Voor de koningin gaat wèl de loper uit

AMSTERDAM, 16 JUNI. Natuurlijk mag de koningin nooit in een positie worden gebracht waarin zij door haar onderdanen onder de rokken kan worden gekeken. Noch mag zij ooit het gevaar lopen, dat haar hoge hakken beklemd raken in bijvoorbeeld de openingen van een vloerrooster. Gelukkig heeft de Rijksvoorlichtingsdienst de opdracht om dit soort vormen van majesteitsschennis te voorkomen, waarbij natuurljk vooral de eerste dreiging - die van inkijk - van een bloedstollend karakter is.

Gisteren heeft koningin Beatrix het nieuwe Vormgevingsinstituut in het voormalige museum Fodor in Amsterdam officieel geopend, maar niet voordat er protocolaire maatregelen waren genomen tegen de gevaren van een geheel transparant, uit open, stalen roosters opgebouwd trappenhuis. Stevige, ondoorzichtige lopers zorgden voor veiligheid tijdens een koninklijke wandeling door de Collector, een industriële magazijnstelling ten behoeve van archief en bibliotheek van het nieuwe instituut. De spectaculaire constructie omvat ook de trap die de vier verdiepingen van twee achterhuizen ontsluit.

Naast de Collector heeft het architectenbureau Benthem Crouwel nog een tweede trappenhuis in het voormalige museum Fodor aangebracht. Omdat deze voorziening niet uitsluitend door stafleden van het instituut zal worden gebruikt, maar ook door bezoekers van buiten, is hij minder op fabrieksarbeiders ingesteld en derhalve wat gebruiks- en vooral vrouwvriendelijker. Het toegepaste materiaal is weliswaar ook gegalvaniseeerd staal, maar de treden zijn minder opengewerkt. De verticale vlakken van de onder een glazen lichtkap opgehangen trap zijn geheel gesloten en de helder blauwe, gezichtsbepalende glasbouwstenen van de centrale overloop zijn niet doorzichtig genoeg om voor een koningin fatale gevolgen te kunnen hebben.

Gegalvaniseerd staal is een mooi, pretentieloos materiaal en de metershoge deuren die tussen de vroegere museumzalen zijn aangebracht, komen - meestal in geopende stand - het monumentale sculptuur nabij.

Ondanks de geuite bezwaren - door de harde materialen is de akoestiek betrekkelijk rampzalig - is het een geslaagde verbouwing geworden, waarmee het bureau Benthem Crouwel de drie panden van het oude Museum Fodor (1863, Cornelis Outshoorn, de architect van onder andere het Paleis van Volksvlijt, 1864, en het Amstel Hotel, 1867) geschikt heeft gemaakt voor het Vormgevingsinstituut. Tussen de Keizersgracht en de oorspronkelijke, door Mien Ruys in het begin van de jaren zestig ontworpen, en nu door Els Proost aangepaste tuin - met behoud van de geknipte hulst en de oude iep - is een helder, doorzichtig ensemble ontstaan op een van de mooiste plekken van de stad.

Menig bezoeker van het vroegere Fodor, dat een roerige geschiedenis achter de rug heeft als hoofdkwartier van de Amsterdamse kunstenaarsverenigingen en later als dependance van het Stedelijk Museum, zal aan die tuin dierbare herinneringen bewaren. Het is eigenlijk jammer dat het Vormgevingsinstituut de toekomst ingaat als een voor het publiek gesloten huis. Verzamelen en exposeren acht de Engelse directeur John Thackara niet op de weg liggen van de nieuwe, jaarlijks met drie miljoen gulden van WVC ondersteunde instelling. Vooralsnog worden de taken gezocht in samenwerking met vergelijkbare instellingen in het buitenland, verspreiding en bevordering van Dutch Design - van industriële vormgeving tot mode - samenwerking met het bedrijfsleven en de ontwikeling van media-technologie ten behoeve van wat 'interactiviteit' wordt genoemd. Het Vormgevingsinstituut wil “stimuleren, inspireren en een ontmoetingsplaats zijn van vormgeving, cultuur en bedrijfsleven, met een internationale uitstraling”.

Indertijd heeft de Raad voor de Kunst gewezen op de 'onherkenbaarheid' van deze activiteiten voor de buitenwereld. Het instituut zou het gevaar lopen een te introvert karakter te krijgen. Het is te hopen dat de Raad voor de Kunst geen gelijk krijgt en in elk geval de deur op Keizersgracht 609 niet al te zeer gesloten blijft. Rond het museum Fodor, genoemd naar de kunstverzamelende steenkolenhandelaar Carel Joseph Fodor (1801-1861), heeft altijd een wolk gehangen vol levendigheid en rumoer; het zou mooi zijn als het Vormgevingsinstituut zich aan de aard van deze wolk zou verplichten.