Angst voor omgekeerde bergen

In meren wonen monsters en dat was de primitieve mens reeds bekend. De inheemse bevolking van het oostelijk woudengebied in Amerika geloofde niet dat ze verdronk vanwege een gebrek aan zwemles, maar vanwege de vraatzucht van de onderwaterpanters.

“Natuurlijk woont er in ieder meer een monster”, beaamt de achtjarige Max uit het Schotse St. Andrews. “Ze graven tunnels naar elkaar. Soms om te vechten, maar meestal om thee te drinken of te schaken. Ze zien er gewoon uit als dinosaurussen. Snap je?” Dat snapt een ieder die op een kille dag heeft staan huiveren bij het diepzwarte water van het meer Loch Ness.

Mariette Hehakaya heeft jarenlang gerild bij de aanblik van Scandinavische poelen. “We gingen vroeger regelmatig op vakantie in Noorwegen. Vanuit de auto was ik al bang voor de meren, die ik in stilte 'omgekeerde bergen' noemde. Zodra we stopten om te gaan zwemmen begonnen mijn knieen te knikken. Ik vergat onmiddellijk iedere zwemles en zwom met wijdopengesperde vingers wat heen en weer. Alsof ik in een grote krater zwom en naar het midden werd gezogen. Nog altijd mijd ik zwemmen in meren. Vissen strijken er langs je benen en je kunt niet onder water kijken. Alleen al bij het idee zo'n glibberig trapje vol slijmerige algen af te moeten, ril ik. Nee, voor mij geen merenpret.”

Herman Kruijer uit Hilversum gruwt vooral van stuwmeren: “Die horen niet thuis in het landschap en dat zie je direct. Het water is dood en de vegetatie rondom klopt niet. 'Gadver, heb je er weer eentje', denk ik altijd als er zo'n enorme betonnen wand in een prachtig dal opdoemt. Niemand zal me ook kunnen bewegen in zo'n angstaanjagend meer te gaan zwemmen of er op te varen. Ik zal altijd bang zijn op een verzonken torenspits te stuiten.”

Recreanten aan het Hongaarse Balatonmeer maken minstens eenmaal per vakantie kennis met de misleidende lieflijkheid van het meer. “Als er storm op komst is, wordt er als waarschuwing een gele vuurpijl afgestoken en bij totale verstoring van het klimaat een rode”, vertelt Marit Pentek, die gedurende haar jeugd de vakanties aan het meer doorbracht. “Velen negeren de signalen, omdat op het moment dat zo'n vuurpijl wordt afgestoken niets wijst op een naderende omslag in het weer. Degenen die toch op hun luchtbedje blijven drijven, moeten dat vaak met de dood bekopen. Dagen na zo'n storm spoelen soms nog lijken op de camping aan.”

Niet alle meren verbergen hun ware aard. Het Natronmeer in Tanzania staat bekend als een dampende hel van stinkend, bitter water en zompige, zwaar alkalische modderkorsten. Van alle fauna weet alleen de flamingo zich staande te houden op de sodapap. Een Britse onderzoeker die zich eens verstapte in het meer en bij wie de bijtende brij de laars inliep, moest naar het ziekenhuis worden vervoerd voor huidtransplantatie.

En Nederland? Nederland ontbeert gruwelijke merenverhalen, sinds de dorpen Monnickendam em Muiden eeuwen geleden werden verwoest. Volgens de overlevering geschiedde dit door watergeesten met vrouwelijk bovenlichaam en vissestaart. Het was een vergeldingsactie van de meerminnen voor het vangen van een van hen. De wraak van de Hollanders op hun beurt was zoet: ze verbanden de meerminnen naar zee en sloten hun gebied af met een kilometerslange dijk. Sindsdien moet Nederland het stellen met sobere merendramatiek; zoals in het gedicht 'Van onder water', van Jan Kuiper.

De Sloterplas was dertig meter diep

Het zand was weggezoegen om de wijken

Slotermeer, Geuzenveld en dergelijke

mee op te spuiten. Onze toekomst sliep

op grond van een grijs verleden; ik riep

over het zand: 'k moest even blijven kijken

naar schelpjes, versteend om te laten blijken

dat 't lang geleden was dat God ze schiep

Voor 't pootjebaden restte een smalle strook

Ik mat de breedte: een, twee stappen verder

had 'k niets dan water om mij heen; ik werd er

willoos van, bleef waar ik was. - Vader dook

mij op, hij was geschrokken. Later thuis

was ik in tranen; in mijn zak zat gruis.