González buigt niet na nederlaag verkiezingen

MADRID, 16 JUNI. Spanje krijgt geen vervroegde verkiezingen, de ministers in het zittende kabinet zullen niet worden vervangen en de regering zal geen geen vertrouwensvraag stellen aan het parlement. Premier Felipe González heeft gisteren voor het eerst gereageerd op de desastreuse stembusnederlaag die zijn partij, de sociaal-democratische PSOE, het afgelopen weekeinde bijde verkiezingen voor het Europese Parlement en in de regio Andalusië heeft geleden. González, die in Colombia de Ibero-Amerikaanse top bijwoont, pleitte voor een periode van rust en “reflectie” voordat er maatregelen worden genomen naar aanleiding van de resultaten.

In de Europese verkiezingen die golden als graadmeter voor de kiezerssteun aan het huidige minderheidskabinet, won de conservatieve oppositiepartij Partido Popular (PP) ruim veertig procent van de stemmen. De PSOE behaalde slechts 31 procent van de stemmen en moest daarmee zijn plaats als grootste partij in Spanje aan de PP afstaan. In Andalusië, traditioneel een bolwerk van de socialisten, verloor de PSOE voor het eerst in twaalf jaar de absolute meerderheid.

In zijn eerste reactie lijkt González niet te willen buigen voor de kritiek die ook in zijn eigen kring na het weekeinde is los gebarsten. De suggesties van de partijtop van de PSOE, om met het ontslag van sommige ministers binnen het kabinet en het stellen van de vertrouwensvraag aan het parlement tegemoet te komen aan de electorale nederlaag, wees González van de hand. Volgens de premier is er geen sprake van dat het beleid inhoudelijk wordt aangepast en is het dus ook niet nodig ministers te vervangen. González wilde de vertrouwensvraag alleen stellen als de steun zou ontbreken voor begrotings- of wetsvoorstellen. Dat is vooralsnog niet het geval.

In het debat rond de vertrouwensvraag was de hoofdrol weggelegd voor de Catalaanse nationalistische partij CiU van Jordi Pujol. De Catalanen bevinden zich in een sleutelpositie: door het minderheidskabinet van González te steunen hopen zij bepaalde concessies af te dwingen op het gebied van verdergaande autonomie, terwijl zij buiten de regering blijven en dus ook geen verantwoordelijkheid dragen voor de corruptiekwesties en de slechte economische situatie in het land.

Voor een grotere verplichting in de vorm van het uitspreken van vertrouwen in het parlement voelen de Catalaanse nationalisten niets, zo bleek. De vertrouwensvraag was “niet nodig”, zei Pujol. Toen de vertrouwenskwestie als mogelijke optie in politieke kring rond bleef zoemen, dreigden de nationalisten met zwaarder geschut: de Catalanen zullen zich van stemming in het parlement onthouden wanneer de kwestie aan de orde komt.