Rode Kruis uit verontrusting over Afghaanse situatie

NEW DELHI, 16 JUNI. Afghanistan lijkt voor velen “van de wereldkaart te zijn geschrapt”, hoewel het land de afgelopen zes maanden zwaardere gevechten heeft gekend dan in de slotfase van de oorlog tegen het Sovjet-leger in 1989. Op die wijze heeft het Internationale Comité van het Rode Kruis (ICRC) gisteren zijn verontrusting over de situatie in Afghanistan uitgesproken.

In een in Genève uitgegeven verklaring meldde het ICRC dat er het afgelopen half jaar 4.000 doden en 21.000 gewonden zijn gevallen. Bovendien zijn nog eens een half miljoen mensen op de vlucht geslagen. Afgezien van het ICRC zelf zijn er slechts weinig andere hulpverleners overgebleven in de hoofdstad Kabul, waar het zich de meeste gevechten tussen de Afghaanse facties hebben afgespeeld.

Ook gisteren laaide de strijd tussen de aanhangers van president Burhanuddin Rabbani en diens rivalen, premier Gulbuddin Hekmatyar en Rasheed Dostam, weer op. Vliegtuigen van beide zijden voerden bombardementen uit op elkaars delen van de stad. Er waren geen mededelingen over aantallen slachtoffers.

De afgelopen dagen hebben er bij de zuidelijke stad Kandahar eveneens felle gevechten plaatsgehad, waarbij zeker 26 mensen om het leven zijn gekomen. Over de identiteit van de strijdende partijen bestaat echter enige onduidelijkheid, zo meldden Afghaanse bronnen in Pakistan.

Intussen heeft president Rabbani gisteren bij monde van een woordvoerder laten weten dat hij nog eens zes maanden in functie wil blijven. Vorig jaar was afgesproken tussen de strijdende facties dat Rabbani deze maand zou aftreden. Het ambt van president is in de praktijk zonder betekenis, omdat geen der andere facties Rabbani's gezag feitelijk erkent. Hekmatyar heeft niettemin gedreigd met een bloedbad in Kabul als Rabbani na 30 juni aanblijft. “Alle bloedvergieten zal de verantwoordelijkheid zijn van Rabbani”, aldus Hekmatyars woordvoerder.