Immigranten in Nederland

DE CULTUUR VAN DE armoede, zo typeerde de Amerikaanse antropoloog Oscar Lewis begin jaren zestig het dagelijkse leven van migranten aan de rand van het bestaan in de grote steden van Latijns Amerika. In meeslepende studies, gebaseerd op de levensverhalen van arme families in de volksbuurten van Mexico-Stad en San José (Puerto Rico), construeerde Lewis zijn inzicht dat chronische armoede leidt tot een specifieke cultuur die van generatie op generatie wordt overgedragen. Lewis wees op de maatschappelijke uitsluiting, op de uiteenvallende familiebanden, op de verloedering van de woonomgeving, op culturele verschraling, op de onzekere inkomsten uit scharrelbaantjes en op het gebrek aan perspectief bij het dagelijkse overleven.

De hoofdrolspelers in de studies van Lewis waren migranten die van het Mexicaanse en Puertoricaanse platteland naar de hoofdstad waren gekomen. Op een andere schaal heeft dezelfde migratie plaats van arme landen naar Nederland. De 'inburgering' van deze migranten in de georganiseerde, geïnstitutionaliseerde Nederlandse samenleving vormt het uitgangspunt van het advies over het Minderhedenbeleid dat de hoogleraren Van der Zwan en Entzinger gisteren hebben gepresenteerd. De econoom en de migratiedeskundige schatten dat jaarlijks zo'n 40.000 laaggeschoolde nieuwe immigranten naar Nederland komen. Daarbij zijn illegalen en asielzoekers niet meegerekend. De migranten concentreren zich in de vier grote steden. Daar doet zich de Nederlandse variant op de cultuur van de armoede voor.

HET NEDERLANDSE minderhedenbeleid is hierop niet toegesneden. In sommige oude wijken van de grote steden loopt de uitkeringsafhankelijkheid naar honderd procent (overigens niet allemaal allochtonen, ook autochtonen). De uitstoot van laaggeschoold werk, de hoge arbeidskosten, de vlucht in illegaal werk en aan de andere kant de afnemende bereidheid om premies op te brengen voor ruimhartige sociale uitkeringen, wijzen op een onontkoombare conclusie: “Onze maatschappelijke inrichting en ons economisch voortbrengingsapparaat zijn niet berekend op de toeloop van laaggeschoolden met de aantallen die we thans kennen”, schrijven Van der Zwan en Entzinger.

Met radicale maatregelen, die haaks staan op de gevestigde Nederlandse sociaal-economische verhoudingen, willen de auteurs deze armoedeval voor nauwelijks opgeleide minderheden doorbreken. Arbeidsplicht en verplichte scholing, gecombineerd met buurtopbouw vatten ze samen in een 'inburgeringstraject' van drie jaar voor nieuwe immigranten. Op weigering tot deelname staan sancties. Aan ondernemingen willen ze een 'concessie' verlenen om immigranten tijdens deze aanloopperiode tegen een loon dat lager is dan het wettelijke minimumloon, aan een baan te helpen. Met dergelijke voorstellen, hopen de auteurs, zullen de 'aspirant-burgers' zich sneller maatschappelijk aanpassen. Het belangrijkste is dat de integratie verloopt via de arbeidsmarkt en niet via het uitkeringsloket.

DE VOORSTELLEN van de twee hoogleraren zijn gewaagd en in sommige opzichten nog niet helemaal uitgekristalliseerd. Het is bijvoorbeeld onduidelijk of het concessiestelsel moet worden opgevat als een hedendaagse variant op het koloniale koeliesysteem, of dat dit bedoeld is als een nieuwe aanpak van werkverschaffing. De verwijzing naar het Jeugdwerkgarantieplan (JWG) als model is niet gelukkig omdat het JWG met gesubsidieerde tijdelijke banen bij de lagere overheid geen duurzaam succes boekt. Het is ook onduidelijk hoe groot de ambtelijke bureaucratie wordt die met de verplichte inburgering belast wordt.

Aan de andere kant klinken de economische realiteit en de ernst van de situatie glashelder door in het rapport. Nederland heeft een aanzienlijke, groeiende proportie bevolking uit de 'Derde wereld' binnen de grenzen en zal daarvoor nieuwe mogelijkheden voor inburgering en betaald werk buiten de gevestigde kaders van de CAO's en het wettelijke minimumloon moeten openstellen. Het alternatief is de opkomst van ongeregelde straathandel, uitkeringsafhankelijkheid, het illegale arbeidscircuit en blijvend maatschappelijk isolement voor nieuwkomers. De cultuur van de armoede klopt op de deur aan de onderkant van Nederland.