Meer publiek voor pretparken dank zij Eurodisney

Nederland heeft er twee nieuwe attractieparken bij: Walibi Flevo, dat vooral de oudere jeugd trekt en Archeon, een themapark voor iedereen die in het verleden is geïnteresseerd. De Efteling blijft echter koploper.

ROTTERDAM, 15 JUNI. Bij Walibi Flevo in Biddinghuizen liep het vanaf de opening op 1 mei storm. Op Hemelvaartsdag moest het attractiepark zelfs een uur lang de poorten sluiten, omdat het binnen te druk dreigde te worden. Tot nog toe zijn er 70.000 bezoekers geweest. “Onze markt zijn mensen die voor de televisie zijn uitgezapt”, zegt directeur H. van Drien. Hij rekent dit jaar op 350.000 bezoekers.

Walibi Flevo is een overzichtelijk en vooral voor oudere jeugd onweerstaanbaar park. Het borduurt voort op de bekende attractieformule, maar de wildwaterbaan is net even wilder en natter dan die in de Efteling, de achtbaan is de angstwekkendste van Nederland, en zelfs een trage tocht door een tropische tuin krijgt door het elektrische vervoer erdoorheen iets opwindends.

Het tweede nieuwe attractiepark, Archeon in Alphen aan den Rijn, is ambitieuzer. Met steun van een groot aantal hoogwaardigheidsbekleders - onder wie R. den Besten, voorzitter van de raad van bestuur van de Nederlandse Spoorwegen, en ANWB-directeur P. Nouwen - richt Archeon zich op mensen die in het verleden zijn geïnteresseerd. Op wetenschappelijk verantwoorde wijze zijn in de Alphense polder Kerk en Zanen tientallen reconstructies van nederzettingen en landschappen aangelegd. 's Avonds en 's winters zijn diverse reconstructies zoals het entreegebouw, de Romeinse herberg en het Middeleeuwse klooster, beschikbaar voor feesten en vergaderingen.

Bezoekers hoeven in Archeon niet alleen passief langs de reconstructies te wandelen, maar mogen actief meedoen: varen in een prehistorische boomstamkano, een hunebed bouwen, scherven opgraven, een Romeins bad nemen. Een belangrijke rol spelen de zogeheten archeotolken, gidsachtige medewerkers die ter plaatse uitleg geven. Zo zit een woest persoon uit de Midden-Steentijd zich driftig te maken omdat de vuurstenen niet werken, en in het Middeleeuwse dorp spelen bewoners op een hakkebord of eten groentensoep. Het enige teleurstellende is dat de prehistorische wezens, de Romeinen en de Middeleeuwers om zes uur 's middags hun historische kleding afleggen en net als de bezoekers gewoon naar huis gaan.

Of het sinds 1 april geopende park een succes wordt? “De belangstelling neemt toe”, laat een woordvoerder van het park voorzichtig weten. De spanning stijgt. Het park heeft vorige week de 100.000ste bezoeker verwelkomd en rekent dit seizoen op 600.000 bezoekers.

De grote vraag is hoe de Nederlandse attractieparken zich de komende jaren ontwikkelen. Niemand weet er precies antwoord op. Thematisering is belangrijk; iedereen zichzelf respecterend attractiepark heeft wel een aandachtsgebied waarmee het kan worden vereenzelvigd. Zo heeft Ponypark Slagharen de laatste jaren veel werk gemaakt van het wildwest-imago. Ook is sprake van een groeiende behoefte bij het publiek om zelf bij de attracties te worden betrokken. Een goed voorbeeld hiervan is attractiepark Duinrell in Wassenaar, waar bezoekers onder andere zelf kunnen rodelen van het hoogste natuurlijke punt van Holland. Ook 'virtual reality' zou in de toekomst een rol kunnen gaan spelen. Zo behoort in het onlangs fors uitgebreide Dolfinarium Harderwijk samen met de dolfijnenshow een driedimensionale film over het leven in de zee tot de populairste onderdelen.

Een belangrijke vraag voor de Nederlandse attractieparken was of de opening van Eurodisney in Parijs klanten zou wegzuigen. Na twee seizoenen Eurodisney zijn de Nederlandse attractieparken eensluidend in hun oordeel: geen negatief effect op de bezoekersaantallen, integendeel, Eurodisney heeft de markt geopend voor grotere bevolkingsgroepen die tevoren geen hoge dunk van pretparken hadden. “Eurodisney werkt als een ijsbreker”, zegt Van Drien. “Eurodisney heeft het principe dat mensen het beneden hun waardigheid vonden om naar een attractiepark te gaan kapot gemaakt.” Een woordvoerder van de Efteling: “De opening van Eurodisney heeft een verhoging van de appreciatiegraad van het verschijnsel attractiepark tot gevolg gehad.” Het Parijse park, zo menen de woordvoerders, heeft de Nederlandse attractieparken er bovendien toe gedwongen de kwaliteit van de attracties nog strenger te bewaken dan nu al het geval is.

De markt voor 'attractiepunten' zoals het Nederlands Bureau voor Toerisme ze omschrijft, lijkt onuitputtelijk. Volgens de vereniging van de grote attractiebedrijven in Nederland, de Club van Elf, waarvan dit jaar overigens maar tien parken lid zijn, ontvangen deze bedrijven samen twaalf miljoen bezoekers per jaar. Het gaat dan om Burgers' Zoo in Arnhem, het Dolfinarium in Harderwijk, Duinrell in Wassenaar, de Efteling in Kaatsheuvel, Avonturenpark Hellendoorn, de Keukenhof in Lisse, Madame Tussaud in Amsterdam, Madurodam in Den Haag, het Noorder Dierenpark in Emmen en het Ponypark Slagharen. Alle Nederlandse attractiepunten samen trekken jaarlijks 24 miljoen bezoekers.

Het mooiste en grootste park in Nederland is zonder twijfel de Efteling. In 1989 passeerden in Kaatsheuvel ruim 1,9 miljoen mensen de toegangspoort, vorig jaar waren dat er 2,7 miljoen. Sinds de opening in 1952 van het door Anton Pieck ontworpen sprookjesbos heeft het park talloze uitbreidingen achter de rug: de Droomvlucht waarbij de bezoeker in een luxe karretje langs adembenemende visioenen wordt gevoerd, de Fata Morgana die bezoekers in een boot langs de intrigerende wereld van de Oriënt brengt, en niet te vergeten een aantal schots en scheve bouwsels van het Volk van Laaf, goedmoedige poppen die allemaal een naam dragen die begint met de letter l. Tot de aanleg van nieuwe achtbanen zoals de Python zal het voorlopig niet komen, want met een schuin oog gericht op de bevolkingsprognoses van het Centraal Bureau voor de Statistiek mikt de Efteling de komende jaren vooral op de kinderen onder de tien en de volwassenen boven de veertig jaar. “Dat betekent investeren in entertainmentshows en in de schoonheid van het park zelf”, aldus een woordvoerder.

Het fenomeen attractiepark is in Nederland geïntroduceerd door oprichter Bemboom van het Ponypark Slagharen. Ex-winkelier Bemboom begon in 1963 met de verhuur van zomerhuisjes inclusief pony. De formule sloeg aan, Bemboom plaatste gaandeweg kermisattracties bij de huisjes en zo werd het park ook interessant voor dagrecreanten. In 1972 kwam hij op het idee om deze dagjesmensen, die dikwijls al na enkele uren vertrokken door hun lastige, om kwartjes jengelende kinderen, één toegangsprijs te vragen en de attracties vervolgens vrij toegankelijk te maken. Om het uit te proberen, vertelt zijn dochter die nu directeur van het bedrijf is, heeft hij vier dagen lang omgeroepen dat de directeur jarig was en alle attracties gratis toegankelijk waren.

Nu trekt het park ruim een miljoen bezoekers per jaar. Het accent ligt voor de toekomst niet op wéér een bloedstollende attractie die als gevolg van de miljoeneninvestering de entreeprijs zou opdrijven, maar op kwaliteit, service en gezelligheid. “Daar zetten we alles op in”, zegt directeur Bemboom. Immers, ondanks een wildwaterbaan en een reuzenrad, een kabelbaan en een zeppelin-draaimolen, een achtbaan en een wat oudere Apollo-zweefmolen die bezoekers als astronauten lanceert in een baan om de maan, is het leukste van het park toch een eenvoudige rit op een pony.

Als de trend naar zelfwerkzaamheid doorzet, belooft dat veel voor het Land van Ooit. Dit in 1989 opgezette park, op een steenworp afstand gelegen van de Efteling in Drunen, verkeerde de laatste jaren op de rand van de financiële afgrond, maar zet dapper door met wat een medewerker omschrijft als “een enorm goed concept”. Hier geen “harde attracties” voor luie bezoekers, maar een beroep op de fantasie van de kinderen die, zodra ze de grens van het Land van Ooit zijn gepasseerd, daarvan ook meteen inwoner lijken te zijn geworden. Op niet mis te verstane wijze wordt hun door borden, folders en opschriften duidelijk gemaakt dat zij zich bevinden in een land met een voorname historie waar de tijd geen rol speelt en iedereen elkaar vormelijk groet. Af en toe komen de kinderen een echte Ooiter tegen, zoals Ridder Graniet, Sterker-Dan-Ik-Kan-Niet, Rak de Reiger of Sap de Aardwortel. Dat is genoeg. De rest denken de kinderen er kennelijk zelf bij. Weer eens wat anders dan televisie kijken.