Europese Academie tegen bureaucratie

Behalve een Europees Parlement is er ook een Europese Academie, de Academia Europaea. Ze is bedoeld om als verzamelplaats van individuele, niet-gebonden toponderzoekers brede initiatieven te ontplooien en zo een tegenwicht te vormen voor de almachtige bureaucratie. Sinds de oprichting in 1988 - een initiatief van de Britse minister van wetenschappen Peter Brooks - zijn vijftienhonderd wetenschappers uit Oost en West toegetreden, waaronder zeventig uit Nederland. Het secreatariaat van de Academia is gevestigd in Londen.

Op 23, 24 en 25 juni houdt de Academia Europaea haar jaarbijeenkomst in het Italiaanse Parma.

Vorige week dinsdag kwamen de Nederlandse leden op initiatief van Henk Wesseling, voorzitter van de sectie geschiedenis, in het Rijksmuseum bijeen om uit de mond van president Sir Arnold Burgan te vernemen hoe de zaken er voor staan. Burgan, van huis uit farmacoloog, heeft zich vanaf de oprichting met hart en nieren voor de Academia ingespannen en zal op de jaarbijeenkomst eind deze maand in Parma worden opgevolgd door de de Franse wetenschapspoliticus en kristallograaf Hubert Curien.

Heeft de Academia Europaea aan de verwachtingen van de oprichters voldaan? Of is het, in de woorden van kankeronderzoeker Piet Borst, 'een van huis uit ouderwets elitaire gezelligheidsclub met de aardige ambitie een rol te spelen bij adviezen op Europees niveau'? Er waren er in het Rijksmuseum, waaronder astronoom en man van het eerste uur Harry van der Laan, die in de huidige Academia nog bij lange na niet het 'gezaghebbende lichaam' herkenden waarop zes jaar geleden was gehoopt. Weliswaar zijn er tal van initiatieven ontplooid, veelal multidisciplinair, maar van de status van invloedrijk adviescollege waar de nationale en Europese politiek niet omheen kan, is de Academia Europaea nog ver verwijderd.

'Dat vergt tijd', aldus Burgen, voormalig vice-voorzitter en buitenlandsecretaris van de Royal Society en als zodanig gepokt en gemazeld in de Europese circuits. 'Pas als we slagen het nodige aan respect af te dwingen zullen we op termijn, kijk naar de Royal Society, in staat zijn gezag uit te stralen en een machtspositie te ontwikkelen. Zes jaar is daarvoor veel te vroeg.'

Toch heeft de Academia inmiddels het een en ander bereikt. Op verzoek van de Duitse minister van wetenschappen is een studie verricht naar de ethische aspecten van de nieuwe genetica. Rapporten over onderwijs en jeugd hebben in verschillende landen, waaronder Nederland, op regeringsniveau sterk de aandacht getrokken. En in Rusland, waar de nationale Academie van Wetenschappen in chaos verkeert, zijn leden van de Academia Europaea zich als groep gaan presenteren om het ontstane gat op te vullen.

Daarnaast heeft DG XII, het directoraat-generaal van de Europese Commissie in Brussel dat over wetenschapszaken gaat, de Academia Europaea gevraagd om leden voor de commissie Wetenschap & Techniek, een eerste blijk van erkenning. DG XII beschikt over miljardenbudgetten waarmee speciale projecten op het gebied van informatietechniechnologie, vervoer en ook fundamenteel onderzoek worden gefinancierd. Een veel gehoorde klacht van onderzoekers is dat ze hun researchaanvragen steeds moeten 'herformuleren' om in het bureaucratische keurslijf te passen.

Burgan: 'Bureaucraten zorgen in de eerste plaats voor zichzelf en willen politici tevreden stellen. Dat leidt tot sterk gekleurde besluitvorming. Wij zijn ongebonden en kunnen onbekommerd de beste oplossing zoeken. Het zou daarom een goede zaak zijn als een club als de onze een deel van het Brusselse wetenschapsbudget mag verdelen. Ik wil daar graag naar toewerken, maar voorlopig ligt dat nog buiten onze horizon.'

Een Associatie van Nationale Academies roept volgens Burgan in de praktijk alleen maar moeilijkheden op. 'Per land verschillen ze sterk van karakter en invloedsfeer, Duitse deelstaten hebben ieder hun eigen academie en bij elkaar leidt dat tot de onwerkbare situatie dat de ene academie 'more equal' is dan de andere. Daar komt bij dat de nationale academies zich van oudsher concentreren op wetenschappelijk onderzoek en het onderwijs zo'n beetje als stiefkindje beschouwen.'

Voorlopig concentreren de activiteiten van de Academia Europaea zich op studiegroepen over brede onderwerpen als onderwijs, jeugd, energie, nationalisme en ouderdom. De humaniora krijgen relatief veel aandacht, ook al omdat men daar veel minder dan bèta's gewend is internationaal te opereren. Op jaarvergaderingen organiseren de verschillende secties symposia over zaken als 'de toekomst van musea', 'het beeld van de wetenschap', 'de erfenis van de klassieken' en 'de aard van het geheugen'. Op die bijeenkomsten wordt ook de 'Erasmuslezing' uitgesproken, dit jaar door de Brit Lawrence Freedman over 'Macht en onveiligheid in Europa'. De neerslag van dit alles is terug te vinden in rapporten, het kwartaaltijdschrift The European Review en de Newsletter.

De gemiddelde leeftijd binnen de Academia Europaea is 57 jaar. Graag zou Burgan jonge briljante wetenschappers binnenhalen, op de top van hun onderzoekscarrière, maar dat stuit in de praktijk op bezwaren. Als een jonger iemand wordt genomineerd is er altijd wel een academielid uit datzelfde land dat een oudere collega niet graag gepasseerd ziet.