Van den Nieuwenhuyzen wil met Waggonbau naar beurs

BREDA, 15 JUNI. Begemann-president J.A.J. van den Nieuwenhuyzen had gisteren de mooiste dag sinds jaren. Na anderhalf jaar overleg tekende hij met de Treuhandanstalt een intentie-overeenkomst die hem zicht geeft op de meerderheid in Deutsche Waggonbau.

“De Deutsche Waggonbau is het kroonjuweel van de Treuhand”, zo juicht Van den Nieuwenhuyzen in een gesprek. “Ze hebben lang gewacht omdat ze hier een mooie oplossing voor wilden vinden. Het is een prachtig bedrijf dat in tegenstelling tot andere voormalig Oostduitse bedrijven nooit verlies maakte.”

Het kost moeite om het enthousiasme te temperen met een cynisch klinkende wedervraag: waarom zou een Duitse staatsinstelling in zee gaan met Begemann, een bedrijf dat twee uiterst moeilijke jaren achter de rug heeft en nog kampt met een financieringsprobleem, terwijl alle grote treinfabrikanten in Europa bij de Treuhand op de stoep stonden.

“Inderdaad, alle grote treinfabrikanten hebben bij de Treuhand in de rij gestaan om Deutsche Wagonbau over te nemen. Asea Brown Boveri, AEG, GECAlsthom, Linke-Hofmann-Busch (LHB). Voor de Treuhand was echter belangrijk dat Deutsche Waggonbau niet over ging in een groter geheel, maar zelfstandig bleef.”

Van den Nieuwenhuyzen heeft die zelfstandigheid gewaarborgd. “Wij hebben gevraagd aan de Treuhand om een belang te houden van 25,1 procent. Dat is fijn omdat wij op termijn Deutsche Waggonbau zelfstandig naar de Duitse beurs willen brengen. Dat gaf voor de Treuhand de doorslag. Dit voormalig Oostduitse bedrijf wordt nu eens niet ingelijfd in een bestaand Westduits bedrijf maar wordt een zelfstandig Oostelijk Duits bedrijf, als je dat zo kan zeggen.”

Van den Nieuwenhuyzen heeft bovendien nog een extraatje voor Waggonbau in de strijd geworpen: hij zal Begemanns Railgroep inbrengen. “Waggonbau kan daardoor voor het eerste treinen gaan aanbieden op de markt.”

De Treuhand zelf relativeert overigens iets van Van den Nieuwenhuyzens enthousiasme door te zeggen dat de onderhandelingen met de andere partijen nog doorgaan.

De kardinale vraag is hoeveel Begemann voor dit enorme bedrijf gaat betalen en op welke wijze. Van den Nieuwenhuyzen wil daar nog geen antwoord op geven. “Het gaat om enkele tientallen miljoenen guldens. Dat is weinig als je ziet dat het bedrijf een eigen vermogen heeft van 500 miljoen gulden.”

Het gaat dus opnieuw om een zogeheten badwill-deal, een overname waarvoor minder wordt betaald dan in de boeken staat. Het is de specialiteit van Van den Nieuwenhuyzen, al was de laatste deal met RDM tot nu toe minder fortuinlijk. De reden dat bedrijven voor minder worden verkocht dan ze aan eigen vermogen hebben is meestal dat er onvoldoende winstperspectieven zijn. Voor de RDM betaalde Van den Nieuwenhuyzen destijds ook een habbekrats, maar het nadeel is dat hij nu nog altijd de verliezen moet aanvullen die ontstaan door leegloop van de defensietak.

Volgens Van den Nieuwenhuyzen ligt dat nu anders. “Deutsche Waggonbau heeft al forse saneringen achter de rug. Het aantal werknemers is al teruggebracht van 20.000 tot 7.300. En vergeet niet dat Waggonbau in tegenstelling tot andere bedrijven van de Treuhand steeds winst gemaakt heeft. In het afgelopen jaar nog 18 miljoen gulden.”

De vraag is wie de overname financiert. Begemann is deze maand nog druk op zoek naar 150 miljoen gulden risicokapitaal in de vorm van een achtergestelde obligatielening. Van den Nieuwenhuyzen: “Nee, die lening heeft heeft hier niets mee te maken. Wij hebben voor dit onderdeel steeds gewerkt met een separate financiering.”

Het zoeken naar de lening wekt achterdocht bij berichten van het bedrijf; zou Van den Nieuwenhuyzen met gunstige berichten à la Waggonbau niet beleggers paaien? Van den Nieuwenhuyzen is in zijn wiek geschoten. “Absoluut niet. Er zijn berichten in de pers geweest over potentiële orders bij RDM, maar die kwamen niet uit onze koker. Een potentiële order van RDM in Pakistan kwam van het Franse persbureau AFP uit Islamabad en de Koninklijke Marine heeft verteld over orders van RDM in Indonesië.”