Wie van het CDA gaat paars kleur geven?

Wat zal straks interessanter zijn: de verrichtingen van de paarse coalitie of het gedrag van het CDA in haar nieuwe rol als oppositiepartij? Een kabinet zonder het CDA, hoe kort is het nog maar geleden dat over een dergelijke combinatie de wildste visioenen werden geuit. Wat zou het allemaal anders worden! Maar nu? Nog voor paars het bordes heeft bereikt, hangt er al een grauwsluier over. De schaarse berichten die over de onderhandelingen tussen PvdA, VVD en D66 naar buiten komen, doen angstig vertrouwd aan. Tegenvallers die worden weggestreept door meevallers, het vantevoren inboeken van extra groei, mogelijke volume-effecten alvast meetellen, en alles tot twee cijfers achter de komma uitgerekend tot het jaar 1998. Wie gedacht mocht hebben dat met paars wellicht de verbeelding nog één keer aan de macht zou komen, vergist zich. Ook in de nieuwe constellatie is het boekhoudprogramma favoriet.

De wijze waarop er wordt geformeerd, is geheel in de stijl van de jaren vijftig en duidt ook niet echt op vernieuwing. Terug bij Beel is het meer. Onlangs werd in een boek over deze KVP-politicus, die herhaaldelijk optrad als informateur, zijn manier van opereren omschreven als een “monarchaal-regenteske wijze van regeringsvorming”. Het is een kwalificatie die uitstekend op de huidige formatie zou kunnen worden toegepast. Met drie informateurs en zo nu en dan het raadplegen van enkele fractiespecialisten is weliswaar de achterkamer iets groter geworden dan ten tijde van Beel, maar het blijft een achterkamer.

Paars komt eraan zo lijkt het, maar zal Nederland er werkelijk anders uit gaan zien? Toen de informateurs De Vries, Van Aardenne en Vis ruim een maand geleden aan hun werk begonnen, stond het thema 'plaatsbepaling van de coalitie' helemaal bovenaan het lijstje van te behandelen onderwerpen. Daarover is sindsdien weinig meer vernomen. Toch zal de plaatsbepaling, ofwel de bindende factor van veel groter belang zijn voor de beoordeling van de coalitie dan het feit dat de drie partijen het eens zijn geworden over zestien dan wel achttien miljard gulden aan ombuigingen. Cijfers zijn na drie maanden al weer verouderd, maar een mentaliteit wordt geacht iets langer mee te gaan.

Daarbij komt dat PvdA, VVD en D66 meer als gevolg van een negatieve keuze dan uit volle overtuiging bij elkaar zijn gaan zitten. Het was informateur Tjeenk Willink die begin mei schreef dat een kabinet dat steunt op deze drie partijen de 'enige mogelijkheid' was die op dat moment kon worden onderzocht. D66, voor elke denkbare regeringscombinatie noodzakelijk, wenste over niets anders dan paars te praten. Tijdens hun door de D66'er Van Mierlo opgedrongen samenzijn zijn PvdA-leider Kok en VVD-fractievoorzitter Bolkestein langzaam maar zeker tot de overtuiging gekomen dat zij op elkaar zijn aangewezen, maar dat is wat anders dan een gezamenlijke noemer. Een mix van deze drie partijen leidt al gauw tot een nationaal kabinet. Een CDA-kabinet maar dan zonder CDA zou het ook genoemd kunnen worden.

Want wat wordt nu de meerwaarde van paars? D66-leider Van Mierlo deed vorige week in een vraaggesprek voor de NOS-radio een poging tot verduidelijking. Hij voorspelde een overheid die de mensen “een beetje leuker” gaan vinden. Dat 'leuke' zou volgens hem vooral veroorzaakt worden doordat er een minder vastomlijnd regeerakkoord komt en de relatie tussen kabinet en parlement dus vrijer wordt. Verder zei Van Mierlo veel te verwachten van de “creativiteit” die altijd ontstaat door de “lichte wanorde” die systeemverandering veroorzaakt. Maar zal er werkelijk sprake zijn van systeemverandering bij een kabinet zonder het CDA? Het uitblijven van die verandering zou wel eens dè grote ontnuchterende ervaring van een paars kabinet kunnen zijn.

Van Mierlo wees er in het interview op dat de Nederlandse maatschappij zich zal moeten oriënteren op andere partijen dan het CDA als de christen-democraten niet langer de vaste brug naar de macht vormen. Dat is echter meer een probleem van de al langer afbrokkelende instituties dan van de door D66 zo gekoesterde geïndividualiseerde burger. Die wil slechts een betrouwbare overheid welke op tijd levert. Maar is het puur aan het CDA te wijten dat het daar de afgelopen jaren aan heeft geschort? Als het succes van paars van abstracties als de door Van Mierlo voorspelde “nieuwe kanalen naar de macht” afhankelijk is, zal de euforie bij hem van korte duur zijn.

Een kabinet kan niet lang teren op de 'verdienste' dat het CDA niet meedoet. Voor een echte reden van bestaan zal paars toch ook iets van zichzelf moeten hebben, dat contrasteert met de opvattingen van het CDA. Maar tot nu toe bestaat het paarse profiel uit niet veel meer dan een mogelijke beperkte verruiming van de winkelsluitingstijden waarbij nota bene de zondag als rustdag gerespecteerd blijft. Voor de echt grote verandering hebben de kiezers op 3 mei gezorgd toen het CDA werd teruggebracht tot 34 zetels. Daardoor werd het CDA een te passeren partij. Een paarse coalitie kan het nu op haar manier proberen. Maar wat die manier is, zal pas langzaam maar zeker blijken.

Het zou daarom de oppositie wel eens kunnen zijn die de coalitie kleur moet geven. Naarmate het CDA als oppositiepartij vaker 'nee' zegt, wordt duidelijk waar paars werkelijk voor staat. Andersom, naarmate het CDA vaker instemt met voorstellen van een paars kabinet brengt het de coalitiepartijen die een nieuwe lente afkondigden, meer in verlegenheid. Het komt aan op behendig oppositievoeren. Maar kan die rol nog worden toevertrouwd aan iemand die door de verkiezingsuitslag zo is aangeslagen als CDA-fractievoorzitter Brinkman? Vandaar dat niet alleen interessant is hoe er oppositie gevoerd gaat worden maar vooral door wie.

Het ziet er nu naar uit dat nog voordat het nieuwe kabinet zijn opwachting in de Tweede Kamer maakt, de CDA partijcommissie onder leiding van mevrouw Gardeniers de eerste conclusies naar aanleiding van het verkiezingsdebâcle zal hebben getrokken. Op dat moment kan ook Brinkman de balans opmaken. Het zou niet de eerste keer zijn dat samen met een nieuw kabinet de oppositie van leider wisselt. In 1986 was het PvdA-leider Den Uyl die, toen het tweede kabinet Lubbers aantrad, het fractieleiderschap overdroeg aan Kok. Het probleem van het CDA is dat zich in de fractie momenteel geen gedoodverfde opvolger voor Brinkman aandient. Nog niet. Want als het moet is zo iemand razendsnel gevonden. Houd ze de komende weken in de gaten: Wim Deetman, Yvonne van Rooy en Jaap de Hoop Scheffer.