Promotie-onderzoek (2)

De stellingen van Pfann in zijn beschouwing over promotieonderzoek en de rol die de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) daarbij speelt worden niet alle gedekt door de feiten.

Pfann merkt terecht op dat NWO zich grote zorgen maakt over de werkloosheid onder promovendi. Die zorg is overigens niet alleen ingegeven door de explosief stijgende uitkeringskosten die de organisatie zelf moet betalen. Evenzogoed geldt dat NWO, om aantrekkelijk te zijn voor jonge afgestudeerden, gebaat is bij goede perspectieven voor gepromoveerde onderzoekers.

Vervolgens stelt Pfann dat NWO haar onderzoekers in opleiding (OIO's) verbiedt een proefschrift af te ronden als gebruik gemaakt wordt van de wachtgeldregeling. Dat is onjuist. NWO streeft er uiteraard naar om zoveel mogelijk promotieonderzoek met een promotie te laten afsluiten. Ook internationaal blijkt een periode van vier jaar, de algemene tijdsduur van een groot onderzoekproject, daarvoor voldoende te zijn. Als representant van de wetenschappelijke wereld in Nederland hanteert NWO dan ook een dergelijke periode. En met succes: het rendement van NWO is hoog. De meeste promotieonderzoeken worden in vier jaar afgerond, waarmee het OIO-schap wordt beëindigd en de jonge doctor zijn geluk gaat beproeven op de huidige krappe arbeidsmarkt.

Sommigen moeten dan - helaas - in afwachting van een baan een beroep doen op een uitkering. En daarbij geldt, ook voor academici die hun promotie nog moeten afronden, dat de uitkeringsgerechtigde beschikbaar dient te zijn voor de arbeidsmarkt.

De algemene richtlijnen zijn duidelijk: een uitkering mag niet fungeren als een verkapte subsidie voor het verrichten van verder onderzoek al dan niet in het kader van een promotie. Een uitkeringsgerechtigde promovendus mag overigens doorwerken aan zijn proefschrift, zolang hij of zij zich wel aan de richtlijnen zoals de sollicitatieplicht houdt. Ten onrechte neemt Pfann het NWO kwalijk dat ze zich als werkgever op dit punt aan de wetgeving in ons land houdt.

Pfann sluit zijn betoog af met een verwijzing naar de economische faculteit van de Universiteit van Chicago waar slechts de beste onderzoekers worden geselecteerd voor nieuwe posities. Hij had daarvoor evengoed kunnen verwijzen naar het landelijke Pionier-programma van NWO dat op hetzelfde principe is gebouwd en alle disciplines bestrijkt. Of op het marktmechanisme dat een aantal jonge onderzoekers van een wetenschappelijke loopbaan afhoudt, maar daardoor sinds jaar en dag ook de Nederlandse onderzoekwereld juist bijdraagt aan de door Pfann gewenste selectie van de allerbesten.