vijf bestanden afgekondigd, die alle onmiddellijk zijn geschonden door beide partijen. Beide geven elkaar daarvoor de schuld.

De Veiligheidsraad van de VN riep op 1 juni in een resolutie op tot een onmiddellijk staakt-het-vuren in de Jemenitische oorlog, en een speciale VN-bemiddelaar, de Algerijn Lakhdar Ibrahami, spant zich op het ogenblik in een duurzame wapenstilstand te bewerkstelligen. Met het oog op de huidige beschietingen wil het zuiden nu echter een nieuwe spoedzitting van de Veiligheidsraad, aldus minister van buitenlandse zaken Abdullah al-Asnaj. Hij kondigde gisteren aan voor dat doel samen met premier Haidar Abu Bakr al-Attas naar New York te gaan.

Noordjemenitische troepen gingen zeven weken geleden tegen het zuiden in het offensief om de in 1990 totstandgekomen Jemenitische eenheid, die in de voorgaande maanden steeds verder onder druk was gekomen, te bewaren. Zuid-Jemen kwam vervolgens met een eenzijdige onafhankelijkheidsverklaring, die impliciete steun heeft gekregen van Saoedi-Arabië en andere Golfstaten. (Reuter, AP)