Heel gewoon en met goed fatsoen

De strandgast ontdeed zich aan het begin van de twintigste eeuw zonder gene van zijn overkleding, de meertoerist gaf zich minder makkelijk bloot. Rond het meer van Annecy was het verboden in badkleding of zonnejurk rond te lopen. Alleen met gesloten peignoir werd je toegelaten tot de grasstranden.

Bij de Pont des Amours speelt een kleuterklas blindemannetje. Telkens als een van de koters met een zakdoek over de ogen zijn klasgenoten betast, stijgt er gegil op. Rode wangen, afgezakte kniekousen en omgedraaide petten. Schoolmeisjes kijken giechelend toe. Voorzichtig bloot. Ze dragen felgekleurde shorts en bikinihesjes en inspecteren verlegen de conditie van hun huid. Met langzame halen smeren ze zich in met factor 10.

Het is al volop zomer op de Champ de Mars aan het meer van Annecy. Franse gezinnen nestelen zich in de schaduw van de rode beuken, militairen verruilen hun schuttingkleuren voor een gestreepte boxer en de eerste toeristen laten verhit hun rugzakken van de schouders zakken. Tussen de middag komen er werkende vrouwen de quai Napoleon III oplopen. Ze laten zich vallen op een bank en trekken discreet hun rok een eindje op.

Er wordt gelachen, gezongen en oeverloos gekletst. Groepen formeren zich en vallen weer uit elkaar. Niemand fluit als twee rondborstige blondines met klokkende rokjes langslopen. De badgasten van Annecy, maar ook die van de omliggende meren Le Bourget en Clement gedragen zich in alle opzichten voorbeeldig. Ze zijn vrolijk en sociaal zonder zich tot exposure-gedrag te laten verleiden. Geen geflirt dus, geen gettoblasters en geen ordinaire scheldpartijen. Of zoals de toeristische gids Les lacs de Savoie constateert: “De kusten van Annecy en Le Bourget zijn zoals alle meerstranden keurig net. Het zijn de badplaatsen van de bourgeoisie en de middenklasse.”

Bestaat er zoiets als meermode? De verkoopster van een plaatselijk lingeriemagazijn haalt haar schouders op. “Badgasten ogen hier wat minder extravagant dan aan het strand,” vermoedt ze, maar zeker weten doet ze het niet. “Ik ben nog nooit aan zee geweest,” geeft ze blozend toe.

De strandcultuur heeft altijd iets hedonistisch gehad. Zolang er in zee wordt gebaad, zo schrijft historicus Alain Corbin in zijn studie Het verlangen naar de kust, bestaat de hoop dat de harmonie tussen lichaam en ziel wordt hersteld. Het strand was in de achttiende en negentiende eeuw een theater van zedeloosheid en de aristocratie wijdde zich met overgave aan het spel van het schalkse baden. Terwijl de edellieden met hun verrekijker het strand afspeurden, koketteerden de adelijke badnimfen met hun blote hielen en weelderige haardossen. Het ultieme schoonheidsideaal van menige romanticus was een mooie jonge vrouw, eenzaam en nat op het strand.

De oevers van het meer haalden het niet bij de woeste branding. Ze ontbeerden de erotische aantrekkingskracht en gingen eerder door voor zompig en saai. Dat de meercultuur inferieur was aan die van de betere badplaats, illustreert het tragische lot van het Franse hof. Na de revolutie van 1840 moest de beau monde van Orleans en faubourg Saint-Ger-main de zomer doorbrengene in Aix-les-Bains en Plombieres, omdat zij zich niet langer in chiquer oorden als Dieppe en Oostende kon vertonen. De hofhouding van Jacobus II was veroordeeld tot herbergen en moest genoegen nemen met een ezel als vervoermiddel.xp In 1887 toen Annecy nog maar enkele hotels bezat en zelfs koningin Victoria het meer met een bezoekje vereerde - ze vond het strand van Brighton te lawaaiig - was er van een badcultuur nauwelijks sprake. De burgerlijke dames flaneerden in witte voile japons met queue en parasol of in een degelijke donkere rok met blouse en pothoed. De heren droegen een strooien bonnet en de kinderen broderiejurken en matrozenpakken.

De strandgast ontdeed zich in het begin van de twintigste eeuw zonder veel gene van zijn overkleding, de meertoerist gaf zich minder makkelijk bloot. Met instemming en gevoel voor goede zeden, nam hij het baadregelement in acht. In de dorpen rondom het meer van Annecy was het in 1929 nog verboden in badkleding of zonnejurk rond te lopen. Alleen met gesloten peignoir werd je toegelaten tot de grasstranden. En betrapte de veldwachter je in 1935 in Annecy op het verrichten van gymnastiekoefeningen of heliotherapie, dan kon je rekenen op een fikse boete.

“Het doet hier denken aan de goede oude tijd,” schreef Francis Scott Fitzgerald in de zomer van 1931 tijdens zijn bezoek aan Annecy, “toen wij nog geloofden in vakantievilla's en de filosofie van het populaire chanson.” De tuttige preutsheid van de meeroevers werd overigens enigszins gecompenseerd door de aanwezigheid van de mondaine resorthotels en een casino, waar de vrouwen volgens het dagboek van een badgast gekleed waren in “jurken die de rug bloot lieten en de jarretels nauwelijks bedekten.”

In de etalage van Maison du Sport hangt een verkleurd affiche van het Amerikaanse badmodemerk Jantzen. Op de flanellen panelen zijn met knopspelden tricot zwembroekjes en bonte zwempakken bevestigd. Bij chaponnier J.P. Pochat in de rue Filaterie liggen de strooien zonnehoedjes die Scott Fitzgerald tijdens zijn Franse zomervakantie al droeg en de mode die Palais du Vetement etaleert, lijkt ook uit die tijd te dateren.

De grachten in de oude stad van Annecy zijn nog even helder en lichtgroen en de boulevards even poetisch. Het badvolk vermaakt zich net als in het begin van deze eeuw met roeiboten en waterfietsen. Hun kinderen rijden op trappaardjes en draaien in een carrousel. Er staan vliegers in de lucht. De tijdgeest heeft geen greep op het meer van Annecy. Nooit gehad, zo lijkt het.

Jonge moeders vleien zich naast de koelbox in het gras van Champ de Mars. Gekleed in felgele leggings, gympies met hakken, korte truitjes of een sarong. Hun kinderen zijn bloot. Pa heeft een blauw-witgestreept t- shirt aan en een dito pet op zijn hoofd. Heel gewoon en met goed fatsoen. Ze voldoen moeiteloos aan het baadregelement dat in de zomer van 1994, zij het met enige wijzigingen, nog steeds op het informatiebord prijkt.