De frit-o-matic

'Ik schaam me er een beetje voor; het is hier zo'n rommel.' We staan in een kil schuurtje, waar de heer J.M.M. Hoeberigs enkele dagen tevoren kou heeft gevat: 'Ja, ik werk hier, in huis is geen plek.' De schuur bevindt zich achter zijn huis in het Zeeuwse Sluis, op een steenworp afstand van de Belgische grens. Er is net genoeg plaats voor een werkbank en een prototype van een automaat die, bekleed met wit polystyreen, waterijsjes fabriceert en in kartonnen hulsjes verpakt.

De Frietkot Cultuur; Het laatste boek over België. Paul Ilegems, Uitgeverij Loempia, 1993.

Hoeberigs is uitvinder. In de jaren zestig bracht hij de eerste patat friet-automaat op de markt: twee kwartjes erin, een zakje gebakken friet eruit. We praten verder in de huiskamer: 'Ik ben al vanaf mijn jeugd geïnteresseerd in techniek. Toen ik op internaat was, stuurden mijn ouders meccano-dozen op. Na de oorlog werkte ik in hun winkelbedrijf in Maastricht, waar ik attracties verzorgde in de etalages. Later ben ik op mezelf begonnen. In 1963 opende ik in Brugge de eerste Belgische automatiekhal, met raspatat. Dat sloeg erg aan. Alles kwam uit de muur, alleen frieten deden we met de hand. Ik ontwikkelde in 1965 een friet-automaat in een speciaal daartoe ingerichte kamer in ons huis. Je kon aan de voorkant van de automaat zien wat er binnenin gebeurde: honderd plastieken bakjes met voorgebakken friet werden op een kettingsysteem geplaatst en omgekiept in een ketel. Na het afbakken draaide de mand uit de ketel en werd de friet weer in het bakje gekiept, dat de klant uit een loketje kon pakken.'

Hij ging er mee naar de uitvinderssalon in Brussel en kreeg een Oscar. Op de schoorsteenmantel staat nu nog de grote bokaal, die eraan herinnert. Onder de kop: 'De eerste Frietautomaat ter wereld staat in Brussel' schreef een Belgische krant: 'Een geldstuk in de gleuf en binnenin wordt de inhoud van een bakje in hete vet gekipt. Veertig seconden later vangt een ander bakje de knappende aardappelstokjes op. Een uitvinding die het aanschijn van dit land kan veranderen, menen wij. Hebt u zich al eens een Belgische stad zonder een frietkotje voorgesteld?'

Hoeberigs: 'Mijn verwachtigen waren hoog gestemd. Ik had er patent op. Er kwamen allerlei mensen langs die leningen aanboden. Iedereen geloofde er in. Het was een gekkenhuis. De Man van de Knakworst, een snack-fabrikant, nam hem in licentie en een fabrikant van sigarettenautomaten, IJzaron in Nijmegen, fabriceerde hem.'

Ook in het buitenland verschenen artikelen over de vinding, tot in de Nieuwzeelandse Auckland Star. Volgens de aanbiedingsfolder werd de Frit-O-matic gratis ter beschikking gesteld, tegen een waarborgsom van ƒ1800,-. Bovendien was er de verplichting per dag 120 patat-frites-bakjes (3,5 cent per bakje) af te nemen. Er werd een hoge winstmarge beloofd: 'Van elke twee kwartjes is 24,5 cent voor u.'

In de afbakfriteuse van de automaat bevond zich 5 kg vet (constante temperatuur: 180 graden) en middels een tijdrelais werd de baktijd op 35 seconden gesteld. Via een knop kon de klant zout naar smaak bijvoegen. De Frit-O-Matic werd aangeprijsd voor bedrijfs- en sportkantines, campings, speeltuinen en stations: 'Fabrieksarbeiders, modinettes, kantoorpersoneel en scholieren zullen in de naaste toekomst hun pakje brood thuis laten.'

Hoeberigs: 'IJzaron had mijn prototype daar staan, maar had geen geleiding langs de ketting aangebracht waardoor de bakjes gingen slingeren en er gemorst werd. Voordat ik erachter kwam, was het al te laat en ik had niets meer te zeggen. Ik schat dat honderden Frit-O-Matics verspreid over heel Europa stonden. Maar na een jaar verbrak de Man van de Knakworst het contract. De automaten werden vies en vroegen veel onderhoud. Als ze hem hadden gemaakt zoals mijn prototype was het vermoedelijk wel een succes geweest.'

Inmiddels kwamen ook anderen met frietautomaten op de markt, zoals de Rotterdamse firma Holdeen en Van Cleven in Hasselt, met de 'Interfrit'. Hoeberigs: 'Holdeen kwam met een trechtersysteem. Dat had ik ook al uitgeprobeerd, maar de frieten gingen klitten. In 1970 had ik een variant op de Frit-O-Matic klaar. Jean Pierre Papillon uit Gent nam hem in produktie.'

In het boek 'De Frietkot Cultuur' schrijft Paul Illegems: 'Het nieuwe toestel werd de FritBar gedoopt. Het werkte beter dan alle voorgaande en kon zelfs twee porties tegelijk klaarmaken. Maar ook de Frit-Bar kwam niet van de grond, en Papillon, die ongelukkig genoeg tegen de pers had gelogen dat hij hem zelf had uitgevonden, werd door de hele frietkotwereld uitgelachen.'

Hoeberigs; 'Je kon automaten voor 2.000 gulden maken, maar er werden merken verkocht tegen woekerprijzen van ƒ25.000.' Zelfs in Amerika en Australië werden automaten ontwikkeld. Illegems: 'De tijd van de frietautomaten lijkt onherroepelijk voorbij. Ze stinken, schieten in brand, vragen te veel onderhoud en kunnen het aanbod van een frietkot nooit evenaren.'

Maar er komen nog steeds nieuwe automaten uit. Eén van de nieuwste is de 'Margot Chips Robot'. Hoeberigs: 'Ik denk dat er wel vijftig verschillende zijn geweest. Ze hebben een korte levensduur. Het grootste probleem is de olie, meneer. Die moet je iedere dag verversen. Er zijn apparaten geweest met filters, maar dat werkt ook niet echt. De toekomst is hetelucht-verwarming en infrarood. Ik ben al sinds 1971 bezig met systemen zonder olie. Ovenfriet kan net zo lekker zijn als gewone patat, maar in gewone ovens bakken ze zo'n 20 minuten, waardoor ze van binnen kurkdroog zijn. Mc Cain heeft met magnetronovens geëxperimenteerd. Dat was ook geen succes, want de friet werd niet krokant. Ze dachten dat op te lossen met een aluminiumlaagje op de kartonnen bakjes, zodat de hitte werd geabsorbeerd, maar ze waren absoluut oneetbaar.'

Hoeberigs ontwikkelde de Frit-O-Matic toen hij begin veertig was. Hij is nu 69 jaar en nog steeds bezig met de verbetering van de frietautomaat. In de keuken van zijn woning demonstreert hij het prototype: een oventje dat werkt op een combinatie van hete lucht en infrarood; een klein metalen apparaat dat in een beugel hangt en schuin afgesteld kan worden. Als hij twee knoppen ingesteld heeft (tijdklok en thermostaat) lichten rode lampjes op en gaat het apparaat zacht ratelen. Een motortje draait de ovenschaal waar de friet in ligt, zodat ze aan alle kanten bruin worden. Je hoort de patatten naar onder vallen in de roterende bak. Na drie minuten haalt hij ze eruit; ze zijn wat klef en bleek, maar de smaak is aardig: 'Het kan beter, het kan aan dit merk friet liggen. Ik heb er al patent op aangevraagd. Voor het eerste apparaat had ik in 21 landen patenten.'

Hij toont een Amerikaans patent, een prachtig document met zegel, linten en de afbeelding van een fabriek. 'Het is voor een particulier bijna niet te betalen. Al mijn geld is er in gaan zitten. Ik heb nu nog drie maanden en dan is mijn aanvraag weer verlopen. Daarna moet ik opnieuw betalen.'

Ik vraag hem of hij zelf weleens friet eet: 'Ja, maar klaargemaakt in olie op een gasstel. Dat zijn toch wel de lekkerste, hoor.'

Naschrift: Enkele weken later belt de heer Hoeberigs. Hij heeft patent gekregen op zijn vinding en een frietverwerkende industrie is geïnteresseerd er frietautomaten en ovens mee te maken. Bij tests bleek zijn oven goede resultaten op te leveren. Dus misschien toch nog?