Rijp werk uit academie St. Joost

De eindexamenfilms van de Academie St. Joost zijn te zien op vrij (16-21u), za, zo, ma, di (10-17u), op de eindexamenexpositie van de Academie St. Joost, De Ypelaar, Beukenlaan 1, Breda.

Spreekt men in Nederland over 'de filmacademie' dan wordt steevast verwezen naar de Nederlandse Film en Televisie Academie in Amsterdam. Wie cineast of programmamaker wil worden, doet daar toelatingsexamen. Wie volhardt in die wens, werkt er na een jaar of vier mee aan een eindexamenfilm. De NFTVA profileert zich meer en meer als een uitgesplitste beroepsopleiding waar een vak wordt geleerd: scenarioschrijver, geluidsman, cameravrouw, documentaire-maakster, filmregisseur.

De Brabantse Kunstacademie St. Joost heeft ook een, kleine audiovisuele afdeling, waar de laatste jaren opvallend rijp eindexamenwerk werd gemaakt. St. Joost is, in tegenstelling tot de NFTVA, uitdrukkelijk uit op het opleiden van een klein klasje auteurs. Van filmkunstenaars dus, die zoveel de intellectuele, creatieve en technische bagage aangereikt kregen, dat ze daarna in moeten staat zijn eigen scenario's te schrijven voor zelf te regisseren films. Daarnaast dienen ze zelf meer dan het gemiddelde af weten van camera, licht en geluid. Wie er afstudeert, heeft zich niet mogen teurgtrekken in wat hij het liefste doet: hij of zij heeft een vrije èn een opdrachtfilm gemaakt.

Ik zag van de vijf examenkandidaten van dit jaar de vrije films. Slechts een van hen, Annabel Oosteweeghel, had een veilig heenkomen gezocht in de hermetische vaagheid en in zichzelf gekeerde pretenties die je vaker ziet bij eindexamenfilms. De andere vier films werden, ook als ze minder geslaagd waren, gekenmerkt door een professionele controle van het materiaal, een vanzelfsprekend persoonlijke sfeer en een streven naar minder voor de hand liggende oplossingen.

Vooral Zand van Jolanda Moolenaar en Luchtkastelen van Wilfred Evers lukten goed. Mooie, strakke verhalen vertellen ze, beide over moderne vervreemding, maar elk zeer eigen van aanpak. Opvallend is hoe zowel Evers als Moolenaar in feite te sterke kaders en te bewust gecomponeerde beelden regisseren voor het videomateriaal waar ze nu eenmaal mee moesten werken. Hadden ze op film kunnen draaien dan was hun visuele creativiteit beter tot zijn recht gekomen.

Jeroen Neus vertilde zich in de korte documentaire Twee ogen aan zijn onderwerp: de portretschilder die hij weer met zijn film dacht te kunnen portretteren, is een meeslepend mens, maar hij ontglipte de filmer zodat deze in feite met lege handen achterbleef en vervolgens toch een film bij elkaar moest sprokkelen. Pieter-Bas Dekkers maakte een aflevering voor een kookprogramma voor kinderen. Een origineel idee dat hij echter zelf te weinig naar waarde schatte. Nadrukkelijk educatieve praat strijdt om de aandacht met flauwe, van bestaande kinderprogamma's afgekeken types. En koken leer je er niet van.