Brede bèta

Met veel belangstelling las ik het artikel van Dirk van Delft getiteld 'Brede bèta, smalle gamma' (W&O 9 juni). Terwijl de rol van wetenschap en technologie in de samenleving toeneemt, worden de strategische beslissingen op dit terrein meestal genomen door economen en juristen, academici die geen verstand van en vaak geen affiniteit hebben met technische wetenschappen. Bèta-wetenschappers en ingenieurs zijn in deze hogere regionen te weinig vertegenwoordigd. Hun eenzijdige opleiding is daar mede debet aan.

Bij overheid en bedrijfsleven is dus behoefte aan breed opgeleide bèta's. Van Delft noemt drie opleidingen in Nederland die deze weg zijn ingeslagen, waaronder de ingenieursopleiding Techniek en Maatschappij aan de TU Eindhoven. Van Delft citeert hierbij dr. W.M.A. Smit van de studierichting Natuurwetenschappen in Utrecht, die de Eindhovense opleiding in een slecht daglicht plaatst. Ik betreur het ten zeerste dat in het artikel niet op een meer genuanceerde manier wordt ingegaan op de oudste van de drie opleidingen en de enige die al langer afgestudeerden (ingenieurs) op de arbeidsmarkt heeft gebracht. Inmiddels heeft de studierichting Techniek en Maatschappij ruim 250 ingenieurs afgeleverd. Door middel van regelmatig enqueteren zijn zij in hun carrièreontwikkeling gevolgd. De bevindingen zijn positief.