PvdA en VVD

Volgens E.J. Bomhoff is de 'PvdA klaar voor VVD' (6 juni). Wanneer de paarse coalitie inderdaad totstandkomt, zal de geldigheid van die gedurfde uitspraak moeten blijken.

Tenminste, indien de beide fracties (en D66) in de slag gaan over het regeerakkoord. In de jaren '60 was een groot deel der sociaal-democraten (o.l.v. Drees) geestelijk toe aan het financiële programma, zoals dat nu door de PvdA is gepresenteerd. Na de afsplitsing van de PvdA propageerde DS 70 de invoering van het 'profijtbeginsel' om de staatsfinanciën beheersbaar te houden. Calculerende burgers, onder wie de meeste liberalen in de VVD wezen het uit materiële overwegingen af. In feite wordt in alle Nederlandse gemeenten volgens dit beginsel bestuurd, al heet dat privatisering. Maar zijn beide partijen en D66 bereid in eigen vlees te snijden bij de noodzakelijke bezuinigingen?

Bomhoff noemt belangengroepen in de PvdA, maar vergeet die van de carrièremakers te noemen. Hij meent dat een paarse coalitie de PvdA een breder draagvlak zou geven, met een andere 'clientèle' van intellectuelen, kunstenaars en hoger opgeleiden. De van oorsprong arbeiderspartij wil hij omgevormd zien tot een grote partij van en voor hoofdarbeiders. Dus van rode naar paarse partij betekent voor hem als 'nostalgisch ouder partijlid' 'het perspectief op een intellectueel spannende nieuwe regeerformule'. Betekent dit brood op de plank voor de uitkeringstrekkers, onder wie steeds meer kunstenaars en ontslagen universitair personeel vallen?

De nostalgische groep ouderen in de PvdA blijkt voor de objectieve buitenstaander verschillende politieke verlangens te koesteren. Bomhoff verlangt naar een grote politieke partij 'die de pretentie kan waarmaken dat zij nationaal kan uitstijgen boven de belangen van steeds dezelfde deelgroepen'. Dit is dan wel een totale breuk met de historische lijn van de meer internationale pretenties of idealen van de PvdA van weleer.