AT&T huilt krokodilletranen bij bundeling concurrentie in Sprint

NEW YORK, 16 JUNI. Met verontwaardiging heeft het telecommunicatieconcern AT&T gereageerd op het verbond tussen de Amerikaanse concurrent Sprint, Deutsche Telekom en France Télécom. AT&T, 's-werelds grootste telecombedrijf, wil dat de Amerikaanse overheid deelneming van de Europese bedrijven in Sprint verbindt aan opening van de Duitse en Franse markten. “Er is iets heel erg mis als telefoonmonopolisten zoals France Télécom en Deutsche Telekom zich in de Amerikaanse telecombranche kunnen inkopen terwijl ze hun thuismarkt potdicht houden”, aldus AT&T.

Sprint, na AT&T en MCI in grootte de derde Amerikaans onderneming in internationale telecommunicatie, maakte dinsdag bekend met France Télécom en Deutsche Telekom een alliantie te sluiten die wereldwijd telecomdiensten zal verrichten. De twee Europese ondernemingen nemen daartoe voor 4,2 miljard dollar een belang van 20 procent in Sprint. Het wereldomspannende net dat de ruggegraat zal vormen van de internationale activiteiten van de drie wordt voor 50 procent eigendom van Sprint, terwijl de Duitse en Franse partners elk een kwart krijgen.

De jongste alliantie in internationale telecommunicatie volgt op een vergelijkbare overeenkomst tussen MCI en British Telecom (BT). In afwachting van goedkeuring door de Amerikaanse overheid heeft BT vorig jaar besloten voor 4,3 miljard dollar een belang van 20 procent van MCI te nemen. France Télécom en Deutsche Telekom vormden eerder al Eunetcom, gevestigd in Brussel, met de bedoeling hun aandeel in het internationale telecommunicatieverkeer (spraak, data en beeld) te vergroten.

De vrij toegankelijke markt voor internationale telecommunicatie groeit sterk en steeds meer telefoonmaatschappijen, al dan niet in handen van overheden, proberen zich daarop een positie te verwerven. Door de hoge investeringen, de forse concurrentie en de noodzaak snel over een groot klantenbestand te beschikken, slaan veel maatschappijen de handen ineen. PTT Telecom Nederland richtte daarom twee jaar terug met het Zweedse Telia en Swiss Telecom Unisource op waarin ieder een belang van eenderde heeft.

Vooral grote internationale bedrijven oefenen toenemende druk uit op telecomondernemingen om hen te voorzien van verbindingen die maximale zekerheid en voldoende capaciteit bieden voor de modernste vormen van telecommunicatie. Ze willen van land tot land kunnen communiceren, zonder zich te hoeven bekommeren over verschillende rekeningen, tarieven, apparatuur en niveaus van dienstverlening. Ook daarvoor is de vorming van internationale allianties van telecombedrijven onontbeerlijk.

Sprint heeft dringend een sterke partner nodig in de strijd tegen AT&T en MCI. De afstand op de Amerikaanse concurrentie in lange-afstandsverbindingen is groot. Bedraagt het marktaandeel van Sprint nog geen 10 procent, dat van MCI ligt rond de 30 procent en AT&T domineert met zo'n 60 procent. Daarbij komt dat Sprint kampt met een schuldenlast van twee miljard dollar - snel af te lossen met het kapitaal van de nieuwe partners - en grootse plannen koestert. Zo neemt het deel aan het consortium rondom Motorola dat voor 3,4 miljard dollar een wereldomvattend net van telecomsatellieten (Iridium) wil bouwen. En ook Sprint wil veel investeren in de “elektronische snelweg”, de aanleg van een geavanceerd net van telefoon- en kabeltelevisieverbindingen dat elke Amerikaan straks een enorme uitbreiding van telecommogelijkheden moet bieden.

Met het zicht op liberalisering van de Europese telecommarkt in 1998 hebben France Télécom en Deutsche Telekom behoefte aan versterking van een internationale positie met een partner in de VS, de grootste telecommarkt ter wereld. Berichten over besprekingen met AT&T vorig jaar, die de laatste nooit formeel heeft willen bevestigen, kregen geen vervolg, wellicht doordat de Fransen en Duitsers hun nationale markten vooralsnog van vreemde partijen willen vrijwaren. MCI deed al zaken met de Britten, waardoor Sprint een logische kandidaat was. Gedrieën vormen Deutsche Telekom (met 65 miljard gulden omzet het derde telecombedrijf ter wereld), France Télécom (nummer vier met 46 miljard gulden) en Sprint (omzet 21 miljard gulden) een groter conglomeraat dan AT&T (120 miljard omzet).

De boze reactie van AT&T op de nieuw gevormde drieschaar komt tegen de achtergrond van de eigen besprekingen met de Duitsers en Fransen hypocriet over. Waarnemers zien er echter vooral een politiek geïnspireerde manoeuvre in, die het concern krediet kan verschaffen ter verkrijging van het fiat voor de overneming van McCaw Cellular. AT&T kocht dit bedrijf, marktleider in de VS in mobiele telefonie, vorig jaar voor 12,6 miljard dollar, maar wacht nog op toestemming van de Amerikaanse overheid. Een federale rechter oordeelde twee maanden geleden de overneming strijdig met het anti-monopoliebeding in de Amerikaanse telecomregels.

Intussen biedt de overeenkomst tussen Sprint, Deutsche Telekom en France Télécom ook de Nederlandse pendant perspectief. Unisource is naarstig op zoek naar een Amerikaanse partner, die volgens de directeur van PTT Telecom, B. Verwaayen, van eminent belang is voor succes. AT&T is, als leverancier van telecomapparatuur, al jaren een goede bekende van PTT Telecom en voert geregeld overleg met dit bedrijf. Dat zowel AT&T als Unisource de Japanse onderneming voor internationale telecommunicatie KDD als Aziatische partner in hun netwerk hebben, maakt onderlinge krachtenbundeling des te gemakkelijker.