HENRY MANCINI (1924-1994); Muziek de luxe

De naam van de gisteren op 70-jarige leeftijd in Beverly Hills overleden filmcomponist en -arrangeur Henry Mancini roept herinneringen op aan de goeie ouwe tijd van de radio. Voordat de popmuziek ook Hilversum doordesemde, waren de zoetgevooisde klanken van Franck Pourcel, Mantovani of Mancini standaardmateriaal, als pauzemuziek of arbeidsvitaminen.

Nu dat soort werk alleen nog in liften en verkeerde restaurants te horen valt, verdient Mancini weer enige rehabilitatie. Twee van zijn composities kent iedereen: de met een Oscar onderscheiden song Moon River, die Audrey Hepburn op de gitaar tokkelde in Blake Edwards' Breakfast at Tiffany's (1961) en het door een tenorsax ingezette thema van de, eveneens door Edwards geregisseerde, reeks films rond The Pink Panther, eveneens gebruikt in de gelijknamige tekenfilmserie van Fritz Freleng.

Mancini, die vanaf zijn achtste dwarsfluit speelde, maakte zijn intree in de filmwereld in de vroege jaren vijftig als arrangeur bij Universal, bij voorbeeld voor de films van Abbott & Costello. De eerste van achttien Oscarnominaties kreeg hij voor de bewerking van de muziek voor The Glenn Miller Story (1953), nadat hij eerder als pianist en arrangeur gewerkt had voor het orkest van de in 1944 verongelukte bandleader. Daarna componeerde Mancini onder meer de score van Orson Welles' Touch of Evil (1958) en van bijna alle films van Edwards sinds 1961. Minder bekend is zijn samenwerking met Stanley Donen en met Paul Newman aan de films die deze zelf regisseerde. Ook schreef hij veel voor televisie, bijvoorbeeld de bekende tune Baby Elephant Walk voor de serie Hatari! Behalve voor Moon River ontving Mancini ook Oscars voor de score van Breakfast at Tiffany's, de titelsong van Edwards' Days of Wine and Roses (1962) en de songs van Victor, Victoria (Edwards, 1982), die hij kort voor zijn dood met tekstschrijver Leslie Bricusse bewerkte tot een Broadway-musical.

Zoals bij zijn voorbeeld Glenn Miller bestond de verdienste van Mancini voor een groot deel uit het aanvaardbaar maken van 'zwarte' muziek voor een blank massapubliek. Hij bediende zich daarbij rijkelijk van strijkers en van koper, vooral van hoorns. Het Mancini-geluid was herkenbaar en riep altijd aangename associaties op van luxe, beschaafde swing en een soepel gepolijst, niet al te lichamelijk ritme.