Overheid kan miljard extra verdienen aan KPN

ROTTERDAM, 15 JUNI. Op de Amsterdamse beurs wordt de komende dagen, misschien wel weken, beslist of het nieuwe kabinet nog een extra meevaller van een miljard gulden krijgt. Het miljard is de opbrengst van bijna 21 miljoen aandelen van Koninklijke PTT Nederland (KPN) die de overheid via de ABN Amro nog kan verkopen aan beleggers, als de beurskoers tenminste boven de inschrijfprijs van 49,75 blijft. De overheid krijgt volgende week al een cheque van een kleine 7 miljard voor de verkoop van 30 procent van het post- en telecombedrijf.

De beursintroductie van KPN, of PTT zoals de handelaren aan het Amsterdamse Beursplein gewoon blijven zeggen, is tumultueus verlopen. Maandag sloeg de omzet alle records: 35 miljoen aandelen. Dat cijfer is de uitkomst van de traditionele beurstelling, waarbij aan- en verkopen grotendeels dubbel geteld worden. Gisteren was KPN opnieuw het meest verhandelde fonds met een omzet van 7,5 miljoen aandelen (dubbeltelling).

Zo simpel als de omzetgegevens uit de bus komen, zo complex is de koersvorming. De koers van KPN wordt op dit moment namelijk niet alleen door de vraag en het aanbod van grote en kleine beleggers bepaald - wat de econoom Adam Smith ooit de onzichtbare hand van de vrije markt noemde. Een andere hand stuurt mee: die van de ABN Amro. Als leider van het bankensyndicaat heeft de bank het recht om de koers 30 dagen na de beursintroductie te stabiliseren, zoals het formeel heet. In de praktijk is het een vorm van manipulatie, die door de beursregels is toegestaan.

In de koersvorming van KPN lijkt de hand van de bank terug te vinden, maar zeker is dat allerminst. Enkele zeer grote Amerikaanse beleggers kochten maandag aandelen bij, omdat zij te weinig hadden gekregen. Nederlandse particuliere beleggers verkochten. En een grote verzekeraar pleegde ouderwetse daghandel: voor bijna 1 miljoen stukken inschrijven en maandagochtend direct verkopen.

Ondanks het verslechterde beleggingsklimaat voor aandelen de laatste twee dagen valt het met de afbrokkeling van de koers van KPN mee. De beursindex, de graadmeter van de stemming, is bijna anderhalf procent gedaald, KPN is ten opzichte van de uitgifteprijs gestegen. De koers schommelt rond 50 gulden, nog steeds een kwartje meer dan de introductieprijs van 49,75.

ABN Amro voert vanuit haar dealingroom in Amsterdam Zuid-Oost, waar de eigen aandelenhandelaren geconcentreerd zijn, een spiegelgevecht met beleggers. De bank moet zorgen dat de koers van KPN, conform haar belofte, na de introductie ordelijk en gestaag zal stijgen. ABN Amro staat - figuurlijk gesproken - tussen de markt en de overheid in. Haar eerste taak is de markt te stabiliseren en zij draait zich een kwart slag om, zodat zij beleggers recht in de ogen ziet. De bank tracht de perceptie van beleggers te beïnvloeden en een indruk van schaarste te wekken. Deze perceptie van schaarste begint bij de toewijzing: beleggers hadden om 390 miljoen aandelen gevraagd, maar er zijn formeel slechts 138 miljoen stukken. Gevolg: alle beleggers, met uitzondering van de “kleine” particulier, worden gekort op hun inschrijvingen.

Dat ontketent verschillende reacties. Elke belegger kent alleen zijn eigen toewijzing en zijn eigen beleggingsdoel - hij moet beslissen temidden van uiterst mistige informatie over de markt als geheel. Alleen ABN Amro heeft alle informatie en kan daar, ten eigen bate en ten bate van de overheid munt uit slaan. De bank wijst namelijk meer aandelen toe dan er zijn. De markt kan dat vermoeden, maar heeft geen zekerheid. De reacties op de gekorte toewijzingen lopen uiteen: sommige grote beleggers geven er de brui aan en verkopen alles, anderen willen hebben waarvoor zij hadden ingeschreven en kopen juist bij.

Wanneer 3500 professionele beleggers en bijna 160.000 particulieren op een dag die belissingen nemen, ontstaat het “gooi- en smijtwerk” dat maandag de markt beheerste. De “overtoewijzing” stelt ABN Amro in staat het aanbod en desgewenst ook de prijs te reguleren. Dat kan krankzinnige koerssprongen, zoals bij de beursgang van vrachtwagenfabrikant Daf vijf jaar geleden, voorkomen. Toen was de uitgiftekoers 47 gulden, en steeg de koers op de eerste dag van de beurshandel tot voorbij 60 gulden.

De komende dagen zijn verschillende scenario's mogelijk. Het saaiste is dat vraag en aanbod in evenwicht zijn. Dan gebeurt er niets meer. Bij een sterke vraag en weinig tot geen aanbod zal ABN Amro, om de koers gecontroleerd te laten stijgen, zelf als verkoper optreden van aandelen die zij (nog) niet heeft. Aandelen verkopen zonder ze te hebben, klinkt vreemd en risicovol, maar is in de professionele effectenhandel niet ongebruikelijk. ABN Amro heeft in dit geval ook zekerheid dat zij de aandelen krijgt: daarvoor hoeft zij zich alleen maar om te draaien naar de overheid en de extra aandelen op te vragen.

In het van Agelsaksische termen doorspekte financiële jargon heet dat een green shoe uitoefenen, vernoemd naar het bedrijf (Green Shoe Company), waar een bank deze techniek het eerst toepaste. Als ABN Amro dit extra aanbod van de overheid afneemt, is Den Haag een miljard gulden rijker.

In het slechtste geval is er wel aanbod, maar weinig of geen vraag en koopt de ABN Amro zelf aandelen in om een rappe koersdaling onder 49,75 te voorkomen. Dan komt er geen green shoe, krijgt de staat geen 1 miljard en zit de bank met een boekverlies op de ingekochte aandelen. Dat heeft voor ABN Amro geen dramatische consequenties, maar is wel teleurstellend voor de staat. Het zou de positie van de bank schaden om over twee jaar weer 30 procent van de aandelen van KPN te mogen verkopen.