Marktmechanisme gaat ten koste van duurzaamheid; Bouw heeft sturing nodig

Er zijn in Nederland te weinig woningen, al is de woningnood niet te vergelijken met die van direct na de oorlog. In NRC Handelsblad van 21 mei roept de Delftse hoogleraar H. Priemus dat de bouwstroom veel groter moet. Maar wie om zich heen kijkt ziet niets wat lijkt op de situatie in de jaren vijftig. De bouw, met een jaarlijkse investering van ƒ 60 miljard (10 procent van het BNP), is een belangrijke motor van de economie. Maar er zijn regionale problemen op de woningmarkt. De vraag naar koopwoningen in de Randstad is groot en er is te weinig bouwgrond. Verwacht wordt dat de stroom belangstellenden van over de grenzen moeilijk valt in te dammen. De behoefte aan een zware bouwopgave lijkt te zijn aangetoond.

Het aanbod van huizen kleurt de vraag ernaar altijd sterk bij. Wanneer het aantal alternatieven beperkt is, komen huizen wel vol, als de consument het kan financieren. In de jaren '60 dreigden kabinetten te vallen in de wedloop om de hoogte van de woningcijfers. Wanneer zo'n wedloop zich herhaalt, bestaat de kans dat opnieuw verkeerde gebieden worden volgebouwd.

Het verschil is dat nu het rijk zich meer terugtrekt ten gunste van regio en markt. Dat is postief vanuit het oogpunt van een efficiënt en effectief bouwproces, maar het nadeel is het ontbreken van voldoende regie. Wie bepaalt of er niet teveel (milieugebruiks) ruimte wordt opgebruikt? Bovendien legt de bouwsector een groot beslag op het energieverbruik.

D66 is de enige 'paarse' partij die het gevaar beseft. Een enorm extra ruimtebeslag dreigt, terwijl nu al elk jaar een half procent van het landschap verandert in bebouwing en verharding. Soberheid is nodig, stelt het verkiezingsprogramma van de democraten. D66 wil veel aandacht voor de steden en voor energiebesparing in de bouw. Een deel van de aardgasbaten moet worden ingezet voor extra bodemsanering. Dat levert banen op en vermindert de milieuvervuiling. Ook wil D66 een hogere prijs dan nu toerekenen aan grondgebruik.

Kan de overheid wel sturen? De politiek bezint zich op taken van de overheid en van de markt, en op rijks- en regionale taken. Als wet- en regelgever en als financierder speelt met name het rijk een cruciale rol. Een strakke overheidsregie is nodig op de volgende terreinen:

- duurzaam bouwen. De meeste mensen wonen graag in zonnige en groene wijken. De meeste nieuwbouw wordt na verloop van tijd wel groen, maar een gunstige ligging ten opzichte van het zuiden wordt nog vaak vergeten. Ruim 80 procent van de kiezers wenst energiezuinige woningen (NIPO-enquête). Deze investering maakt een huis wat duurder. Zij levert ook nieuwe banen op, maar de extra kosten worden pas na een paar jaar wonen terugverdiend. Het rijk stelt, samen met de branche, de normen voor de bouw vast in het Bouwbesluit. Vastgelegde prestatie-eisen voor energiegebruik, zuid-oriëntatie en waterbesparing ontbreken maar zijn belangrijk. Een tijdelijke (rijks)premieregeling duurzaam bouwen van ƒ 5000 per woning kan bouwers over de brug helpen.

- bereikbaarheid. De meeste mensen willen wonen op plekken die voor alle gezinsleden goed bereikbaar zijn. Openbaar vervoer op een niveau dat de consument wenst, auto- èn langzaam verkeerverbindingen zijn nodig. Vooral de samenhang daarvan (snelle fietsroutes èn goede stallingsvoorzieningen, aansluitingen tussen openbaar vervoer) is belangrijk. Dit kan de markt niet regelen. De overheid moet daar zelf meer geld insteken of een bijdrage verlangen van de markt.

- grondexploitatie. De gemeenten hebben veel vrijheid om zelf hun grondboekhouding in te richten. Veel gemeenten betalen een deel van wegbezuinigde voorzieningen uit grondopbrengst. De wetgeving, gemaakt op rijksniveau, bepaalt echter de beleidsruimte. Ook betaalt het rijk soms flink mee in de grondkosten. Wanneer het parlement het wetsontwerp Voorkeursrecht Uitleggebieden snel aanneemt, krijgt een gemeente meer greep op ontwikkelaars met wie ze wil samenwerken in nieuwe wijken.

- recreatie dichtbij huis. De natuur- en milieu-organisaties en de ANWB willen meer vrije tijdsvoorzieningen dichtbij de steden. Het parlement heeft plannen aangenomen voor bos, recreatiewater en milieuvriendelijke landbouw maar besteedt te weinig geld aan snelle uitvoering. De komende jaren komt er echter meer landbouwgrond op de markt, waarin de overheid kan investeren.

- nieuwe winkelgebieden. Nederland heeft, vergeleken met veel andere landen, weinig leegstaande winkels. Een belangrijke reden was de regionale planning via een Distributie Planologisch Onderzoek. Het zittende kabinet heeft deze beperking losgelaten en meer aangemeenten overgelaten om plannen voor nieuwe winkels te beoordelen. Nu kantoren minder in trek zijn, steken investeerders hun geld meer in winkelcentra. Een afstemming van investeringen is nodig om daar leegstand en verpauperde gebieden over tien jaar te voorkomen.

Kwaliteit en lokatie zijn voor het wonen belangrijker dan de aantallen. Het parool 'sober en doelmatig' uit de wederopbouw kan, onder regie van een effectieve overheid, moet worden ingeruild voor 'individueel en duurzaam'.