Onderdelen

Pens, netmaag, boekmaag, lebmaag - dat heb ik nog op school gehad. Iedere Nederlander werd geacht de koe te kennen.

Voor wat ik vergeten was, bijna alles, heb ik een afspraak gemaakt met prof. Seerp Tamminga, Wageningen, vakgroep veevoeding, 51, boerenzoon uit Achlum. Hij karakteriseert de koe als een enorm fascinerende machine, een lopend fermentatievat.

Fermentatie, gisting, een vorm van vereenvoudigen.

Gras is een hardnekkig ding. Er zijn niet veel dieren die ermee uit de voeten kunnen. Wijzelf bij voorbeeld, wij kunnen vrijwel niets met gras. Maar koeien wel, en dan verschijnen in mijn aantekeningen bacteriën, protozoën, vluchtige vetzuren en aminozuren, woorden in verband met enzymatische processen, die - laten we dat niet uit het oog verliezen - worden gevolgd door synthetiserende processen.

Maar als mijn vragen tot het uiterste worden gekauwd, gekneusd en vermalen, doorgeslikt en opgeboerd, blijkt de werkzaamheid van een koe verrassend eenvoudig te kunnen worden samengevat. Zij breekt ingewikkelde structuren van koolhydraten, eiwit, vet tot in de kleinste onderdelen af, brengt ze via de bloedsomloop naar het uierweefsel en bouwt er daar weer ingewikkelde structuren van koolhydraten, eiwit, vet uit op.

Of nog eenvoudiger: een koe verandert gras in melk. En dat wisten we al. Dat doet de taal voor ons, zij maakt haast alle cirkels rond.