ABN Amro snoeit in personeelsbestand

AMSTERDAM, 16 JUNI. De Unie BLHP verwacht dat ABN Amro, de grootste Nederlandse bank, het personeelsbestand in haar binnenlandse bedrijf (37.000 medewerkers) de komende vier jaar met 600 tot 700 mensen per jaar zal reduceren. De bond baseert zich daarbij op de onderhandelingen over een nieuw sociaal plan, dat gisteren tussen de bank en de vakbonden is afgesloten. Er zullen geen gedwongen ontslagen vallen, zo zijn de bank en de bonden overeengekomen.

ABN Amro zelf is minder stellig over de getallen van de personeelsreductie en spreekt van vingeroefeningen, die gebaseerd zijn op projecties over twee trends in de bedrijfstak, namelijk de veranderingen in het betaalgedrag van particuliere klanten en de voortgaande investeringen in automatisering.

Het nieuwe sociaal plan gaat op 1 augustus in en vervangt het bestaande plan dat is opgesteld om de gevolgen van de fusie van ABN en Amro in 1990 op te vangen. De fusie voorzag onder meer in een efficiencyverbetering, waarbij 5500 arbeidsplaatsen zouden verdwijnen. Die doelstelling moet, met enige vertraging, in het begin van volgend jaar gerealiseerd zijn.

De personeelsvermindering bij ABN Amro de komende jaren komt er in de praktijk op neer dat ongeveer een kwart van het natuurlijk verloop van ongeveer 8 procent van het aantal werknemers niet zal worden opgevangen. Overtollige medewerkers krijgen recht op herplaatsing binnen ABN Amro. De Unie BLHP noemt het een belangrijk punt dat daarbij afspraken zijn gemaakt over een preventief beleid van herscholing en opleiding, zodat medewerkers al voor een reorganisatie beter inzetbaar kunnen worden.

De manoeuvreerruimte van de bank in het personeelsbeleid is verruimd door aanscherping van de begrippen mobiliteit (verruiming maximale reisduur en afstanden woon-werkverkeer) en passende functie. Zo kunnen medewerkers van de bank bij reorganisatie een functie krijgen die een niveau lager is, al houden zij volgens ABN Amro “zeker waarborgen met betrekking tot het salarispeil”.