Helikoptergevecht

In Nederland is een gevecht aan de gang tussen Amerikaanse en Europese wapenfabrikanten. Vorig jaar eindigde een Frans-Amerikaanse strijd om een Nederlandse defensieorder voor transporthelikopters in een Franse zege. Defensie besloot tot de aankoop van zeventien Cougar MKII helikopters van Eurocopter, een fabriek die voor zeventig procent eigendom is van de Franse staat en waarvan Deutsche Aerospace dertig procent bezit. Nu zijn Amerikaanse en Europese ondernemingen in een slag verwikkeld om een Nederlandse order voor gevechtshelikopters binnen te halen.

Net als vorig jaar speelt daarbij meer dan alleen de militaire kwaliteit van de toestellen, de prijs en de compensatieorders een rol. Bij wapenhandel hebben politieke overwegingen groot gewicht. Vorig jaar lekte uit dat de luchtmacht voorkeur had voor de S-70A Black Hawk van de Amerikaanse fabrikant Sikorsky, maar een belangrijke reden voor Nederland om het Franse toestel te kiezen was de wens om door 'materieel-samenwerking' bij te dragen tot de Europese 'defensie-identiteit'.

Bij het huidige helikoptergevecht, dat zeker tot het einde van dit jaar duurt, neemt de internationale defensieindustrie aan dat soortgelijke overwegingen de doorslag kunnen geven bij een Nederlandse keuze. Defensie wil afwegen welke aanschaf het beste is, Apache helikopters van McDonnel Douglas, Super Cobra's van Bell (beide Amerikaans) of de Mangusta A 129 van Agusta (Italiaans) of de Tiger van Eurocopter (Frans). De Nederlandse luchtmacht heeft de naam Amerikaans georiënteerd te zijn. Tegelijkertijd heeft Nederland nauwe banden met de Franse wapenindustrie sinds Hollandse Signaalapparaten in Hengelo, fabrikant van defensie-elektronica, vanaf 1989 door Philips in fasen aan het Franse staatsconcern Thomson-CSF werd verkocht. De Nederlandse staat bezit één procent van de aandelen van Signaal.

Nederlandse politici die de directie bewapening van het Franse ministerie van defensie bezoeken, vragen daar jaar in jaar uit bevestiging van de Franse belofte dat Signaal een centrum blijft waar eigen defensiesystemen worden ontwikkeld en dat Signaal geen Frans bijkantoortje wordt. Die bevestiging krijgen ze telkens opnieuw. Het Franse ministerie van defensie, dat een grote greep heeft op de Franse wapenindustrie, laat op zijn beurt graag nog eens weten dat Nederland met Signaal belang heeft bij het welvaren van de Europese, of Franse, defensieindustrie. Frankrijk herinnert daarom ook bij de strijd om de order voor gevechtshelikopters graag aan de Nederlandse wens om bij te dragen tot de Europese defensie-identiteit.

Sinds het einde van de Koude Oorlog is in de meeste landen fors gesnoeid in de defensieuitgaven. De wapenindustrie is gedwongen tot een saneringsproces dat nog lang niet is voltooid. Bij het gevecht om te overleven wordt hard gejaagd op exportorders. De Amerikaanse defensieindustrie is trots dat zij sinds de Golfoorlog in 1990 - volgens een artikel in het tijdschrift Foreign Affairs 'de grootste wapenverkoopshow op aarde' - haar marktaandeel in het Midden-Oosten belangrijk heeft weten te vergroten. In 1989 ontving de Amerikaanse industrie maar eenachtste van de wapenorders uit het Midden-Oosten (zonder Israel), in 1992 echter haalden de Amerikanen de helft van de opdrachten binnen. Op een andere groeimarkt voor wapens, Oost-Azië, zijn de Amerikanen traditioneel marktleiders.

Europese wapenfabrikanten bestrijden dat dit Amerikaanse succes toegeschreven moet worden aan een Amerikaanse technologische superioriteit. Het zou een zaak zijn van voor wat hoort wat: als een land als Saoedi-Arabië Amerikaanse militaire steun wil, moet het ook met de boodschappenlijst voor wapens naar de Amerikaanse industrie. Deze zou vooral in de ruimtevaart, bij sommige raketsystemen en bij vliegtuigen technologisch voorop lopen. Maar op de wapenmarkt wordt ook ingekocht door landen die bedreigingen niet van dien aard vinden dat zij de laatste technologie daar tegenover willen stellen. Die kunnen daarom gevoeliger zijn voor argumenten als prijs en werkgelegenheid. Als Frankrijk aan Nederland gevechtshelikopters wil verkopen, kan het eraan herinneren dat de Nederlandse werkgelegenheid bij Signaal gediend is met een florerende Franse defensieindustrie (zo levert Thomson-CSF het Nederlandse leger onder meer al nieuwe radioapparatuur). Dat kan gewicht in de schaal leggen in een periode van sanering, waarbij de Amerikanen het voordeel van een grote thuismarkt hebben en de Europeanen nog veel grensbarrières moeten overwinnen. Het staat vast dat inkrimpingen nergens te vermijden zijn. Bij de Duitse defensieindustrie - met Fokker-eigenaar DASA - wordt in de komende jaren zelfs een teruggang van het aantal arbeidsplaatsen met dertig tot veertig procent verwacht.