Promotie-onderzoek (1)

In NRC Handelsblad van 10 juni pleit Gerard Pfann voor het invoeren van het marktmechanisme in de wetenschap. Een vrije markt voor promotieonderzoek leidt volgens hem tot een 'optimaal resultaat': vraag en aanbod zullen in evenwicht komen, de wachtgelden voor AIO's en OIO's zullen dalen, er zal minder geld verspild worden en de efficiëntie stijgt. Dit betekent in de standaard economische theorie, waar Pfann zich op baseert, dat er met zo weinig mogelijk middelen zoveel mogelijk doelen kunnen worden bereikt. De vraag is nu: wat zijn die doelen? Leidt een wetenschapsmarkt tot betere kennis, een mooiere wereld, of grotere waarheid? Hier laat Pfann zich niet over uit. Wel suggereert hij dat zijn marktmechanisme kan leiden tot het winnen van Nobelprijzen. Immers, de University of Chicago gebruikt zo'n systeem al jaren en 'het kan geen toeval zijn dat de afgelopen vier jaar de Nobelprijs voor economie juist door Chicago-hoogleraren is gewonnen'. Pfann is econometrist en zou dus het verschil moeten weten tussen correlatie en causaliteit. Bovendien laat die correlatie zich ook op heel andere manieren verklaren: er bevinden zich in Chicago significant veel vrije-markteconomen, het marktdenken domineert de economische wetenschap, kritische maatschappijanalyses worden in het Pfann-systeem de wetenschapsmarkt uitgedrukt, en Pfann is gasthoogleraar aan de University of Chicago. Dat kan geen toeval zijn.