Russische plannen voor nieuwe lanceerbasis in Oost-Siberië

Russische ruimtevaartdeskundigen hebben een voorstel ingediend voor de bouw van een lanceerbasis op de voormalige militaire basis Svobodny-18 in de provincie Amoer in Oost-Siberië. Het voorstel wordt door de aanhangers een schitterend voorbeeld van 'het omsmeden van zwaarden tot ploegscharen' genoemd. De infrastructuur en onderkomens voor het personeel zijn daar immers al aanwezig, terwijl enkele lanceerinrichtingen (voor SS-11 kernraketten) zouden kunnen worden omgebouwd (de overige moeten worden ontmanteld).

Door het uiteenvallen van de Sovjet-Unie is de belangrijkste Russische lanceerbasis, Bajkonoer (bij het Aralmeer), in het onafhankelijke Kazachstan komen te liggen.

Eind maart sloten Rusland en Kazachstan een akkoord over het gebruik van dit ruimtevaartcentrum. Rusland mag de basis minstens 20 jaar lang gebruiken voor een bedrag van 115 miljoen dollar per jaar. Maar de Russen zijn niet meer zo tevreden over deze basis: het is nu toch 'vreemd' grondgebied en bovendien zou een groot deel van de installaties verouderd zijn.

Rusland heeft op haar eigen grondgebied twee kleinere lanceerbases overgehouden: Kapoestin Yar (bij Wolgograd) en Plesetsk (in het hoge noorden).

Het plan was om de basis in Plesetsk het grootste deel van de lanceerprogramma te laten overnemen, maar haar noordelijke ligging (63orrespondent noorderbreedte) maakt dat iedere te lanceren kilogram 25 procent méér kost dan bij een lancering vanaf Bajkonoer (46orrespondent NB). Svobodny ligt in Rusland en dus op eigen grondgebied en slechts 5orrespondent noordelijker dan Bajkonoer: de lanceerkosten per kilogram gewicht zouden dus slechts iets hoger zijn.

Kritici vragen zich echter af of er wel behoefte is aan een nieuw kosmodroom, gezien het feit dat het aantal lanceringen in het afgelopen decennium gestaag is gedaald (onder andere door de stijgende levensduur van satellieten). Verder wijzen zij op het gevaar van de grote seismische activteit in het voorgestelde gebied.

De militairen, die de basis al decennia lang bemannen, vinden deze laatste kritiek echter ongegrond. Het enige gevaar is dat een aardbeving de stuwdam en waterkrachtcentrale vernielt die de basis van elektriciteit voorziet.