Roemenie; Een hete zomer in Boekarest

Roemenië beleeft de heetste week in een toch al hete zomer. Boekarest is de afgelopen dagen het toneel geweest van heftige betogingen van onderwijzers, verplegend personeel, mijnwerkers en arbeiders uit de bouw en de metaalindustrie die, hetzij samen, hetzij apart, hun grieven kwamen uiten over hun onderbetaling, de uitholling van hun levenstandaard en het uitblijven van hervormingen in hun respectievelijke sectoren. Gisteren kwamen zelfs de blinden in opstand: honderd blinden hielden twee functionarissen van het Staatssecretariaat voor Gehandicapten urenlang in gijzeling uit kwaadheid over het uitblijven van een uitkeringsregeling. er moest een staatssecretaris aan te pas komen om de twee vrij te krijgen.

Ook in het Roemeense parlement lopen de gemoederen hoog op. Dat doen ze eigenlijk al sinds vijf weken geleden een debat begon over een onderwerp dat zich voor boze verwijten bij uitstek leent: de corruptie. De ultra-nationalisten van de Partij van Roemeense Nationale Eenheid (PUNR) en de ex- dan wel neo-communisten van de regerende sociaal-democratische partij PDSR concentreren het debat op de vermeende corruptie van tegenstanders die in 1990, toen het Front van Nationale Redding nog bestond, betrokken zouden zijn bij de toewijzing van dure woningen aan partijvrienden. Hun belangrijkste doelwit is Petre Roman, die in 1990 premier was en nu de oppositionele Democratische Partij aanvoert. In dit debat maakt de oppositie de aanhangers van de regering uit voor “corrupte communisten” en krijgt ze zelf scheldwoorden als “corrupte fascisten” naar het hoofd. Elke dag komen de oppositionele dagbladen met nieuwe onthullingen, variërend van de bewering dat de dochter van minister van buitenlandse zaken Melescanu studeert zonder toelatingsexamen te hebben hoeven doen tot de ernstige betrokkenheid van PUNR-leider Funar bij het inmiddels ter ziele gegane investeringsplan Caritas.

Het gaat in het debat allang niet meer om corruptie alleen, maar om een opeenstapeling van wilde verdachtmakingen over en weer. “Het gaat om een poging van fascistische partijen om de hele politieke klasse in Roemenië en de democratie in diskrediet te brengen”, vond Adrian Severin, Romans plaatsvervanger als voorzitter van de Democratische Partij.

Deze week komt president Iliescu zelf aan de beurt. De oppositionele Boerenpartij wil een stemming over de afzetting van de president, die volgens haar zijn constitutionele boekje te buiten is gegaan door zich te mengen in rechtzaken over eigendomsconflicten en die “dictatoriale neigingen” zou vertonen. De beschuldiging slaat op een opmerking die Iliescu onlangs tijdens een bezoek aan Satu Mare maakte. Hij zei toen dat de rechterlijke macht in Roemenië zichzelf “buiten de wet plaatst” door de eisen te honoreren van Roemenen wier onroerend goed in het verleden door de communisten is onteigend. Volgens Iliescu moeten rechterlijke uitspraken in processen over de teruggave van onteigende bezittingen wachten tot het parlement een nieuwe wet over de restitutie heeft aangenomen. Volgens de Boerenpartij is dat een poging, de onafhankelijkheid van de Roemeense rechters aan te tasten en aldus een schending van de grondwet en de principes van de rechtsstaat.

Het is hoogst onwaarschijnlijk dat de impeachment-procedure die de Boerenpartij tegen Iliescu op gang wil brengen, succes heeft, omdat de president niet alleen de ex-communisten van de PDSR maar ook de ultra-nationalisten achter zich weet - en die hebben nog steeds een comfortabele meerderheid in het parlement. De ruzie vestigt echter wel de aandacht op de zeer trage voortgang van het hervormingsproces in Roemenië en op het slepende probleem van de teruggave van onteigende bezittingen. Roemenië is een van de laatste Oosteuropese landen die dit probleem meer dan vier jaar na de omwenteling van 1989 nog niet hebben geregeld. Het aantal Roemenen dat op de een of andere manier vorderingen op de staat inzake onteigend bezit heeft bedraagt anderhalf miljoen.

Roemenië zal de kwestie snel moeten regelen omdat het vorige maand eindelijk de Europese Conventie over de Rechten van de Mens heeft getekend. Dat betekent dat burgers zich nu tot het Europese Hof van de Rechten van de Mens kunnen wenden als ze in eigen land zijn uitgeprocedeerd. De regering heeft inmiddels een wetsontwerp over de kwestie ingediend, maar de oppositie weigert daar zelfs maar over te praten. Ze kondigde eerder deze week aan het parlementaire debat te boycotten en liep de Senaat uit: het wetsontwerp komt volgens haar neer op een “voortzetting van de illegale onteigeningen” omdat de slachtoffers van de onteigeningen maar een deel van hun bezittingen terugkrijgen.

De impeachment-motie van de Boerenpartij vestigt verder de aandacht op de sterk teruggelopen populariteit van Iliescu. Volgens een opiniepeiling in maart zou hij presidentsverkiezingen - als ze toen zouden zijn gehouden - hebben verloren van zijn rivaal Emil Constantinescu, die hij bij de laatste verkiezingen nog ruim versloeg. In maart zou hij 27 procent van de stemmen hebben gekregen en Constantinescu 37 procent. Bij diezelfde peiling vond 68 procent van de ondervraagden dat de huidige oppositie aan de macht zou moeten komen en zestig procent dat het land “geen richting” heeft. En dat die ontevredenen uit alle (beroeps)groepen komen, wordt deze week op de pleinen van Boekarest wel aangetoond.