Vier toeschouwers bij damwinst Clerc

HEERENVEEN, 15 JUNI. Voor favoriet Rob Clerc is het Westeuropees zone-toernooi, dat deze week in Heerenveen wordt gehouden, een verplicht nummer. Het titeltoernooi, het laatste waar drie deelnamebewijzen voor het wereldkampioenschap dit najaar in Den Haag kunnen worden verdiend, zal hij naar verwachting op zijn sloffen winnen. Na vier rondes staat Clerc ongeslagen bovenaan. “Als ik niet bij de eerste drie eindig kan ik beter stoppen met dammen”, zegt hij in een bovenzaal van het Postiljon Hotel in het Friese Haagje. “Het is niet echt verrassend dat ik eerste sta.” Geen druk om de favorietenrol waar te maken? “Nee, maar ik neem ook geen enkel risico”, aldus de grootmeester. “Ik kan alleen maar afgaan en dan staan de lachers op een rij.”

Op de valreep heeft Nederland het zonetoernooi weten te organiseren. Landen als Italië, Portugal en Frankrijk lukte het niet en de werelddambond overwoog om drie spelers via loting voor het WK aan te wijzen. Maar Clerc zou dan buiten de boot vallen en na Wesselink, Jansen en Wiersma niet de vierde Nederlandse WK-deelnemer kunnen worden. “En dat risico wilden we niet nemen. Want Clerc is een topper”, aldus voorzitter Schotanus van de Koninklijke Nederlandse Dambond. In twee maanden tijds werd het toernooi op poten gezet, met een “low budget” van 35.000 gulden. Polen, Slovenië en Kroatië konden niet meer op tijd dammers sturen, zodat het totale aantal deelnemers op negen bleef steken.

Van het recht om een tweede Nederlandse deelnemer aan te melden werd geen gebruik gemaakt om Clerc geen extra opponent te geven. Maar ook promotie van de damsport stond de Friezen voor ogen. “Het aardige is dat hier dammers zijn die nog nooit aan een echt titeltoernooi hebben meegedaan. Ze zijn aan elkaar gewaagd”, aldus Schotanus. Ook voor het publiek is het leuk om niet alleen maar naar topwedstrijden te kijken, meent organisator Nagel. “Hier wordt nog wel eens een foutje gemaakt. Een gewone dammer kan in zo'n geval denken: stomme zet, dat had ik wèl gezien.”

Maar publiek is er nauwelijks. Er zitten vier, hooguit vijf mensen in het zaaltje. Het mooie weer, de geringe publiciteit door de haast waarmee het toernooi werd opgezet en de staking bij de spoorwegen worden door Nagel en Schotanus als oorzaken genoemd waarom de toeschouwers het vanmiddag laten afweten. Voor de Belg Stephan Michiels (29) maakt het niet uit. “Het is misschien jammer voor de sport, maar ik vind het wel lekker rustig zo.” De drievoudig Belgisch kampioen zit normaal op een kantoor in Brussel en beschouwt het toernooi een beetje als vakantie. Hij won een wedstrijd, speelde een keer remise en verloor er één, van Clerc. Ondanks de successen van de Belgische grootmeester Oscar Verpoest in het verleden krijgt het dammen in België te weinig aandacht, zegt hij. “Veel mensen beschouwen het niet als denksport, maar als een kinderspel, hoewel het wel beter is dan tien jaar geleden.”

Dezelfde ervaring heeft Emanuel Merin (48), een Let, die sinds drie jaar in Berlijn woont en voor Duitsland uit komt. Ooit was hij secondant van de geniale Andreiko en trainde hij zijn landgenoot Valneris. In Duitsland probeert hij de damsport te promoten. In een speelgoedzaak in Heerenveen sloeg hij een stapel damborden in en ook grote demonstratieborden neemt hij mee naar huis. “Die zijn in Duitsland niet te betalen”. Merins traint nu zo'n 30 kinderen in Berlijn. Hij is in overheidsdienst als basketbal- en volleybaltrainer, maar wist te bedingen dat hij ook het dammen van de grond mag tillen. “Ik wil het dammen graag populair maken. Het gaat langzaam, maar ik heb voordeel van mijn contacten die ik als basketbaltrainer heb met sportverenigingen en bestuurders.”

Merins staat tweede. Clerc beschouwt hem als de sterkste van het deelnemersveld. De Nederlandse favoriet heeft 130.000 partijen in zijn computer opgeslagen, die hij gebruikt om zijn tegenstanders te analyseren en zich voor te bereiden op toernooien. Maar van de Let bezit hij geen recent gespeelde dampartijen. “Merins is drie jaar geleden naar Duitsland geëmigreerd en uit die periode heb ik geen enkele partij. Hij zegt dat hij niet veel wedstrijden heeft gespeeld, maar hij doet wel mee aan het Duits kampioenschap. Misschien doet hij zich minder voor dan hij is.”

Clerc is zich ervan bewust dat hij het beste van zijn eigen spel kan uitgaan. Zo koos hij eergisteren in een partij tegen de Tsjech Kristek voor de populaire openingszet 32-28, terwijl hij normaal gesproken de Keller-opening zou nemen tegen een niet al te sterke tegenstander. “Als ik dat had gedaan, had hij de eerste 20 zetten uit zijn hoofd gespeeld. Nu breng ik hem zo snel mogelijk op onbekend terrein en dwing hem zo op eigen kracht te spelen.”