Vreemde talen (5)

In W&O van 26-5-1994 schrijft Rob Knoppert enkele dingen over voor Nederlanders gewenste vreemde-talenkennis die op zijn minst enige nuancering behoeven.

Ten eerste introduceert hij het verschil tussen nuttige en minder nuttige vakken. De laatste categorie zou moeten wijken ten behoeve van de eerste. Dat is een gevaarlijke redenering als men die in zijn algemeenheid op alle schoolvakken zou toepassen. Op mijn eigen eindexamen Natuurkunde b.v. moest ik de baan uitrekenen van een elektron dat tussen twee platen met een bepaalde elektrische lading werd door geschoten. U kunt zich voorstellen hoe veel vaker ik dat soort kennis in mijn later leven nodig heb gehad dan mijn kennis van Duits en Frans.

Ten tweede stelt hij dat buitenlanders zonder uitzondering in het Engels met elkaar praten. Ik krijg de indruk dat de heer Knoppert weinig reist en dan ook alleen nog maar in een zeer beperkt kringetje van beroepsbeoefenaren. Natuur- en scheikundigen schat ik zo, want zelfs wiskundigen hebben meestal wel in de gaten dat voor hen belangrijke informatie alleen in het Frans beschikbaar is. Dat geldt ook voor psychologen (Piaget) en cultureel antropologen (Lévy Strauss) en linguïsten (de Sausure). Voor Duits geldt hetzelfde voor vakken als filosofie, sociologie, technische wetenschappen, linguïstiek, rechten, geschiedenis, psychologie, aardwetenschappen, muziekwetenschappen, enz. Een deel van ons wetenschappelijke renommee danken wij aan het feit dat we voor bronnen niet altijd afhankelijk zijn van vertalingen en daardoor eerder en completer geïnformeerd zijn.

Allemaal alleen maar Engels spreken als wereldtaal zou een prima oplossing zijn als iedereen er zo over dacht. Dat is echter niet het geval. Zuideuropeanen vallen meestal liever terug op Frans als ze überhaupt een andere vreemde taal beheersen. Ik ben maar weer wat aan mijn beheersing van het Frans gaan doen omdat ik b.v. op conferenties van de Raad van Europa anders nauwelijks kon meedoen in workshops met een flink contingent Zuideuropeanen. Van mensen met veel min of meer diplomatieke of commerciële internationale contacten hoor ik dezelfde geluiden. De taleninstituten varen daar wel bij. In Oost-Europa blijk ik toch zowel professioneel als privé verder te komen met Duits dan met Engels. In verschillende van die landen wordt evenveel Duits gegeven als Engels of is in een enkel geval Duits eerste vreemde taal. Ik heb wel in uitstekende hotels gelogeerd in steden als Praag waar de informatie behalve in de landstaal alleen in het Duits beschikbaar was. Je kunt met Duitsers vaak wel in het Engels communiceren, maar in het Duits kom je een stuk verder. In een recent Engels onderzoek gaf 30% van de ondervraagde Britse bedrijven aan, orders te hebben gemist omdat men geen andere talen beheerste dan Engels.