Universiteit hoort tempel van de scepsis te blijven

Wat is het toch dat studenten zo boeit tussen hemel en aarde? Is de aarde niet interessant genoeg?

Anton van Hooff vindt het verontrustend dat zovelen geboeid zijn door astrologie, homeopathie en transcedente meditatie.

“Een universiteit hoort zich niet af te geven met obscurantisme. Daarom is het fout dat we hier zitten, nota bene in het hoofdkwartier van de Transcendente Meditatie.” Gegniffel en glazige blikken werden mijn deel toen ik zo protesteerde tegen de lokatie die mijn academie had gehuurd voor een conferentie. Deze bijeenkomst legde niet zoveel beslag op de geest dat zij niet af en toe kon wegmeanderen. De rondslingerende brochures boden welkome afleiding.

De inrichting van Soeria, de Academie voor Transcendente Meditatie, is boeiend genoeg. Okerkleurige draperieën verhullen een mystieke schildering in de centrale zaal. Op het podium staat de zetel permanent klaar voor de Sint, in casu de Maharisji: wordt bij ontstentenis van de yogi zijn riante fauteuil vereerd? Voor een gelovige is nu eenmaal niets onmogelijk. Tenslotte hebben maagdelijke geboortes en wederopstandingen geen hogere graad van geloofwaardigheid dan het fantastische verhaal van de stichter der Mormonen: de boodschapper Gods nam helaas het Hebreeuwse origineel na korte uitlening weer in zodat Joseph Smith zijn volgelingen slechts de inderhaast vervaardigde Engelse vertaling van het Boek van Mormon kon bieden. Dit verhaal geloven de keurige Amerikaanse jongens die hun boodschap in onze winkelstraten verkondigen, en ze glimlachen er innemend bij.

Want de glimlach is het kenmerk van de gelovige: hij heeft het heil gevonden en kijkt meewarig naar de niet-verlosten. Er zit ook een zekere laatdunkendheid in de gelukzalige grijns van de meisjes die door de gangen van het TM-bolwerk schuiven. Zij zijn bereid je een bevrijdende neus- of oormassage te geven.

Vanwaar toch die behoefte tot transcenderen, terwijl het aardse zoveel te bieden heeft? Natuurlijk, de werkelijke wereld is verwarrend. Nooit zullen haar raadsels worden opgelost. Mijn scheikundeleraar heeft mij één boodschap voor het leven meegegeven, te weten Huxleys definitie van kennis: “What we call knowledge is merely another form of ignorance, organized ignorance.” Deze Popper-achtige benadering van wetenschap als het methodisch inperken van onwetendheid verheerlijkt niet meer naïef de almachtige rede. In haar bescheidenheid kiest zij voor de lange mars van het redeneren, verifiëren en falsifiëren. De moderne wetenschapper hanteert als devies niet het Cartesiaans “ik denk, dus ik ben” maar het “dubito, ergo sum”. In principe is “ik twijfel” de bestaansgrond van iedere academicus.

Wat de transcendentalen van allerlei pluimage ook beweren: er is geen alternatieve wetenschap. Alles wat zich als zodanig aandient, is moderne gnosis. De antieke gnosis, de 'oude wijsheid' waarop moderne gelovigen zich graag beroepen, was kiezen voor de korte, verleidelijke weg van het schouwen in plaats van het denken. Er is nog een alternatief voor denken, namelijk aan niets denken. Het is duivels moeilijk gedachten compleet uit te schakelen. Is dit misschien de ware meditatie: leeghoofdigheid?

Het is me een raadsel hoe studenten kunnen geloven in astrologie: “Gelooft u dan niet dat de sterren invloed op ons uitoefenen?” “Jazeker, maar die boom daar vlakbij doet dat nog eerder.” Nog verontrustender is het als volleerde academici gevoelig blijken voor het schouwen: “Geloof je dan niet dat er meer is tussen hemel en aarde?” Of: “Ach het doet er toch niet toe, als het maar werkt.” Ja, Lourdes schijnt ook te werken, mits je geloof maar sterk genoeg is.

In het museum van Paestum liggen de votiefgeschenken die vrouwen hebben geofferd aan de godin Hera als dank voor bezwangering en voorspoedige geboortes. De modellen van baarmoeders, borsten en baby's hebben hun tegenhangers in de blikken ex-voto's die Italiaanse moeders 2500 jaar later aan Maria wijden 'pro grazia ricevuta'. Is daarmee het bewijs geleverd dat Hera en Maria werken?

Wetenschap is nooit tevreden met 'het werkt toch?'. Daarom mag zij geen legitimatie geven aan geloofssystemen die het 'waarom' uit de weg gaan en zich onttrekken aan experimenten. In dit opzicht is de kwakzalverij van de homeopathie niet van een hogere orde dan het geloof in de helende werking van Hera of de Maharisji.

Inmiddels is het opmerkelijk hoe alle alternatieven hunkeren naar erkenning door de wetenschap. Te Lelystad heeft zich een heuse arts, zo juicht een folder, bekeerd tot de leer van de drie dosja's, een soortement vochtenleer, die aan Hippocrates doet denken. Kan die man het artsdiploma niet worden ontnomen? De Ajoer-Veda, 'het oude gezondheidssysteem uit India', is erkend door de Wereld Gezondheids Organisatie, meldt hetzelfde vouwblad. Binnenkort jubelt de nieuwe uitgave: Erkend door de Universiteit.

Als tempel van de scepsis mag de universiteit zich op geen enkele wijze afgeven met de gnosis.