Schoolklas op wielen

De kermisattracties van hun ouders hebben tot de verbeelding sprekende namen als China Town, Balcoroter Palace en Flying Dutchman, maar de wagens van de rijdende school waar de kinderen 'smorgens door het natte gras naar toe rennen heten knus De Karekiet en De Flierefluiter.

Het is een grote kermis in Deventer. Daarom zijn er twee wagens en drie leerkrachten van de rijdende school present op het terrein waar de kermisexploitanten zijn neergestreken. Eenmaal ter plekke worden de opleggers uitgeschoven tot een breedte van bijna vijf meter, zodat er echte klaslokaaltjes ontstaan. Elf kleuters bij juf Corry Vruggink en zo'n veertien oudere kinderen verdeeld over twee groepen in de wagen van het onderwijzende echtpaar Gert en Gerda Kremer. Aan het eind van de week wordt de kermis weer afgebroken en gaat ieder zijns weegs. De tenten worden opgeslagen in een volgende plaats: Alkmaar, Drunen, Harderwijk, Roermond. Andere kinderen, andere meesters en juffen.

Zo gaat dat van maart tot in oktober. Zomervakantie kennen de kermiskinderen niet. Door het rondreizende leven missen ze regelmatig een schooldag en soms is een kermis zo klein dat er te weinig leerlingen zijn voor een rijdende school. Gedurende de wintermaanden gaan veel kinderen naar een 'burgerschool'. De wagen van Gerda en Gert Kremer staat dan op een vaste standplaats in Apeldoorn.

Zo'n twintig jaar werken ze nu voor de rijdende school. De eerste vijftien jaar woonde ze zelf in een woonwagen en trokken ze al lesgevend mee met de kermissen. Nu de rijdende school is geregionaliseerd hebben ze een vast huis betrokken en reizen ze dagelijks op en neer. 'Het is een mooie baan', zegt Gert Kremer tevreden vanachter zijn grijze baard, 'je komt overal.' In het voorjaar heeft hij nog zes weken voor de rijdende klas in Budapest gestaan, want ook daar trekken de kermisexploitanten heen. Deze ochtend vertelt hij de kinderen van zijn groep iets over het herkauwen van de koe, s middags wil hij - de school is van alle gemakken voorzien - een video vertonen over vulkaanuitbarstingingen. Die gezamenlijke momenten vindt Kremer belangrijk voor de sociale vorming. Elke week zitten de kinderen in een andere groep en ze werken allemaal uit hun eigen methodes die ze hebben meegenomen van de burgerschool. De periodes dat ze op één plek blijven zijn doorgaans te kort om met een project te beginnen.

In 1955 werd in Groningen de eerste rijdende school in gebruik genomen. Nu rijden er 25 goed geoutilleerde opleggers door het land en zijn er twee kleinere bussen met maximaal 7 plaatsen die naar minikermissen gaan waar maar weinig kinderen zijn. Op deze wijze worden er zo'n 350 kermiskinderen van onderwijs voorzien door 25 meesters en juffen. Met een landelijk computernetwerk houden de leraren het centrale meldpunt in Geldermalsen op de hoogte van de verblijfplaatsen en de schoolresultaten van de kinderen. Joyce (11) laat haar blauwe map zien en legt uit wat de verschillende schema's en tabellen betekenen. Omdat ze iedere keer een andere onderwijzer heeft moet er precies bijgehouden worden wat ze voor een vak heeft gedaan. Ook moet elke keer worden afgetekend hoeveel dagen ze op de rijdende school aanwezig was. 'Juf Marijke is mijn vaste consulent', vertelt Joyce. 'Als we in april weer gaan rondreizen komt ze bij ons thuis om van alles te bespreken.' De consulent houdt in de gaten of de kinderen vaak genoeg naar school gaan en als er problemen zijn bespreekt ze die met de ouders. Op de rijdende school gaat Joyce gewoon door met haar lesboeken van de burgerschool. Als er een of meer dagen geen school is staat in de blauwe map welk huiswerk ze moet maken.

Sjoukje (12) gaat 's winters naar een school van negentien kinderen in een klein Gronings dorpje, maar de rijdende school vindt ze leuker. 'Hier kun je tenminste in je eigen tempo werken, daar gaat het sneller en veel dingen moet je met de hele klas samen doen.'

Agneta (13) vindt het prettiger om onder kermiskinderen te zijn. 'Ze zijn veel opener', zegt ze en zij kan het weten, want in september ging ze naar de eerste klas van het voorbereidend beroepsonderwijs (VBO). Ze voelde zich er helemaal niet thuis en werd ziek van heimwee. 'Ik miste de kermis en de school'. Toen ze beter was kwam ze met de boeken en het huiswerk van het VBO terug naar de vertrouwde wagens van de rijdende school.

Vroeger bleven de kinderen van kermisexploitanten tot hun vijftiende op de rijdende school, herinnert Gert Kremer zich. 'Toen was het eindonderwijs, nu gaan verreweg de meeste kinderen naar het voortgezet onderwijs.' Ze staan dan voor een moeilijke keuze. Kinderen die - in kermistaal - 'achterblijven', trekken niet meer mee met hun ouders en moeten noodgedwongen naar een internaat of een pleeggezin.

Voor de twaalfjarige Robbie, die volgend jaar ook naar het VBO gaat, staat het besluit al vast: hij blijft niet achter. Hij neemt als het seizoen begint z'n boeken wel mee naar de rijdende school. 'Ik kan niet buiten de kermis', zegt hij met een zucht. Zijn ouders hebben drie attracties: touwtje trekken, een suikerspin en een snoepkraam. Ze staan op dit moment zelfs op twee kermissen tegelijk. Zoals de meeste kinderen gaat Robbie er meteen na school heen en blijft er vaak tot 'savonds om te helpen. De wagen van kleuterjuf Corry Vruggink is uitgerust met zandtafel en poppenhoek en ook voor de rest wil Corry het op een gewone kleuterschool laten lijken. Ze heeft om elf uur alle moeders uitgenodigd voor een kopje koffie. Er wordt samen met de kinderen voorgelezen uit Jip en Janneke en gezongen van de twee beren die broodjes konden smeren. De moeders kunnen de schoolfoto's bestellen die de juf zelf heeft gemaakt.

Mevrouw G. Lankreyer, moeder van een vierjarige dochter die zich opperbest vermaakt in de poppenhoek, ging zelf vroeger alleen in de winter naar de burgerschool. En omdat ze per se niet achter wilde blijven heeft ze alleen huishoudschool gedaan, hoewel ze volgens haar onderwijzer meer kon. 'In het voorjaar wil je nu eenmaal weg, dan begint het bloed te kriebelen.' Het rondreizende kermisleven leer je niet snel meer af.