Opec ziet prijsstijging tevreden aan

ROTTERDAM, 15 JUNI. Een broedende kip moet je niet storen. Dat is de stemming onder de twaalf olieministers van OPEC, de Organisatie van olie-exporterende landen, die deze week in Wenen vergaderen. De afgelopen dagen steeg de prijs voor lichte olie op de termijnmarkt in New York met enkele tientallen dollarcenten per vat tot 18.95 dollar.

Ook in Londen steeg de prijs voor Noordzee-olie ('Brent') tot 16.56 dollar per vat. Die marktontwikkeling wordt door de OPEC-ministers gekoesterd. Ze zien geen reden om het gezamenlijk produktieniveau van het kartel (24,52 miljoen vaten per dag) te veranderen, nu de olieprijs zich langzaam herstelt. In februari bewoog de prijs voor Noordzee-olie ('Brent') zich nog rondom de 12 dollar per vat, het laagste niveau van de afgelopen vijf jaar. In het derde kwartaal neemt de vraag naar olie altijd toe door de stijgende vraag naar autobrandstoffen (vakantie) en in het vierde kwartaal is een verder stijging te verwachten door de vraag naar brandstoffen voor verwarming.

Overigens ligt de prijs die de OPEC-landen voor hun olie ontvangen lager dan die voor toonaangevende oliesoorten op de Westerse termijnmarkten. Vorige week bedroeg de gemiddelde prijs voor zeven OPEC-oliesoorten 15,84 dollar per vat van 159 liter, ruim 5 dollar lager dan de officiële richtprijs van 21 dollar die het kartel sinds 1990 hanteert.

Op de agenda van de OPEC-vergadering staat behalve de actuele martkontwikkeling de controversiële kwestie van de opvolging van secretaris-generaal dr. A. Subroto. De meeste lidstaten willen de voormalige Venezolaanse olieminister dr. Alirio Parra op die post benoemen, maar Iran ligt dwars.