Troje

In het artikel 'De Heerenveense Robinson Crusoe' (NRC Handelsblad, 8 juni) wordt gesteld, dat de socioloog Iman Wilkes drie jaar geleden heeft verklaard, dat Troje niet in Turkije moet worden gezocht, maar op de vlakte van Cambridge. En Odysseus zou niet in de Aegeïsche zee hebben rondgedoold, maar in de wateren van Zeeland.

Het lijkt mij, dat aan Wilkes te veel eer wordt bewezen. In 1973 immers, 18 jaar eerder dan Wilkes en nu 21 jaar geleden publiceerde Ernst Gideon zijn 'Homerus, zanger der Kelten', ondertitel: 'Odysseus op Schouwen en Duiveland', uitgeverij Ankh Hermes bv Deventer, 1973.

Maar zelfs Ernst Gideon is niet de eerste, die deze gedachte lanceerde. Hij had enkele voorgangers. Ene Charles Joseph de Grave publiceerde deze theorie reeds in 1806. Een volgende, die deze stelling onder- en uitbouwde was ene, Theophile Cailleux, in 1880. En een mr.dr. K.L. Pickardt publiceerde in 1970 ook enkele gedachten over de theorie van Cailleux, zoals Ernst Gideon zelf bericht.

De constateringen van Boudewijn Büch over de bewijsvoering betreffende Sjouke Gabbes als protomodel van Robinson Crusoe zijn onwetenschappelijk. Zo lang het scheepsverslag uit 1701 en de in het artikel bedoelde dodenlijst onvindbaar zijn, kan ten hoogste twijfel aan de bewijsvoering worden geuit. Maar een en ander tot klinkklare nonsens van een chaotische gek te bazuinen is op zijn zachtst gezegd voorbarig.