Israelische premier ziet problemen door militair prisma; Adviseurs van Rabin stappen op

Een voor een stappen de civiele adviseurs van Yitzhak Rabin op. De Israelische premier heeft er geen probleem mee. Hij voelt zich het prettigst bij de militairen.

TEL AVIV, 15 JUNI. Het wordt wat stil rondom de Israelische premier Yitzhak Rabin. In korte tijd zijn enkele van zijn voornaamste raadgevers opgestapt. Gisteren diende Jaques Neriah, de enige civiele Arabist op het bureau van de premier, zijn ontslagbrief in. Gad Ben-Ari, Rabins woordvoerder, gaf er eerder de brui aan, na Chaim Assa, die aan het hoofd zou komen te staan van een soort nationale veiligheidsraad.

En zo is er nog een aantal op te noemen dat het niet langer bij de 'baas' uithoudt of het niet langer kan verdragen dat Shimon Sheves, de directeur van het bureau van de premier, en tekstschrijver Eitan Haber de directe toegang van de adviseurs tot Rabin blokkeren. Rabin zelf is niet zo onder de indruk van de desertie van zijn adviseurs. “Een raadgever meer of minder is niet doorslaggevend”, zei hij. “Ik ben militair georganiseerd.”

Die woorden verklaren de frustratie van de opstappende adviseurs. Rabin, opperbevelhebber tijdens de Zesdaagse oorlog in 1967, voelt zich het prettigst bij de militairen. De generaals en kolonels in zijn naaste omgeving hebben zijn volste vertrouwen. Die hebben nog iets van het idealisme en de opofferingsgezindheid die hem zo dierbaar zijn.

Het zijn bovendien mensen die hij door en door kent. Met hen kan hij Israels politieke problemen in het vredesproces door een militair prisma bekijken en afwegen. Wat weten burgers daarvan? Omdat Rabin zijn premierschap heeft versterkt door ook de portefeuille van defensie in beheer te nemen, heeft hij dagelijks contact met de militairen. Hij is zo dan ook duidelijk in zijn element.

Omdat zijn intensieve overleg met de militaire top aan het oog van de buitenwereld is onttrokken, onstaat de indruk dat Rabin zijn beslissingen alleen neemt en hij weinig belangstelling heeft voor het papierwerk dat op zijn bureau wordt voorbereid. Stuk voor stuk zijn de opstappende raadgevers tot de conclusie gekomen dat hun de weg naar Rabin werd versperd en dat er, als zij wel toegang hadden, niet naar hen werd geluisterd. Rabin luistert en discussieert wel, maar niet met hen. Voor zijn intiemste politieke en militaire gedachten en gedachtenvorming heeft hij andere klankborden. Hij vertrouwt op de militaire discipline en is niet geneigd zijn tactische en strategische opvattingen over het vredesproces met zijn raadgevers te delen.

Die instelling valt samen met zijn grote achterdocht. Nieuwelingen op zijn bureau bevallen hem niet, zelfs als ze in uniform zijn.

Door zijn achtergrond en karakter is Rabin na David Ben Gurion de meest autoritaire premier die Israel regeert. Hij heeft minder gevoel voor de parlementaire democratie dan de veel charismatischer Likud-premier Menahem Begin had.

Het Hooggerechtshof ziet hij, wegens de door dit lichaam genomen beslissingen ten aanzien van zijn uitwijzingsbeleid, als een sta in de weg. Zijn wantrouwen in de pers is enorm, mede omdat hij niet kan vergeten dat een onthulling in de krant Ha'arets over een illegale dollar-rekening van zijn vrouw in de Verenigde Staten hem in 1976 het premierschap kostte.

Door al die factoren ontstaat de indruk dat Rabin, ook al wegens zijn oude vete met de minister van buitenlandse zaken Shimon Peres, eenzaam en alleen - maar wel populair - aan de top zweeft. Het vertrek van een reeks van zijn naaste raadgevers versterkt dat beeld zodanig dat het op de werkelijkheid begint te lijken.

De verdere ontknoping van het vredesproces ligt in Rabins handen. Natuurlijk ontgaat hem het grote debat daarover in de Israelische samenleving niet - daar zorgen de demonstranten wel voor - maar uiteindelijk zal hij nog enkele 'historische' beslissingen moeten nemen. Daarom lijken de andere problemen die in de Israelische samenleving opdoemen hem minder belangrijk. Ontgaat het hem dat het deze dagen nogal rommelt in Israel, dat de spanningen nogal flink oplopen, ook in zijn Arbeidspartij? De geslaagde gooi van de afgetreden minister van gezondheidszaken Chaim Ramon naar het het leiderschap van de Histadrut, het algemeen vakverbond, met een eigen lijst, verscheurt de partij. De geruchten dat Ramon van plan is een centrum-partij te vormen die de Arbeidspartij bij de in 1996 te houden algemene verkiezingen zware klappen kan uitdelen, worden met de dag sterker. Rabin heeft de greep op deze crisis in zijn partij verloren en weet niet meer hoe hij met het verschijnsel Ramon moet omspringen.

De beurs zit na enkele glorieuze jaren in een diep dal. Kupat Choliem, het ziekenfonds van de Histadrut, heeft miljarden guldens schuld en de grote pensioenfondsen zitten dik in de rode cijfers. Uitbreiding van de regeringscoalitie lijkt vooralsnog ook van de baan te zijn. Rabin moet oppassen dat zijn vredespolitiek - verder overleg met de Palestijnen en de omliggende Arabische landen - niet over de binnenlandse problematiek zal struikelen.

Door het vertrek van de adviseurs lijkt een vacuüm te ontstaan tussen de premier en de Israelische realiteit. Rabin is niet voldoende fijn afgestemd om de nuances van de ontwikkelingen in de Israelische samenleving goed te kunnen opvangen. Het valt hem makkelijker persoonlijkheden te beledigen, zoals onlangs Mirjam Ben Porat, het hoofd van de Rekenkamer, en de kolonisten ervoeren. Zijn woordkeus is legendarisch. Vasthoudende critici zijn propellers en kogellagers. Onderminister van buitenlandse zaken Yossi Beilin kreeg het predicaat van “de poedel van Shimon Peres” mee.

Israels humoristen en copy-writers hangen aan Rabins lippen. Zijn woorden zijn voor hen goud waard. Maar zo denken zijn opstappende adviseurs er niet over.