Debat in Eerste Kamer over krasloterij was zoals het hoort

In NRC Handelsblad van 9 juni geeft mijn collega G.P. Hoefnagels een wat vertekend beeld van het debat over de krasloterij in de Eerste Kamer. Zijns inziens was dat geen echt debat. In een goed debat is immers 'ieder bereid om te sterven'. Wel, Hoefnagels ging bij die gelegenheid royaal kopje onder, zodat aan ten minste aan één voorwaarde was voldaan. Hij is weer opgekrabbeld, om achteraf zijn gelijk te halen en zijn discussiegenoten van toen allerlei lelijks te verwijten.

Zo meent hij, dat argumenten in die discussie niet telden, en dat de regeringsfracties uitsluitend 'om politieke redenen' de krasloterij accepteerden. 'Politiek' betekent in dit verband zoveel als buiten- of onmaatschappelijk, anders gezegd: eigenlijk waren die coalitiefracties het helemaal met Hoefnagels eens, maar tot behoud van de coalitie legden zij zich neer bij de krasloterij. Bij zulk onmaatschappelijk of 'Binnenhoffelijk' gedrag hoort ook het gesignaleerde 'dilemma van de fractie van een regeringspartij die in een bepaalde periode al tegen een paar wetsvoorstellen heeft gestemd; er is een soort kwantumgrens aan de contrairgang'.

Hoefnagels hoeft maar even te tellen, om vast te stellen, dat die 'kwamtumgrens' dan kennelijk voor de PvdA-fractie in de Eerste Kamer erg laag ligt en zelfs voor de CDA-fractie aanzienlijk lager dan men oppervlakkig uit het commotieverwekkend gedrag van die fractie misschien zou afleiden. Wekelijks gaan we dan ook in de fractie zorgvuldig na, of het kwantum reeds bereikt is. Maar laat ik het ernstiger stellen: Bij elk wetsvoorstel vormt de politieke opstelling van de Tweede-Kamerfractie van de PvdA voor de Eerste-Kamerfractie van die partij een zwaarwegend gegeven, waar ze alleen om zeer gewichtige redenen van afwijkt.

Zulke gewichtige redenen leken zich bij de krasloterij voor te doen. De regering zelf had immers deze nieuwe loterijvariant 'riskant' genoemd en drong tegelijkertijd bij de gemeenten aan op een meer terughoudend beleid met betrekking tot gokautomaten. Reden genoeg om te aarzelen en de risico's van de krasloterij zo goed mogelijk in beeld te krijgen. Dat was dan ook het enige punt, waarop ik mij, als woordvoerder van de PvdA-fractie, in deze zaak richtte. Ondertussen werd ik van vele zijden bestookt door mensen die mij de goedheid van de 'goede doelen', waar alles immers om ging, met kracht onder het oog brachten. Voor al die lobbyisten heb ik steeds slecht één boodschap op zak gehad: 'Geen doel zo goed, dat het een loterij met ernstig verslavingsrisico's ook goed kan maken'.

Door de regering heeft mijn fractie zich echter - op enkele leden na - laten overtuigen, dat van zulke risico's bij de krasloterij geen sprake is. Ik herhaal 'overtuigen'. Hoefnagels is immers van mening, dat argumenten niet telden, en dat het allen om het 'winnen' ging. Wij hebben vastgesteld, dat er geen gewichtige redenen waren om tegen te stemmen. Dat had niet zozeer te maken met het 'in allerijl in opdracht van de minister gemaakte rapport van de KUB, dat moest dienen om de stemming in de Eerste Kamer om te buigen' en dat inderdaad nog geen uitsluitsel kon geven over de gevolgen van de krasloterij. Dat had alles te maken met een rapportje over buitenlandse ervaringen met krasloterijen, dat ook op tafel lag. In geen van de onderzochte landen had men ooit iets van krasloterijverslaving vernomen. Ik heb nog een ogenblik verondersteld, dat dat zou kunnen liggen aan de wat luchthartiger aard van die vreemde volken, zo luchthartig wellicht, dat ze nergens gokproblemen zien. Maar nee; in alle onderzochte landen kende men het probleem wel degelijk. Maar niet bij de krasloterij. Dat bracht onze fractie in meerderheid tot voorstemmen. Ik heb bij gelegenheid van het mondelinge debat zeer goed naar Hoefnagels geluisterd. Om vast te stellen, dat de kern van zijn betoog is, dat hij alle loterijen op één hoop gooit. Dat doet hij ook nu weer. Met een betoog dat in hoofdzaak over de speelautomaten gaat, gaat hij de krasloterij te lijf. Zo'n betoog kan mij niet overtuigen. En daar ging het toch om.

Ondertussen hoef ik mij niet verder dan nodig van Hoefnagels te verwijderen; ik begrijp zijn zorg ook als ik die niet helemaal kan delen. In elk geval heb ik met weerzin kennisgenomen van de introductiecampagne van de krasloten via de tv. Die ademt een volmaakt verkeerde sfeer, ook gezien de door de Tweede Kamer aanvaarde motie-Schutte over de publiciteit rondom de krasloten. In elk geval ben ik met Hoefnagels van mening, dat als verkoop aan minderjarigen verboden is, dat dan ook niet moet gebeuren. En ik zal ook naar zijn hart spreken als ik zeg, dat uitverkocht zijn van de kraslootjes niet mag leiden tot toestemming om er dan jaarlijks maar wat meer te mogen verkopen. Aan verschillende van die punten heb ik bij de discussie in de Eerste Kamer aandacht gegeven. Ik vond dat een redelijk echte discussie.