Het rendement

Ik dacht dat je een koe kon vergelijken met een stoommachine: een onvoordelig lopende constructie, die niettemin een geweldige uitwerking heeft, of had.

De gemiddelde koe graast acht tot negen uur per dag. Herkauwen neemt een uur of zes. De rest gaat op aan hazeslaapjes, piekeren. Daarbij verwerkt ze tachtig kilo gras. Deze kilo's worden opgenomen in een pens van ruim honderd liter, waarin doorlopend zeker zestig liter water staat.

Kauwen, slikken, later nog eens kauwen, het kneden en vergisten in de pens, de aanvullende werkzaamheid van de andere drie magen - al met al een verbluffende combinatie van geweld en raffinement, van grote koe en klein bacterietje.

Energetisch beschouwd gebruikt een koe van haar voedsel rond veertig procent voor zichzelf en twintig procent voor de produktie van melk. De rest zit in de melk zelf.

Prof. Tamminga: “Een nuttig effect van om en nabij de veertig procent. Dat haalt een stoommachine niet. Ik denk zelfs dat menige elektriciteitscentrale dat niet haalt.”

Vrij voordelig dus. Maar er zijn geen voordelen zonder nadelen. We praten over een koe van zeven-, achtduizend liter melk. Deze koe heeft een belangrijk aandeel in de verzuring en verstikking van het milieu. Bovendien moet bijna de helft van haar voedsel van elders worden aangevoerd. Voor deze koe bezetten wij in feite grote stukken buitenland.