Italië wil niet langer 'Italietta' zijn

ROME, 15 JUNI. Toen de Griekse minister van buitenlandse zaken Theodoros Pangalos onlangs de Europese hoofdsteden afreisde ter voorbereiding van de Europese top op Korfou, sloeg hij Rome over.

Als het aan premier Silvio Berlusconi ligt, is het de laatste keer geweest dat Italië zo achteloos in de rij van onbelangrijke landen wordt geschoven. Het buitenlandse beleid van het nieuwe kabinet moet nog vorm krijgen, maar de dragende gedachte is dat Italië een prominentere plaats zal innemen op het internationale toneel.

Dat wil Berlusconi morgen duidelijk maken aan de Duitse bondskanselier Kohl. De gezamenlijke foto zal daarbij niet helpen. Zonder kunstgrepen torent de forse bondskanselier ruim boven de kleine Berlusconi uit. De Italiaanse mediamagnaat zint nu op andere middelen om met visuele middelen te tonen dat de tijden van het Italietta, Italië als klein, onbelangrijk land, voorlopig voorbij zijn.

In de afgelopen vijftig jaar heeft het land weinig aandacht besteed aan zijn buitenlandse beleid. De droom van de fascistische dictator Benito Mussolini, die Italië als een grote mogendheid zag, was een waanidee gebleken. Daarna schoot Italië door naar het andere uiterste. In het gepolariseerde krachtenveld speelde het land de rol van de trouwe bondgenoot die niet veel problemen maakte, zich neerlegde bij wat van hogerhand werd besloten en nauwelijks zelf initiatieven nam.

Dat moet nu veranderen. Er is meer ruimte voor een eigen beleid. Bovendien wil de nieuwe politieke klasse zich ook internationaal profileren. Het einde van het oude bestel heeft ook gevolgen voor het buitenlandse beleid, al zal het daarbij meer gaan om de vorm dan om de inhoud. De principekeuze van Italië voor Europa en voor de NAVO staat niet ter discussie.

Minister van buitenlandse zaken Antonio Martino heeft meteen hoog ingezet. Tegen zijn Amerikaanse collega Warren Christopher zei hij vorige maand dat Italië een vaste zetel wil hebben in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties en deel wil uitmaken van de contactgroep voor Bosnië, die bestaat uit de VS, Rusland, Groot-Brittannië, Frankrijk en Duitsland. Christopher heeft beleefd laten merken dat deze eisen al te ambitieus waren.

Het nieuwe kabinet heeft nu zijn aandacht gericht op Europa. Binnen de Europese Unie wil Italië in ieder geval een belangrijke plaats verwerven. Europa heeft daarbij een andere symbolische waarde gekregen. Een paar jaar geleden zagen veel Italianen Europa als een uitweg bij het falen van de eigen politieke klasse.

Nu is Europa een veld geworden waar Italië zich met de andere grote landen kan meten. Berlusconi heeft campagne gevoerd met de slogan dat de stem van Italië meer moet meetellen. Over de vraag wat het land dan precies zal roepen, heeft hij zich weinig uitgelaten.

In de gesprekken morgen met Kohl kan daarover meer duidelijkheid komen. Er is een volle agenda, met onder andere het Duitse voorzitterschap van de Europese ministerraad, volgend semester, en de top van de zeven grootste industrielanden, volgende maand in Napels.

Waarschijnlijk komt ook de opvolging van Jacques Delors als voorzitter van de Europese Commissie aan de orde. Rome heeft tot nu toe vooral toegekeken bij de manoeuvres voor de vraag wie Delors moet opvolgen. In het verleden heeft het ministerie van buitenlandse zaken een voorkeur laten blijken voor Leon Brittan, maar de afgelopen weken heeft het zich niet meer in de kaart laten kijken.

Verder zal de plaats in het Europese Parlement aan de orde komen. Berlusconi wil de 27 parlementariërs van Forza Italia graag onderbrengen in de fractie van de Europese Volkspartij (EVP). Dat Forza Italia zich liberaal noemt in plaats van christen-democratisch, hoeft geen probleem te zijn. De Britse Conservatieven maken immers ook deel uit van de fractie. Kohl lijkt er voor te voelen, want de fractie wordt zo in één klap een stuk groter. En Berlusconi, die vaak heeft geroepen dat zijn partij het nieuwe centrum in de Italiaanse politiek vertegenwoordigt, kan zich aansluiten bij een van de hoofdstromingen in Europa.

De Italiaanse Volkspartij, erfgenaam van de christen-democratische partij die al zitting heeft in de christen-democratische fractie van het Europarlement, strubbelt tegen. Rosy Bindi, leider van de linkervleugel, wil Berlusconi niet in zijn Europese fractie. “Nooit en te nimmer. Het zou de eerste keer zijn dat een land (in de Euro-fractie) wordt vertegenwoordigd door twee groepen waarvan de ene in de nationale regering zit en de andere in de oppositie”, aldus Bindi. Zijn partij brengt negen zetels mee naar Straatsburg. Partijvoorzitter Rosa Russo Jervolino wees erop dat de Britse Conservatieven in de EVP een uitzondering zijn, omdat in Groot-Brittannië geen christen-democratische partij bestaat. Volgende week woensdag moet in Brussel een besluit worden genomen over de samenstelling van de fractie.