Homoseksuelen hebben het in het leger niet gemakkelijk

Het leven als homo in het leger is als dansen op de rand van een vulkaan. Dat blijkt uit de studie Homoseksualiteit en Krijgsmacht, het eerste grote onderzoek naar de houding van doorsnee militairen tegenover homo's in de krijgsmacht, uitgevoerd door Evert Ketting en Klaas Soesbeek en gepubliceerd in de Sociologische Gids (94-3).

Vooropgesteld moet worden dat het Nederlandse leger tamelijk tolerant is vergeleken met een land als de Verenigde Staten, waar tot voor kort de ontdekking van iemands homoseksuele aard garant stond voor ontslag uit dienst, terwijl pas sinds kort het stilzwijgende beleid van 'don't ask, don't tell' is ingevoerd.

De onderzoekers legden 1238 mannelijke en 149 vrouwelijke militairen van alle rangen een vragenlijst voor. Daarnaast werden interviews afgenomen met 49 homo's en 16 lesbiennes in het leger. Uit de antwoorden blijkt dat iedereen eigenlijk wel weet dat je homo's niet hoort te discrimineren, hierin is de krijgsmacht maar ietsje minder tolerant dan de doorsnee Nederlander. Zo vindt 88 procent van de militairen dat je homoseksuelen zoveel mogelijk moet vrijlaten (tegen 94 procent van de doorsnee Nederlanders). 83 procent van de militairen vindt dat homoseksuele paren dezelfde rechten op woonruimte moeten krijgen (landelijk 88 procent) en 87 procent vindt dat homoseksuele paren van elkaar moeten kunnen erven (landelijk 90 procent).

Onder de oppervlakte echter heerst ook in het Nederlandse leger heel wat onbegrip en venijn, zo blijkt uit het onderzoek. De meeste militairen zijn weliswaar tolerant, maar erg terughoudend. Ze hebben niks tegen homo's, mits op veilige afstand. Voor een homoseksuele commandant zal de gemiddelde militair heus niet minder hard lopen dan voor een hetero, en over hem roddelen vindt 63 procent (zeer) ongepast. Maar in het sociale en persoonlijke vlak overheerst de discriminatie. Zo zou 54 procent het (zeer) vervelend vinden om samen een kamer te moeten delen, terwijl 49 procent niet met meerdere homo's in de eenheid wil. 29 procent noemt homo's ongeschikt om in de krijgsmacht te werken, en 25 procent zou zich drukken van samenwerking met een homo. Hoe lager de rang, hoe terughoudender men zich opstelt en dat geldt zowel te land, ter zee als in de lucht.

Vergeleken met allochtonen worden homo's sterker gediscrimineerd. 48 procent van de ondervraagde militairen zou (beslist) niet bij een homoseksuele arts op het spreekuur gaan, terwijl 'maar' 16 procent niet naar een allochtone arts wil. 44 procent zal niet snel contact zoeken met een homoseksuele militair, tegen 15 procent niet met een allochtoon. En 39 procent gaat liever niet naast een homo zitten, terwijl 21 procent een allochtoon zou mijden.

Een kwart zegt al bijna misselijk te worden als men over homoseksualiteit hoort praten, 20 procent zegt bang te zijn dat een homoseksuele kennis hem aantrekkelijk gaat vinden, 10 procent voelt zich verward en 9 procent agressief als men over homoseksualiteit hoort praten.