Zwarte zakenlieden in Zuid-Afrika willen zich nu gaan manifesteren

JOHANNESBURG, 15 JUNI. De jonge zwarte vrouw komt Nthato Motlana om hulp vragen. Kan hij zijn enorme netwerk van contacten in de Zuidafrikaanse economie en politiek aanspreken om haar een baan te bezorgen? Ze studeert psychologie. “Waarom psychologie”?, vraagt Motlana met licht sarcasme. “Dat hebben wij zwarten niet nodig. Wij moeten ophouden met rare opleidingen. Haal een graad in de economie - daar hebben we tenminste wat aan”!

Nthatho Motlana, arts en zakenman uit Soweto, is onverbiddelijk in zijn overtuiging dat zwarten in Zuid-Afrika voor “de tweede strijd” staan: na de politieke macht moeten ze nu de economische macht veroveren. Hij is er zelf in hoog tempo mee begonnen. Zijn zwarte beleggingsmaatschappij Corporate Africa Group verwierf de afgelopen maanden aanzienlijke belangen in de levensverzekeringsmaatschappij Metropolitan Life, het draadloze-telefoonnetwerk MTN en het dagblad The Sowetan, dat met 1,6 miljoen lezers de grootste verspreiding heeft in de zwarte gemeenschap.

Het past in Motlana's filosofie dat zwart Zuid-Afrika zelf het initiatief moet nemen om het blanke bolwerk van de economie te betreden. “Het politieke gevecht is gemakkelijker dan het economische gevecht. De blanke is heel slim. Hij geeft ons wat politieke macht - premiers en ministers en zo - maar de echte macht zal hij ons zo lang als hij kan ontzeggen. Blanken zijn vooral bang dat een zwart financieel conglomeraat ontstaat, dat zullen ze niet tolereren. Want ze weten dat de economische macht het belangrijkst is. Politieke macht vloeit eruit voort, dat hebben de Japanners en de Duitsers wel bewezen.”

Het is een ontnuchterende stelling na de euforie van de zwarte verkiezingsoverwinning. Motlana heeft een reputatie in dwarsheid. Tegen alle apartheidsverboden in combineert hij politiek en zaken al sinds de jaren zestig. Sinds de jaren vijftig is Motlana betrokken bij het ANC. Hij verwierf in de strijd tegen de apartheid vooral bekendheid als voorzitter van de machtige civic-organisatie, het alternatieve stadsbestuur/verzetsforum van Soweto. Hij bezit talloze commissariaten en is voorzitter van de Get Ahead Foundation, die kleine zwarte zakenlieden op weg helpt met kapitaal en training. Motlana liet zich door de vorige - blanke - regering bovendien benoemen tot voorzitter van de adviesraad voor bevolkingsontwikkeling en roept luid dat twee babies genoeg is - een gevoelig onderwerp in de zwarte gemeenschap waar geen ANC-leider zijn vingers aan wil branden. Zijn voornaamste bijdrage tot het welzijn van Zuid-Afrika is zijn functie als lijfarts van Nelson Mandela.

Dertig jaar geleden begon Motlana met zijn pogingen om in te breken in de blanke economie. Zwarten werden in alles tegengewerkt. Ze waren voorbestemd om mijnwerker of handarbeider te worden en konden geen kapitaal of land krijgen. Economische deskundigheid in de zwarte gemeenschap bestond niet. “Voor een zwarte om een zaak te beginnen, was vragen om detentie. De Afrikaner heersers geloofden maar in één ding: een kaffer moet een baas hebben. Maar ik zag hoe immigranten uit Litouwen en Azië het land in kwamen en rijk werden. Als zij het kunnen, kunnen wij het ook, dacht ik.”

Motlana begon een aantal ondernemingen, die voortkwamen uit de noden die hij als arts onder de zwarte bevolking zag. Om de ondervoeding te bestrijden, begon hij een kippenboerderij - goedkoop vlees met een hoog proteïnegehalte. Na vijf jaar vechten om een stukje grond zette hij de eerste zwarte privékliniek op in Soweto, die nog steeds bestaat, en begon hij het eerste zwarte ziekenfonds.

Door de tegenwerking gingen veel van zijn projecten ten onder. Ook het gebrek aan deskundigheid speelde zijn bedrijven parten. “Wij hadden geen business schools, waar me management of financiële discipline konden leren. Mijn mensen zien cash flow vaak ten onrechte voor winst aan. Daar kopen ze dan een auto voor of een mooi huis en dan komt het bedrijf in de problemen.”

Zwarten waren meestal veroordeeld tot de informele economie. Hun bedrijvigheid moest zich illegaal ontwikkelen. Het is een veel gehoorde klacht dat die onstaansgeschiedenis in het 'vrije-jongensklimaat' het zwarte bedrijfsleven nog steeds tekent. Motlana geeft dat toe: “In de informele sector houd je geen boeken bij en betaal je geen belasting. Ik heb hele rijke vrienden in de taxi-industrie, die twintig minibusjes hebben rijden, maar ze betalen nooit belasting. Het is een groot probleem om dat te corrigeren.”

Met de Corporate Africa Group (CAG) kwam Motlana precies op tijd. De Zuidafrikaanse economie wordt beheerst door vijf grote conglomeraten van mijngiganten, verzekeringsmaatschappijen en banken. Het Afrikaans Nationaal Congres wil meer concurrentie in de economie en dreigt met wetgeving om machtsmonopolies tegen te gaan. Grote bedrijven wachten dat niet af en beginnen vrijwillig belangen af te stoten. Zo kon CAG in korte tijd met geleend geld voor tientallen miljoenen aandelenpakketten kopen in de sterk gemonopoliseerde verzekerings- en communicatiesector. De uitgeversgroep The Argus deed om die reden een meerderheidsaandeel in The Sowetan van de hand.

Motlana, onlangs gekozen tot zakenman van het jaar, wil met de verzekeringsmaatschappij “zwart kapitaal mobiliseren” om in sociale projecten (huisvesting, onderwijs, gezondheidszorg) te investeren. Daarnaast wil hij in het buitenland geld lenen en wordt de beleggingsgroep mogelijk eind juni aan de beurs in Johannesburg genoteerd. “Wij moeten als zwarten ons eigen geld bij elkaar brengen en onze eigen plannen uitvoeren. Zwarte mensen, zelfs de armste, ongeletterde inwoners van Soweto, hebben altijd wel een verzekeringspolisje om in ieder geval een nette begrafenis te krijgen. Mijn moeder betaalde twintig cent in de week.”

Metropolitan Life, het vijfde verzekeringsbedrijf van Zuid-Afrika, heeft een jaarlijks premie-inkomen van 1,3 milard rand (zo'n 650 miljoen gulden). De premies worden voor 92 procent betaald door zwarten, maar de verzekeraars beleggen vooral in kantoren en winkelcentra in blanke gebieden. Motlana wil die investeringen verleggen naar de zwarte townships. De financiers steken nauwelijks geld in huizenbouw voor zwarten, mede vanwege de jarenlange politieke boycot van betalingen. Daardoor zijn de zwarte woongebieden een riskante investering. Dat moet veranderen, weet Motlana. Maar zijn eigen verleden werkt hem tegen. “Ik ben beetje mede-schuldig. Als voorzitter van de civic riep ik in de jaren zeventig op tot de huurboycot. Toen ik na zes maanden zei dat de boycot ten einde was, zeiden de mensen: loop naar de hel. Ze betalen niet meer, dat is een levensgroot probleem. In Soweto zijn de cijfers angstaanjagend. Maar vijf procent van de inwoners betaalt huur en onkosten, inclusief de mensen die een baan en een huis hebben. Ik ben commissaris van het waterleidingbedrijf. In het zwarte woongebied Kagiso heeft in de afgelopen drie jaar niemand een cent betaald voor het drinkwater. De blanke leden van de raad vroegen me: wat moeten we doen? Mijn advies was: draai de kraan dicht in het weekeinde. We moeten de mensen gaan confronteren met hun gedrag.”

Mothlana en zijn mede-directeuren zijn nauw verbonden met het ANC. In het nieuwe Zuid-Afrika kan dat bij het zakendoen een groot voordeel zijn. Het ANC dwong de regering-De Klerk en het bedrijfsleven in de onderhandelingen over een draagbaar-telefoonnetwerk zwarte zakenlieden een aandeel te geven. Soms werkt de ANC-connectie in Motlana's nadeel. In eigen kring wordt hem zelfverrijking in een gunstig politiek klimaat verweten. En de journalisten van The Sowetan, die dichter bij de zwarte bewustzijnspartijen PAC en Azapo staan dat bij het ANC, reageerden zeer kritisch op de overname door de Corporate Africa Group. Zij vrezen invloed van het ANC op de redactionele koers, wat volgens Motlana niet het geval zal zijn.

“Het zwarte bedrijfsleven is op dit moment helemaal niet zo tevreden over het ANC”, zegt Motlana. “Zwarte zakenlieden vinden dat het ANC te veel tegen het blanke bedrijfsleven aanschurkt. We hebben concrete steun nodig, zoals regeringsadvertenties in The Sowetan. Iedereen die in Zuid-Afrika de macht had, heeft zijn eigen groep voorgetrokken: de Engelsen hebben het gedaan, de Afrikaners net zo. Ik zeg niet dat wij het op dezelfde manier moeten doen, maar het zwarte bedrijfsleven moet hulp krijgen. Anders kan het ANC het bij de verkiezingen van 1999 wel vergeten.”