Besmet donorbloed in Derde wereld blijft onzichtbaar probleem

Voor vakantiereizen naar verre oorden is een gekoeld zakje eigen bloed in de bagage geen overbodige luxe. Zo'n tien jaar nadat men in het westen donorbloed op HIV is gaan testen, blijkt in de Derde wereld nog steeds een op de tien seropositieven langs deze weg besmet. Vorige week besloot de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) daarom een nieuwe instantie voor bloedveiligheid op te richten. In de meeste ontwikkelingslanden wordt bloed onvoldoende op HIV getest. Zelfs in een land als Ivoorkust, dat over een van de meest geavanceerde methoden voor dit bloedonderzoek beschikt, wordt bloed alleen in in de hoofdstad Abidjan en in twee andere steden getest.

De combinatie van weinig bloedonderzoek en veel besmette donoren maakt een bloedtransfusie in de Derde wereld tot een vorm van Russische roulette. Zo meldt een WHO-verslag dat in de Zaïrese hoofdstad Kinshasha in 1990 maar een kwart van de bloedmonsters werd getest, terwijl 5 procent van de donoren met het AIDS-virus besmet was.

Wie een transfusie met besmet donorbloed ontvangt, loopt ruwweg 95 procent kans om besmet te raken - tegen 0,1 tot 1 procent kans op besmetting bij sexueel contact met een besmet persoon. “Dat we zulke riskante transfusies toelaten is moreel ongeveer net zo aanvaardbaar als het werken met een antibioticum dat een derde van de patienten doodt,” zo merkt een Franse onderzoeker op in Nature (9 juni).

Niettemin heeft de internationale gemeenschap de kwestie tot nog toe geen prioriteit gegeven.

Volgens Daniel Tarantalo, directeur van het internationale AIDS-programma bij de Harvard School for Public Health houdt men het probleem onzichtbaar. “Ontwikkelingslanden geven niet graag toe dat hun bloed onveilig is, terwijl de internationale donororganisaties geen individuele landen aan de schandpaal durven nagelen, omdat zij anders zelf het verwijt krijgen te weinig steun te bieden”, aldus Tarantalo op de WHO-bijeenkomst.

Soms ook leveren de hulpverleners half werk. Zo kreeg Ethiopië wèl allerlei apparatuur om bloed te testen, maar er werd niemand opgeleid om er mee om te leren gaan. In andere gevallen, zo werd op het congres gesignaleerd, stuurt de WHO reagentia met een houdbaarheid van twee maanden naar landen waar ze pas een half jaar later gebruikt kunnen worden. De nieuwe assistent-generaal Fernando Antezana, die zich sinds zijn benoeming begin dit jaar sterk heeft gemaakt voor bloedveiligheid, staat voor een formidabele taak. Want vaak hangt het feit dat donorbloed niet getest wordt samen met andere krakkemikkige omstandigheden bij de lokale bloedbank, zoals gebrek aan koelfaciliteiten, faciliteiten om de bloedgroep tussen donor en ontvanger af te stemmen.